Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Kim van der Weij (37) was nog een ‘puppy’ toen ze het drama met een moeder en een baby in de Bijenkorf aanschouwde.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘In de Amsterdamse Bijenkorf had een vrouw haar baby vanaf de vierde verdieping naar beneden gegooid, daarna was ze er zelf achteraan gesprongen. Ik was pas 18 jaar, werkte net drie maanden op het bureau Beursstraat daar vlakbij, en wilde ernaartoe. Frank, de brigadier naast wie ik zat te werken, pakte me vast en zei: ‘Kim, dit wil je niet zien.’
‘Veel collega’s en andere hulpdiensten gingen ter plaatse. De Bijenkorf moest worden ontruimd en de hele Dam leeggeveegd, want daar ging een traumahelikopter landen. Continu klonk het verzoek om meer collega’s. Toen zei Frank: ‘Oké, ga maar.’
‘Ik rende de Bijenkorf in. De begane grond was helemaal leeg, de liften en roltrappen stonden stil. Ik ging met grote stappen via de roltrap omhoog. Op de eerste verdieping stond collega Tino. Ik liep naar hem toe om te vragen wat ik kon betekenen, en zag achter hem die moeder liggen met een enorme hoofdwond, en die baby, en een zee aan gele uniformen van ambulancemedewerkers die druk bezig waren.
‘‘Wil jij de getuigen meenemen naar het bureau?’, vroeg Tino. Links en rechts van de slachtoffers stonden enkele klanten en personeelsleden, duidelijk in shock, met wit weggetrokken gezichten en een lege, holle blik. Ik vroeg of ze wilden meekomen en zag, toen ik terugliep, dat er een laken over dat baby’tje werd getrokken. Dit klopt niet, dacht ik in mijn naïviteit, want als de ambulance er is, komt het altijd goed. Ik voelde een woede naar die moeder en had veel vragen: zo’n weerloos hummeltje, waaróm?
‘Terwijl ik die getuigen verzamelde, zag ik een collega geëmotioneerd tussen de kledingrekken hangen. Ik trok hem overeind en zei: ‘Jij gaat ook mee naar het bureau.’
‘Buiten, achter het afzetlint, stond heel veel pers. Journalisten duwden camera’s en microfoons in mijn gezicht en vroegen: ‘Wat is er binnen gebeurd?’ Ze gingen niet voor ons aan de kant en ik dacht: ga weg, hou je kop, deze getuigen hebben net iets verschrikkelijks meegemaakt, laat ons met rust, wat een walgelijke mensen zijn jullie. Over de portofoon vroegen collega’s om hondengeleiders op de Dam, omdat niemand wilde vertrekken en de heli niet kon landen. Er was complete chaos.
‘Op het bureau nam ik de verklaring op van een getuige. Ze vertelde dat ze een doffe klap hoorde, omkeek en die baby zag liggen, en meteen wéér ‘poef’ hoorde. Ik dacht: wow, dit is wel erg heftig allemaal. Op dat moment kwam Frank weer aanlopen. ‘Kim’, zei hij, ‘dit werk laten we over aan de andere collega’s.’ Hij haalde me daar weg, vroeg hoe het met me ging en toen moest ik huilen. Hoewel hij zo’n tikkie norse oude rot was tegen wie ik erg opkeek, kreeg ik een knuffel van hem.
‘Een collega van Jeugd en Zeden wilde met me praten over wat er was gebeurd. Ik vond zijn vraagstelling nogal bot en ongeïnteresseerd, terwijl ik zelf hoog in de emotie zat. Toen kwam Frank weer, en zei: ‘Jij moet haar nu even met rust laten.’ Heel fijn, want zelf durf je zoiets niet te zeggen, als puppy die net komt kijken.
‘Tijdens het debriefen vertelde iedereen wat hij had meegemaakt. Over de paniek en de chaos, de boze klanten die zich moeizaam lieten wegsturen omdat ze wilden winkelen, over de getuige die zag hoe die moeder op de vierde verdieping haar baby over de balustrade hield en losliet, en er daarna zelf overheen klom.
‘Toen Tino, ook zo’n ouwe rot, aan de beurt was, schoot hij vol. Die dag leerde ik dat je niet stoer hoeft te doen, je mag bij de politie jezelf zijn en je emoties tonen. Ik werd beschermd, collega’s zijn op zulke momenten echt een warme familie.
‘En er komen antwoorden. Uit het systeem bleek dat de vrouw psychische klachten had en de zorg daarin had gefaald. Die moeder dacht dat de wereld een slechte plek was, en deed wat zij dacht dat het beste was voor haar kindje. Mijn boosheid verplaatste naar het zorgkader, ik kon het een plek geven. Dat is belangrijk, dat vermindert de onmacht die je voelt: wij hadden dat kind moeten redden.
‘Onmacht is het ergste wat je als politieagent kunt voelen. Je wilt handelen, oplossen. Ik heb in de afgelopen negentien jaar geleerd om heftige meldingen positief te maken: ik kon die persoon niet redden, maar heb er alles aan gedaan om te helpen.
‘Ik ging ooit bij de politie voor de spanning, actie, toeters, bellen, boeven vangen. Maar ik weet nu dat hulpverlenen het mooiste en belangrijkste is van ons werk. In de donkerste momenten van burgers zijn wij vaak lichtpuntjes die steun verlenen. Daar put ik kracht uit.’
Praten over zelfdoding kan gratis, anoniem en 24/7 bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie : 0800-0113. U kunt ook chatten op www.113.nl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant