Doe-het-zelffilm Op eigen houtje een speelfilm maken en verspreiden is in opkomst in Nederland. Dat levert goede én zeer succesvolle films op. „Ze weten dat de barbaren voor de poort staan en halen de ophaalbrug op.”
Gijzelnemer Durk (Lourens van den Akker) schiet erop los als hij een politie-inval vreest in 'Lulk'.
Je kan prima films maken zonder subsidie: in 2024 werd Loverboy: Emoties Uit op eigen kracht de best bezochte Nederlandse film. Doe-het-zelffilms zijn in opkomst: wandelfilm The North begon vorig jaar als een streamer op een website en werd na internationale aandacht alsnog een succesvolle bioscoopfilm. Deze maand zijn er Lulk en Porte Bagage.
Lulk – Fries voor boos – is een verdienstelijke Friestalige misdaadthriller die zich afspeelt in een banklokaal in zuurstokkleuren waar metaalbewerker Durk de directeur, een influencer en goedzak Bauke gijzelt. Durk eist drie ton in bitcoin, maar eigenlijk kan hij gewoon niet tegen ongelijkheid; Lulk begint met een Frans de Waal-filmpje over een aapje dat in razernij ontsteekt als hij met een plakje komkommer wordt afgescheept voor werk waarvoor een ander aapje een lekkere druif krijgt.
Lulk kan bogen op een fraai escalerend scenario met sterke dialogen; acteur Thom Hoffman hapte toe, Arjan Ederveen speelt een bijrol. Maker Janko Krist: „Zij worden hier niet rijk of beroemd van, maar vonden het script gewoon leuk en mij ook.” Maar het Filmfonds, dat samen met de publieke omroepen in Nederland centraal staat in de filmproductie, gunde Lulk zelfs geen scriptbijdrage. „Ik zou nog geen handtekening hebben, het komt erop neer dat ik onderaan de ladder moet beginnen: studentenfilm, korte film. Maar ik ben 44 jaar en ken mensen die in die Filmfonds-molen zitten. Werken in het café of supermarkt, in je vrije tijd filmplannen maken en na weer een afwijzing volgend jaar opnieuw proberen. Dat is geen pretje.”
Dan gewoon maar zelf doen: Lulk is Krists tweede film na Stjer, een actiefilm met de Friese band Hûnekop. Die trok in 2021 15.000 kijkers in Friesland voor een Covid-golf verdere vertoning onmogelijk maakte. Lulk draaide Janko Krist met een mini-crew in een oud schoolgebouw in Gorredijk, zijn budget van 70.000 euro verzamelde hij bij de provincie, Omrop Fryslân en cultuurstichtingen.
Het voordeel van zo’n no-budgetfilm: niemand bemoeit zich ermee. En dan kan je een misdaadfilm als Lulk maken: spannend en „een beetje slim”. Daar ontbreekt het aan, denkt Krist: er gaapt in Nederland een gat tussen publieksfilms – „veel te vaak stupide formulewerk dat zijn publiek onderschat” – en arthouse „waar het al snel gaat over rouw en doodgeboren kinderen”.
Krist sprak een dramaturg van de NPO, die hem verzekerde dat hij nooit de scherpe kantjes uit een script haalt – om dat vervolgens bij Lulk direct te proberen. Krist: „Halverwege sterft iemand onverwachts en nogal schokkend, net als ze een beetje begrip voor elkaar krijgen. Hij zei: ‘niet doen!’ Maar dat maakt de tweede helft juist spannend, alles is opeens mogelijk.”
De Nederlandse filmwereld is een gesloten ecosysteem van Filmfonds, omroepen en erkende producers, denkt Krist. „Ze weten dat de barbaren voor de poort staan en halen de ophaalbrug op. Maar je kan nu al heel goedkoop een film maken en distribueren, en AI komt eraan. Ik werk zelf in de tv-wereld en weet nog dat wij dachten: die vloggers en influencers kunnen nooit op tegen onze professionele tv-redacties. Maar YouTube is nu veel groter dan tv, met de film zie ik ook zoiets gebeuren.”
Het is al gaande: Nederlandse filmhits hebben nu al vaak influencers in de hoofdrol, die hun volgers goedkoop mobiliseren: De film van Rutger, Thomas en Paco trok vorig jaar bijna net zoveel bioscoopgangers als Voor de Meisjes. In de VS was er onlangs het succesverhaal van ‘gamefluencer’ Markiplier, die voor 3 miljoen dollar op eigen houtje scifihorrorfilm Iron Lung maakte, die bijna 50 miljoen dollar verdiende.
Twee vrienden op weg in de Schotse Hooglanden in ‘The North’.
Je hebt wel een achterban nodig, een basis. Is dat Friesland voor Lulk, succesverhaal The North kon vorig jaar terugvallen op de wandelwereld. Voor nog geen 80.000 euro maakte regisseur Bart Schrijver een film over twee oude vrienden op hike in de Schotse hooglanden: manager Chris is gearriveerd, Luis nog zoekende. Ze distribueerden The North eerst via hun website, de Britse krant The Guardian kreeg er lucht van en kwam met een 4-ballenrecensie, waarna de film een bioscooprelease kreeg en 130.000 tickets verkocht in de Benelux. The North was de enige Nederlandse film op de shortlist voor de prestigieuze European Film Awards.
Producer Arnold Janssen legt uit dat film voor zijn bedrijf Tuesday Studio aanvankelijk niet alleen het doel was, maar ook een middel om een adressenbestand van wandelfanaten op te bouwen dat weer nuttig was voor outdoorbedrijven. Een daarvan zorgde voor de spullen – tenten, schoenen – van The North, als product placement.
De makers zijn zelf fanatieke hikers en deelden voor een habbekrats de Schotse ontberingen van Chris en Luis: regen, kou en knutjes. Door het succes van The North kon Janssen alsnog 60.000 euro op de rekeningen van die ‘schandalig onderbetaalde medewerkers’ storten, zelf doet hij zijn oude baan in IT-recruitment nu parttime. De plannen? Nog drie hikefilms en vijf horrorfilms, waaronder een horrorwandelfilm van Schrijver.
In Porte Bagage, nu in de bioscoop, is de basis de Nederlands-Marokkaanse gemeenschap, al trekt de film ook Nederlands arthousepubliek, zegt Asma El-Fassi, die de film met haar broer Abdelkarim maakte. In de film rijdt de familie Idrissi hun dementerende vader in een blauw busje naar zijn geboorteplaats Al Hoceima. Net als vroeger; onderweg komen herinneringen boven, en onderhuidse wrevel over mantelzorg en broer-zusrelaties. „Met z’n allen in zo’n busje naar Marokko kan je niet aan elkaar ontsnappen.”
De familie Idrissi treft een Marokkaanse agent in ‘Porte Bagage’.
Porte Bagage, een warme, elegante roadmovie, kreeg wel steun van het Filmfonds: een ‘low budget’-bijdrage van 450.000 euro. Een hoop geld vergeleken met Lulk of The North, maar weinig voor een film die op locatie in Marokko, Nederland, Frankrijk en Spanje werd opgenomen, zegt Asma El-Fassi.
Marketing en distributie deden de El-Fassi’s zelf. Vorig jaar draaiden er 542 films in de Nederlandse bioscopen; ze zijn allang weg voor mond-op-mondreclame zijn werk kan doen. Daar gelooft El-Fassi in, dus organiseerden ze in september een theatertournee met Porte Bagage, waarbij cabaretier Nabil Aoulad Ayad sprak over het verlies van zijn vader. Ze deden dat eerder met documentaires als Mijn Vader de Expat (2014), waar ze een e-mailbestand van 13.000 namen aan over hielden. „Zo’n theatertournee creëert schaarste”, zegt Asma El-Fassi. „Je kan de film maar op één plek zien. Mensen gaan erover praten, anderen worden nieuwsgierig.”
De tournee trok 28.000 bezoekers, op zich al een behoorlijke score voor een Nederlandse arthousefilm. Bioscopen raakten geïnteresseerd: deze maand draait Porte Bagage in 47 zalen. Het oude distributiemodel – poster, interviews, recensie – werkt niet meer echt voor films als Porte Bagage, denk El-Fassi. Die moeten hun publiek zelf optrommelen. En dat kan dus.