Om een achterstand van 75 duizend rechtszaken weg te werken, wil de Britse minister van Justitie de juryrechtspraak hervormen. Alleen voor de zwaarste vergrijpen is dan nog een jury nodig. Vanuit verschillende hoeken klinkt verzet.
is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant.
De strafzaak tegen verdachte Ashraf moet om tien uur beginnen, maar er is een probleem. ‘We komen juryleden tekort,’ zegt officier van justitie Archie McKay bij de ingang van zaal twaalf van de Isleworth Crown Court, een rechtbank in West-Londen. ‘We zitten op acht, en we moeten er twaalf hebben. Het is dus wachten totdat andere zaken zijn afgerond en juryleden beschikbaar zijn.’
De in toga’s en pruiken gestoken rechters, advocaat en officier van justitie trekken zich terug; de teleurgestelde familieleden van de jonge verdachte van mishandeling gaan richting de kantine.
Zonder jury is er in Groot-Brittannië geen rechtszaak. Het principe dat verdachten schuldig of onschuldig worden bevonden door hun ‘gelijken’ is zo oud als de rechtspraak op het eiland zelf. In wezen gaat het ruim achthonderd jaar terug naar de Magna Carta, het document waarin staat dat geen vrije man gevangen kon worden gezet ‘behalve door het rechtmatige oordeel van zijn gelijken’.
Het lot van de verdachte ligt in handen van een dozijn willekeurig gekozen burgers die minimaal tien dagen ‘jurydienst’ hebben, voor een of meerdere zaken. Een derde van de bevolking krijgt vroeg of laat zo’n oproep. Weigeren kan alleen in bijzondere gevallen.
Maar de Britse regering wil het recht hervormen en alleen jury’s gebruiken in zaken waarin moord, doodslag en verkrachting ten laste worden gelegd. Volgens David Lammy, de minister van Justitie, is dit de enige manier om een wachtlijst van 75 duizend rechtszaken weg te werken.
De achterstand is ontstaan door een combinatie van bezuinigingen en de coronalockdowns. Zonder deze beperking van de juryrechtspraak, zo stelt de bewindsman, blijven slachtoffers te lang in onzekerheid en komen steeds meer criminelen op vrije voeten, omdat hun zaak te lang blijft liggen.
Het aantasten van de juryrechtspraak krijgt kritiek vanuit verschillende hoeken. De pressiegroep Defend our Juries pleit ervoor het bestaande systeem in stand te houden. Deze linkse groepering heeft meer vertrouwen in doorsnee burgers dan rechters bij het berechten van activisten.
In zijn tijd als advocaat was premier Keir Starmer om deze reden ook voor jury’s. Een jury, zo schreef hij in 1992 in The Socialist Lawyer, bewaakt het ‘evenwicht tussen de macht van de staat en de vrijheid van het individu’. Ruim dertig jaar later staat hij nog achter dit principe, al acht hij de hervorming noodzakelijk om de wachtlijsten tegen te gaan.
Ook vanuit rechts is er tegenstand. In het Lagerhuis pleitte het Conservatieve Kamerlid Geoffrey Cox eerder deze maand met veel pathos voor het behoud van jury’s. Zo zei de oud-topadvocaat liever te worden berecht door ‘twaalf gewone mensen met hun boerenverstand en empathie voor menselijk handelen’ dan een rechter met dertig of veertig jaar ervaring. Hij omschreef juryrechtspraak als ‘een bescherming tegen onderdrukking’. Binnen enkele weken neemt het Lagerhuis de maatregel desalniettemin waarschijnlijk aan.
In de West-Londense rechtbank ziet advocaat David Langwallner de voordelen van juryrechtspraak – te beginnen voor zichzelf. ‘Zonder jury’s zit ik zonder werk,’ zegt de strafpleiter, terwijl hij in een kleine werkkamer zijn befje en pruik opzet. ‘Juryleden zijn makkelijker te beïnvloeden dan rechters. Ik hoef maar drie leden te overtuigen.’
Met dat laatste doelt hij op de stemverhoudingen. In beginsel eist een rechter een unaniem oordeel over de schuldvraag, maar als de jury er na twee uur overleg nog niet uit is, zal hij maximaal twee ‘dissidenten’ accepteren. Wordt de jury het niet eens, dan gaat de verdachte vrijuit, al kan justitie een nieuwe zaak aanvragen.
Langwallner is ook op een fundamenteler niveau voorstander van juryrechtspraak. Het systeem is zeker niet perfect. Zo vindt hij dat complexe fraudezaken niet aan een jury moeten worden voorgelegd en maakt hij zich zorgen over het dalende onderwijsniveau. ‘Maar met al hun gebreken, vormen die juryleden een stuk democratie in de rechtszaal.’
Jurylid Andy, een architect die alleen anoniem in de krant wil (er geldt voor alle leden een zwijgplicht), heeft vooral herinneringen aan het vele wachten. ‘We hebben bijna meer tijd in de jurykamer doorgebracht dan in de rechtszaal. Wachten op een zaak en dan weer wachten totdat juridische discussies tussen rechter, aanklager en advocaat voorbij zijn.’
Andy is er niet van overtuigd dat juryrechtspraak het beste systeem is. ‘De jury waarin ik zat, was een interessante mix van mensen. Sommigen ontvingen een uitkering, anderen leken ongeïnteresseerd. Weer anderen hadden hun eigen bedrijf en vonden dat ze er geen tijd voor hadden’, zegt hij. ‘Ik herinner me een experiment van Channel 4, waarbij ze een oude rechtszaak naspeelden met acteurs en twee aparte jury’s die niets van elkaar wisten. De ene jury veroordeelde de verdachte; de andere sprak hem vrij. Veel hangt af van sterke persoonlijkheden binnen een jury.’
In de rechtbank van Isleworth is de jury na de lunchpauze eindelijk compleet. Terwijl aanklager McKay tekst en uitleg geeft bij de beelden van een steekpartij, maken enkele juryleden driftig aantekeningen alsof ze weer in de schoolbanken zitten. Een enkeling kan een geeuw niet onderdrukken. In een afgescheiden ruimte zit de jonge verdachte, stilzwijgend en netjes gekleed. Zijn lot ligt in handen van zeven vrouwen en vijf mannen – tot een oordeel zijn ze vooralsnog niet gekomen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant