Energiecrisis Het grondstofrijke Algerije profiteert financieel van de hogere gasprijs. Maar een duurzame strategie is het niet: het Noord-Afrikaanse land leunt zwaar op de markt van fossiele brandstoffen en is daardoor gevoelig voor prijsschokken.
De Algerijnse premier Sifi Ghrieb (rechts) verwelkomt de Italiaanse premier Giorgia Meloni bij haar aankomst in Algiers.
Toen Rusland begin 2022 de gaskraan langzaam dichtdraaide na de grootschalige invasie van Oekraïne, konden westerse landen niet snel genoeg bij Algerije aankloppen. Eind maart, een maand na die invasie, was de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken al in Algiers. Halverwege april volgde de Italiaanse premier Mario Draghi en begin september ging de toenmalige voorzitter van de Europese Raad Charles Michel langs om de energiebelangen van de gehele Europese Unie te behartigen. De Algerijnse gasinkomsten stegen dat jaar met 75 procent.
Zo’n vier weken na het begin van de Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iran en de daaropvolgende Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz, waar veel olie en gas doorheen gaat, is dezelfde reflex te zien. Afgelopen woensdag was de Italiaanse premier Giorgia Meloni op bezoek in Algiers, een dag later drukte de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken José Manuel Albares de hand van de Algerijnse president Abdelmajid Tebboune. Hoewel het bezoek van Meloni al voor de oorlog in Iran gepland was, kwamen beiden naar het Noord-Afrikaanse land met een duidelijk doel: afspraken maken over extra gasleveranties. Met de gasdollars binnen handbereik ontving Algiers hen met open armen.
Dat Europa naar Algiers kijkt voor gas is niet gek: Algerije is de grootste gasproducent van het Afrikaanse continent, zo blijkt uit cijfers van het Internationaal Energieagentschap. Op wereldschaal is het land de negende grootste producent, achter Noorwegen en voor Saoedi-Arabië. Europa is een grote afnemer van dat gas. Volgens Eurostat importeerde de EU vorig jaar 17,4 procent van haar gas uit Algerije, dat daarmee de grootste leverancier is na Noorwegen (met 52,1 procent van het gas).
Italië en Spanje zijn de grootste kopers van die groep. Beide landen zijn ook via een directe pijpleiding verbonden aan Algerije. Ruim 30 procent van de Italiaanse gasvoorziening komt via de Trans-Mediterranean pijpleiding vanaf het Hassi R’Mel-gasveld in Algerije naar Noord-Italië – een klein deel komt in de vorm van lpg per schip. Dat is belangrijk voor Italië, dat in zijn energievoorziening nog in grote mate op gas leunt.
Hoewel de Spaanse energievoorziening voor een veel groter deel uit hernieuwbare bronnen bestaat, haalde Madrid vorig jaar zo’n 35 procent van zijn gas uit Algerije via de Medgaz-pijplijn, die bij hetzelfde Algerijnse gasveld begint en uitkomt in de zuidelijke regio Andalusië. Er gaat nu dagelijks zo’n 28 miljoen kubieke meter gas door die pijplijn, de landen hebben afgesproken dat op te schalen naar de maximale capaciteit van 32 miljoen kubieke meter. Er loopt ook een pijplijn vanuit Algerije via Marokko naar Spanje, maar die heeft Algiers vijf jaar geleden gesloten vanwege diplomatieke spanningen met het buurland.
De hoge gasprijs – een stijging van meer dan 60 procent sinds de blokkade van de Straat van Hormuz – en de toegenomen vraag naar Algerijns gas maken Algiers een grote winnaar van de oorlog in het Midden-Oosten. Hetzelfde gebeurde in 2022, toen Algerije fors meer verdiende aan gas, zonder heel veel extra te exporteren. Dat gaf de regering de mogelijkheid om de overheidsuitgaven in het daaropvolgende jaar bijna te verdubbelen, bestedingen die vooral ten goede kwamen aan defensie, uitkeringen voor werklozen en de publieke sector.
De Italiaanse premier Mario Draghi (links) in 2022 op bezoek bij de Algerijnse president Abdelmadjid Tebboune in Algiers.
Ook nu zal de gestegen gasprijs, die hoger ligt dan in 2022, de Algerijnse regering financiële ademruimte geven. Hoeveel ze precies extra zullen verdienen hangt af van de afspraken die er gemaakt worden, maar daarover is nog weinig bekend. Wel schreef persbureau Bloomberg dat Sonatrach – het Algerijnse staatsenergiebedrijf – Italië extra brandstof op de spotmarkt wil laten kopen. Dat is de markt waar grondstoffen direct worden verhandeld en geleverd, tegen de marktprijs van dat moment. De prijzen liggen dus een stuk hoger dan de prijzen die zijn overeengekomen in langdurige contracten – en dat is in het voordeel van Algerije.
Gezien zijn gasvoorraden heeft Algiers een sterke onderhandelingspositie. Dat geldt ook voor buurland Libië, dat over de grootste olievoorraden van Afrika beschikt, al wordt Algerije gezien als een politiek stabielere partner. Ook in de gesprekken met Spanje zou Algerije erop staan de huidige marktprijzen toe te passen, en in deze situatie is de Algerijnse onderhandelingspositie extra sterk.
De diplomatieke relatie tussen de twee landen kwam in 2022 onder druk te staan toen Madrid de Marokkaanse positie steunde in het geopolitieke geschil tussen Marokko en Algerije over de soevereiniteit van de Westelijke Sahara. Algerije verbrak daarop de vriendschapsband met Spanje. Buitenlandminister Albares moest tijdens zijn bezoek dus niet alleen energieafspraken maken, maar eerst zorgen voor verzoening. Dat is volgens de minister gelukt: „Vandaag kan ik zeggen dat de vriendschap en het partnerschap tussen Spanje en Algerije een nieuwe fase hebben bereikt”, verklaarde hij na afloop van zijn bezoek tegenover het Spaanse persbureau EFE.
Maar hoe voordelig de hoge gasprijs ook is op korte termijn, het is geen duurzaam verdienmodel voor Algerije. Zijn energiesector is verantwoordelijk voor 95 procent van de export, 60 procent van de overheidsinkomsten en ruim 30 procent van het bbp. Dat maakt Algiers in grote mate afhankelijk van de energiesector en daarmee gevoelig voor prijsschokken – een gevaarlijke positie nu veel Europese landen hun gebruik van fossiele brandstoffen afbouwen en de energievoorziening diversifiëren.
Door een jarenlang gebrek aan investeringen in de gassector kan Algerije bovendien niet snel opschalen om aan de toegenomen vraag te voldoen. Tegelijkertijd stijgt ook de interne energiebehoefte: Algerije produceerde vorig jaar ongeveer twee keer zoveel gas als het zelf gebruikte, maar het gebruik van de 47 miljoen inwoners neemt toe. Daarbij komt dat Algerije jaarlijks ook voor zo’n 50 miljard dollar aan goederen importeert. Als de energieprijzen hoog blijven, zullen ook de prijzen van deze producten toenemen. Deze zogeheten importinflatie kan de voordelen van de hoge gasprijzen (deels) tenietdoen.
Giorgia Meloni tijdens haar bezoek aan Algiers met president Abdelmadjid Tebboune.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen