Home

De oorlog in Iran raakt ook Thailand: ‘Het is nu nog erger dan tijdens covid’

In Thailand raakt de verre oorlog in Iran vooral de onderkant van de arbeidsmarkt: boeren, vissers, dagloners, chauffeurs. De regering ligt onder vuur. ‘Hoe meer conflicten in de wereld, hoe meer wij lijden.’

is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit Bangkok.

‘Wij gaan zo weer 30 duizend liter diesel tanken’, verzucht kapitein Saireng van het Thaise visserschip Jor Petchudomsub III. Een volle tank kostte ooit 600.000 baht (16.000 euro), zegt hij staande voor zijn stuurhut, maar nu zal hij meer dan een miljoen baht (26.000 euro) moeten neerleggen.

Veel van zijn collega’s besluiten daarom maar aan de kade te blijven liggen, in de monding van de bruine Tha Chin-rivier ten zuiden van de Thaise hoofdstad Bangkok. Maar zo zit deze 43-jarige schipper niet in elkaar. ‘Misschien hebben we geluk en vangen we grote garnalen.’

Geen beroepsgroep die zo direct wordt geraakt door de Amerikaans-Israëlische oorlog in Iran, zo bleek de afgelopen weken, als de vissers op zee. Rijen dik ligt de Thaise vissersvloot te wachten op betere tijden. En dat werkt weer door in de visverwerkende industrie, de logistieke sector, winkels en restaurants.

Diesel

Diesel is de brandstof van de Thaise economie. Ook de tractoren en waterpompen in de rijstbouw draaien erop, evenals machines in fabrieken en de vrachtwagens en taxibusjes die goederen en mensen vervoeren.

Alle oorlogen in het verre westen zijn een ver-van-mijn-bedshow voor de meeste Thai. Maar toen de Straat van Hormuz dichtging, bleek opeens hoe gevoelig Thailand is voor een verstoring van de olie-aanvoer uit het Midden-Oosten. Het Zuidoost-Aziatische land met 71 miljoen inwoners haalt 58 procent van zijn olie uit de Golfregio.

De dieselprijs begon licht te stijgen en er kwam meteen een run op de pomp. Niet alleen door autobezitters en vrachtwagenchauffeurs, maar ook door verontruste boeren die soms nachtenlang in de rij stonden met een 30-litertank in iedere hand. Veel pompstations raakten leeg en moesten tijdelijk sluiten.

‘Ik heb net twintig stations bezocht, waarvan er twee een beetje diesel verkochten, maximaal 10 liter per klant’, zegt vrachtwagenchauffeur Suchart die zijn grote Isuzu-truck parkeert onder een viaduct in Bangkok.

Hij heeft net een lading pallets afgeleverd bij een verpakkingsfabriek in de provincie Chon Buri. ‘Mijn tank van 180 liter is nu helemaal leeg.’ Het maandinkomen van de logistiek ondernemer is naar eigen zeggen ruim gehalveerd. ‘Door die oorlog in Iran moet ik mijn spaargeld aanspreken.’

Paniek

De Thaise regering heeft wel geprobeerd de paniek te dempen. Bijvoorbeeld door te verzekeren dat de strategische olievoorraad groot genoeg is om het land tachtig tot honderd dagen draaiende te houden. Of door de dieselprijs te subsidiëren met geld uit het Nationale Oliefonds. Dat kostte echter 65 miljoen euro per dag en de overheid besloot vrijdag de dieselprijs noodgedwongen weer los te laten.

De regering overweegt ook een accijnsverlaging en financiële hulp en zachte leningen voor hard geraakte groepen als uitkeringsgerechtigden, vissers, landbouwers en logistieke bedrijven. Zonder effect: de Thai blijven brandstof hamsteren en houden hun hand op de knip.

‘Het is nu nog erger dan tijdens covid’, moppert de 74-jarige verkoper Nataya, die al sinds haar 10de op de befaamde Mahachai-vismarkt staat; tussen bergen mosselen, stapels gezouten makreel en zeebaarzen van 20 kilo die de weegschaal doen doorbuigen.

Wijzend op haar kraam: ‘Ik verkoop nog maar de helft vergeleken met vorige maand. Klanten hebben geen benzine meer om hiernaartoe te rijden, restaurants bestellen minder en steeds meer schepen blijven liggen.’ Nog een opvallende tegenvaller: de plastic zakjes waarin de vis wordt verpakt zijn flink duurder geworden. Want ook de petrochemische industrie is afhankelijk van de Golfregio.

Coalitievorming

De kritiek op de Thaise premier Anutin Charnvirakul zwelt aan. Kennelijk heeft het publiek geen vertrouwen in zijn capaciteiten als crisismanager, stellen waarnemers. De regering is druk met coalitievorming – half april moet er een nieuw kabinet staan – en lijkt achter de feiten aan te hollen. Dat Charnvirakul de autobezitter de schuld geeft van de crisis – ‘hamsteraars’ – heeft kwaad bloed gezet. Een fotoshoot waarop de premier zijn das afdoet, want de airconditioning op kantoor moet landelijk naar 26 graden, bewijst volgens sommigen dat hij nog in de campagnestand staat. De regering is niet bezig met het verminderen van de kwetsbaarheid van de Thaise economie.

Volgens onderzoeker Nonarit Bisonyabut van het Thailand Development Research Institute is het brandstoftekort niet het enige effect op korte termijn. Thailand importeert volgens hem veel chemicaliën uit de Golfregio, waaronder zwavel, die nodig zijn voor de productie van kunstmest. ‘Dat heeft directe gevolgen voor de inkomsten van veel huishoudens’, mailt hij. Boeren die de dure kunstmest even laten zitten, zullen dat later merken bij de oogst.

Zorgen zijn er ook onder de exporteurs van bijvoorbeeld Thaise jasmijnrijst naar het Midden-Oosten en onder horecaondernemers en touroperators die merken dat er een stuk minder toeristen uit Europa en de Golfregio arriveren (minus 16 procent). Veel vluchten via Dubai of Qatar zijn geschrapt en de overgebleven tickets zijn veel duurder geworden (tot 250 procent). Voor het naderende Songkran-festival, half april, waar honderdduizenden Thai en buitenlandse bezoekers elkaar met waterpistolen te lijf gaan, bieden hotels inmiddels kortingen tot 50 procent.

Op langere termijn, verwacht onderzoeker Bisonyabut, zijn de effecten op de Thaise economie minimaal – mits de premier zijn strategische oliereserves verstandig inzet, goed communiceert met het publiek en de oorlog in Iran niet langer duurt dan drie tot vier maanden. Als de crisis langer aanhoudt, zijn er volgens hem structurele veranderingen nodig: sneller overstappen op schonere energie, of juist tijdelijk weer teruggaan naar het verbranden van steenkool, wellicht beginnen met de bouw van kleine kerncentrales en het wijzigen van hele productieketens. Ook overstappen op biologische kunstmest verkleint de Thaise kwetsbaarheid.

In de vissershaven aan de Golf van Thailand bereidt schipper Saireng zich weer voor op een tocht van twintig dagen. Meer dan honderd kilometer uit de kust, met elf man, op een houten boot van 21 meter. ‘We begonnen twintig jaar geleden als jonge mannen, maar inmiddels hebben we allemaal een gezin en dus hebben we ons salaris hard nodig.’ Op zijn telefoon kan hij soms het nieuws volgen aan boord. Zijn mening over de oorlog in Iran: ‘Hoe meer conflicten in de wereld, hoe meer wij lijden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next