In ‘Klasse’ noemt de Duitse filosoof Hanno Sauer klassenverschil het belangrijkste onderscheid tussen mensen – belangrijker dan huidskleur of sekse. Om te voorkomen dat ‘de haves en havenots verder uit elkaar komen te liggen’ is het tijd voor actie. Maar hoe dan?
is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.
De Duitse filosoof Hanno Sauer (43) is een man van vele privileges. Geboren in een goed nest, hoogopgeleid, wit en met zijn gezin wonend in een welgestelde, kindvriendelijke wijk in Düsseldorf, zo eentje waar voor elke deur een peperdure bakfiets staat en waar het stikt van de uitmuntende scholen.
Dat juist hij in zijn nieuwste boek over het maatschappelijk fenomeen klasse moest schrijven lag niet direct in de lijn der verwachtingen, vertelt Sauer op een zaterdagochtend in maart via een videoverbinding vanuit zijn werkkamer.
‘Er zijn de nodige boeken verschenen van auteurs, bijvoorbeeld opgegroeid in een arm eenoudergezin, die in hun werk als het ware de hogere klassen bespioneren’, zegt Sauer. ‘Ze schrijven vanuit het perspectief van de sociale klimmer. Ik maak juist meteen duidelijk dat ik schrijf als iemand die zelf uit de elite afkomstig is. Ik hanteer doelbewust een wat snobistische stijl, ik wil de lezer imponeren met het gebruik van dure termen, om duidelijk te maken hoe klassenverschillen kunnen insluiten en uitsluiten.’
Beperken we ons tot Nederland: veel van de recente werken over klasse komen van auteurs die zichzelf van een dubbeltje naar een kwartje omhoog wisten te werken, en die een doorleefd insidersperspectief bieden op de hogere en lagere klassen.
Denk aan Milio van de Kamp, docent sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, die in zijn boek Misschien moet je iets lager mikken (2023) schrijft over zijn verleden als kind uit een gebroken eenoudergezin; of politicoloog en publicist Tim ‘S Jongers die in Armoede uitgelegd aan mensen met geld (2024) zijn armoedige jeugd in België paart met een analyse van klassenverschillen, en de gevolgen daarvan.
Hoe verklaart u het dat boeken over klasse vaak worden geschreven door auteurs die opgroeiden in een minder geprivilegieerde klasse?
‘Ik kan dat niet met zekerheid zeggen, maar ik vermoed dat het te maken heeft met de angst om voor controverse te zorgen. Het ligt gevoelig om over klassenverschillen te schrijven als je zelf uit de elite afkomstig bent. De pijnlijke effecten van klassenverschillen zouden alleen naverteld kunnen worden door mensen die dat aan den lijve ervaren hebben. Ik trek mij daar weinig van aan door meteen mijn kaarten op tafel te leggen.’
Sauers boek Klasse, over het gelijknamige onderwerp, verscheen deze week in Nederlandse vertaling. In Duitsland geldt Sauer als ‘de nieuwe ster van de publieke filosofie’, aldus het Zwiterse tv-programma Sternstunde Philosophie. Hij maakte eerder naam met internationaal vertaalde en toegankelijke werken over moraliteit, zoals Moraal - Goed en kwaad van prehistorie tot polarisatie.
In Duitsland was lange tijd nauwelijks belangstelling voor klassenverschillen. Net als Nederland heeft Duitsland zichzelf lange tijd een klassenloze samenleving kunnen wanen vanwege uitstekende sociale voorzieningen – onderwijs, gezondheidszorg – die voor iedereen toegankelijk zijn. Nu die voorzieningen ook in Duitsland onder druk staan, worden de scheidslijnen tussen de verschillende klassen steeds duidelijker.
In Duitse pers werd Klasse over het algemeen welwillend ontvangen. De krant Die Zeit noemde Sauer, een ‘scherpe, maar ook een heerlijk arrogante waarnemer’ die in ‘bonte kleuren een aanschouwelijk beeld schetst van het extreme klassenkarakter van alle samenlevingen’.
Het socialistische blad Jacobin moest minder van Sauers boek hebben en noemt het een ‘oppervlakkige theorie’, vooral gericht op hoe klassenverschillen via statussymbolen worden uitgevochten.
Met een zekere bombastische stelligheid poneert Sauer dat klassenverschillen voor het grootste onderscheid tussen mensen zorgen, meer nog dan racisme, seksisme of validisme (de discriminatie van mensen met een fysieke, psychische of verstandelijke beperking).
Dat moet u even uitleggen. Klassenverschillen zijn belangrijker dan racisme of seksisme?
‘In de afgelopen tien jaar is er veel debat gevoerd over onze omgang met kwetsbare minderheden. Ze zijn het slachtoffer van racisme, seksisme en validisme. Dat klopt, daar zijn ze zeker het slachtoffer van. Maar nog belangrijker, zo geloof ik, is dat ze vooral het slachtoffer zijn van vooroordelen over lagere klassen.
‘Er zijn bijvoorbeeld studies waarin proefpersonen foto’s worden getoond van mensen in verschillende kledingstijlen. Daaruit bleek dat mensen vaker negatieve oordelen hebben bij mensen in wat je arbeiderskleding zou kunnen noemen, en positiever denken over mensen in een net pak. Dat gebeurde ook als de mensen op de foto’s iemand van kleur waren: ze werden negatiever beoordeeld als ze arbeiderskleding aan hadden, en positiever als ze een pak droegen.’
Oké, laten we iemand nemen als Barack Obama. Een zwarte man in pak. Toch wordt hij continu racistisch bejegend.
‘Ja, hij heeft met racisme te maken, maar toch denk ik dat er iets anders onder ligt. Hij heeft aan Harvard gestudeerd, praat heel gedragen, in zware morele termen. Veel mensen voelen zich daardoor betutteld door hem. Vervolgens uiten ze zich in racistische termen over hem, maar daaronder ligt in de eerste plaats een bepaalde klassevijandigheid – van wrok van mensen uit de lagere klassen richting iemand uit de hogere klasse.’
In zijn boek legt Sauer zich erbij neer dat er altijd klassenverschillen zullen bestaan. Het idee van Karl Marx, grondlegger van het communisme, dat een klassenloze maatschappij binnen handbereik zal zijn als alle materiële middelen gelijk verdeeld worden over de mensen, acht Sauer naïef. Klassenstrijd zal er altijd zijn, bijvoorbeeld door je eigen klasse te markeren door ‘woke’-taal, of door afgunstig te loeren naar mensen die net iets meer dan jij hebben.
Wel gelooft Sauer dat er manieren zijn om de nadelige gevolgen van klassenverschillen – afgunst, het gevoel dat er op je wordt neergekeken – enigszins te verlichten. Aan het eind van zijn boek doet Sauer tien wenken. De belangrijkste is zijn voorstel aan de politiek om ‘kunstmatige overvloed’ te creëren.
‘Ik vrees dat klassenverschillen in de toekomst alleen maar groter zullen worden, de haves en havenots zullen verder uit elkaar komen te liggen. Wat een overheid dan kan doen is om in ieder geval ervoor te zorgen dat onze sociale voorzieningen van topkwaliteit zijn en voor iedereen toegankelijk. Slechts een heel klein select groepje mensen zal in staat zijn om een appartement te kopen aan Central Park West in New York, maar Central Park zelf is er voor iedereen.
‘Andere voorbeelden: openbare zwembaden en openbaar vervoer van hoge kwaliteit, en voor iedereen betaalbaar. Dat zijn publiek toegankelijke middelen waar veel meer in geïnvesteerd moet worden zodat mensen het idee blijven houden dat niet alles klasseafhankelijk is.’
Welke van de andere tien voorstellen zou u prioriteit willen geven?
‘Het vergroten van wat ik noem egalitaire ethos. Bijvoorbeeld door het vermijden van taal waar classicisme in doorklinkt. Let er maar eens op hoe makkelijk het over ‘tokkies’ gaat in Nederland. Dat is taal die klassenverschillen in stand houdt en vergroot. Met name kinderen worden hiervan de dupe, omdat ze al vroeg te horen krijgen hoe mensen in lagere en hogere klassen moeten worden geplaatst aan de hand van taal.’
Een ander deel van het boek beslaat Sauers verkenning van de statusangst onder de hogere klassen, en hoe die zich door taal, gebruiken en materiële middelen van anderen proberen te onderscheiden.
‘Klassen bestaan niet naast elkaar, ze bestaan bovenop elkaar in hiërarchische volgorde. Met name bovenop zie je hoe de hogere klassen hun status proberen te bestendigen en elkaar beconcurreren door materiële en immateriële goederen. Lifestyle en cultureel kapitaal zijn enkele van de middelen waarmee die concurrentie wordt uitgevochten, maar dat gebeurt ook via het hebben van belangrijke sociale contacten, via uiterlijk. Door het ‘juiste’ soort geld te hebben.
‘Simpel voorbeeld: een steenrijke pooier of bankovervaller heeft weinig aan zijn geld om zijn klassenstatus te verbeteren, het zendt alleen maar de verkeerde signalen uit. Maar erf je geld of een chic landgoed, dan zend je het signaal uit dat je uit een goede familie komt, dat je waarschijnlijk met goede manieren bent opgevoed.’
Sauer komt tijdens deze verkenning onder meer uit bij de zogeheten aretocratie. In Nederland zouden we ze de havermelkelite noemen, de (jonge) grootstedelijke mensen, die veel van het cultureel kapitaal in handen hebben, maar steeds minder materiële rijkdom. Het zijn de culturele zzp’ers, de freelancende journalisten, de academici die van tijdelijke aanstelling naar tijdelijke aanstelling hoppen.
Omdat zij in materiële zin het onderspit delven tegenover de klasse boven hen, de huisjesmelkers, de boomers die er warmpjes bij zitten, probeert de aretocratie op andere manier zijn status te doen gelden. Volgens Sauer wanen ze zichzelf de ‘morele avant-garde’ die constant ‘woke’ taal inzet om de eigen voortreffelijkheid te benadrukken en om hun ‘hogere’ klassenstatus te benadrukken.
‘Het zijn de mensen die er op staan dat je het over bipoc (afkorting voor zwarte mensen, inheemse mensen en mensen van kleur, red.) hebt als je mensen van kleur bedoelt, dat je ‘onbehuisden’ zegt als je dakloze mensen bedoelt.
‘Dit soort dwingende wokeness en identiteitspolitiek is een resultaat van de statuscompetitie binnen de hogere klassen, met grote maatschappelijke gevolgen. Ik denk dat je hieruit de radicaal-rechtse backlash in Europa kunt verklaren. Mensen voelen dat er op ze wordt neergekeken door een klasse die – bij gebrek aan een groot huis, een goed betaalde baan – met taal de rest van de samenleving probeert te onderwerpen.’
Maakt u ook niet een beetje een karikatuur van deze zogenaamde aretocratie?
‘Misschien vind je het een karikatuur, maar er zit ook een kern van waarheid in. Waar je ook kijkt in Europa, in elke grote stad heb je wel een zichtbare culturele elite die met taal en gebruiken duidelijk maken dat ze zichzelf een moreel verheven klasse vinden. Ja, vanuit radicaal-rechts worden dat soort groepen uit politiek opportunisme uitvergroot, maar dat wil niet zeggen dat het helemaal niet bestaat.’
Het klinkt toch als een wel erg cynische kijk op de motieven van deze aretocratie. Alsof ze er alleen maar progressieve taal en ideeën op na houden om er zelf beter van te worden.
‘Kijk, ik ben niet een van die anti-woke types. Ik ben er niet op uit om de mensen die ik onder de aretocratie schaar belachelijk te maken. Hun emancipatiestrijd heeft ook veel goeds voortgebracht: seksisme is nu een veel groter taboe geworden. Maar toch, enig cynisme kan geen kwaad om de zaken helder te zien. De inzet van moreel zware ‘woke’ taal wordt nu eenmaal ingezet uit een soort competitiedrang. Dat daaruit ook goede dingen voortkomen staat buiten kijf en wil niet zeggen dat beide dingen niet waar kunnen zijn.’
Een andere manier waarop de aretocratie en andere groepen uit de hogere middenklasse hun elitaire status vormgeven, zo beschrijft Sauer, is door ‘caviar cope’: je verkneukelen om de vermeende slechtheid en immoraliteit van superrijken. Waar de hogere middenklasse naar de klasse beneden trapt met ‘woke’ taal, daar trapt het via caviar cope juist naar boven.
‘Vroeger had je natuurlijk ook bizar rijke mensen, maar die konden hun leven redelijk afgeschermd leiden. Tegenwoordig speelt het openbare leven zich veel meer online af, we weten meer van elkaar, en ook meer van de mensen die ontzettend rijk zijn. En dat is vooral voor de hogere middenklasse lastig om te zien. Dat zijn mensen die wellicht 200 duizend euro per jaar verdienen, maar die daar wel zeventig uur per week voor moeten werken. Het maakt ze ontzettend afgunstig om mensen te zien die nauwelijks iets hoeven te doen voor hun miljoenen, die van alles geërfd krijgen.’
Hoe uit deze caviar cope zich?
‘Bijvoorbeeld door je te verlustigen aan tv-series als Succession, The White Lotus, en de film Triangle of Sadness. Het is allemaal een soort pornografie over zogenaamd slechte, rijke mensen. Het zijn tv-series en films die bedoeld zijn om voor een catharsis te zorgen: na afloop kun je je er bij neerleggen dat er rijkere mensen dan jij bestaan, in de wetenschap dat het allemaal corrupte ellendelingen zijn.’
Er zitten geen schaduwkanten aan die rijkdom?
‘Natuurlijk wel. Als een heel rijk iemand besluit om kwaad te doen, dan zijn de gevolgen ook onmiddellijk enorm. Denk aan Harvey Weinstein, denk aan Elon Musk. Ben je arm en doe je kwaad, dan zijn de gevolgen relatief minder groot. Maar het idee dat rijkere mensen ook slechter zijn, is fijn om onze statusangst mee te sussen, maar het heeft niet met de werkelijkheid te maken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant