Home

In de afgelegen bergen van Zuid-Polen leven inwoners het langst – wat is hun geheim?

‘Blauwe zone’ In het Poolse Bieszczady-gebergte, in het zuidoosten van het land, worden Polen het oudst. Volgens leden van de seniorenvereniging in het stadje Lesko is dat te danken aan het voedsel dat ze grotendeels zelf produceren, de natuurlijke omgeving en sociale contacten „We leven alleen, maar zijn niet eenzaam.”

Een groep senioren komt dagelijks een paar uur samen in het stadje Lesko. Ze organiseren uitstapjes en andere activiteiten. Uiterst rechts zit de 92-jarige Apolonia Fracek, begin februari.

Apolonia Fracek is nog helemaal niet klaar met het leven. De 92-jarige weduwe heeft een droom: ze wil een grote eigen tuin, waar ze groenten en fruit kan verbouwen. „Dan kan ik lekker tuinieren, want fysieke arbeid houdt de mens gezond”, zegt de oud-onderwijzeres tijdens de dagelijkse bijeenkomst van de seniorenclub in de Poolse stad Lesko. „Ik kan uren tuinieren. Soms verdraai ik mijn heup, maar dan doe ik thuis wat rek- en strekoefeningen en draai ik ’m weer goed”, zegt ze bloedserieus.

Fracek woont in een appartement in de stad en doet alles zelf. Boodschappen. Koken. Schoonmaken. Vijf keer per week gaat ze naar de seniorenvereniging. Ze is de oudste van de eenendertig leden, maar dat weerhoudt haar er niet van om het hoogste woord te hebben. Bij de seniorenclub is ze druk met koffieleuten, kletsen, en knutselen. In mei staat een Rummikub-wedstrijd op het programma met de concullega’s van de seniorenvereniging in Lódz. Dus moet er worden getraind. Een extra Rummikub-spel is inmiddels aangeschaft.

En zo’n reisje naar Lódz – vierhonderd kilometer verderop – een hele onderneming? Nee joh, de seniorenvereniging maakt elk jaar minimaal vier van die uitstapjes door Polen. „Ons hele leven werkten we, zorgden we voor de kinderen en hadden we geen tijd”, zegt Halina Salik (80). „Nu we met pensioen zijn, hebben we eindelijk tijd en willen we niet de hele dag thuis zitten, maar wat zien.”

De club is er ook om een oogje in het zeil te houden. „We vinden steun bij elkaar bij ziektes, overlijdens en familieproblemen”, zegt Fracek. Salik valt haar bij: „We leven alleen, maar zijn niet eenzaam.”

En zo denken alle senioren erover bij de seniorenvereniging in Lesko, een Pools stadje in de meest zuidoostelijke hoek van het land – vlak bij de grens met Oekraïne en omringd door het Bieszczady-gebergte. In deze regio worden Polen het oudst. De Poolse krant Gazeta Wyborcza kopte al dat deze regio mogelijk het Japanse Okinawa – een van de vijf wereldwijd aangemerkte ‘Blauwe Zones’ waar de meeste gezonde honderdjarigen wonen – is van Polen. Vrouwen worden hier zo’n anderhalf jaar ouder (83,5 jaar) dan in de rest van Polen (82) en mannen zelfs twee jaar (76,7 tegen 74,7 jaar in de rest van Polen).

Tegelijkertijd is dit volgens recent onderzoek de op één na slechtste regio om te wonen in Polen, vanwege het grote gebrek aan basisvoorzieningen. Wat is het geheim van de langstlevende Polen uit de slechtst-bewoonbare regio in het Bieszczady-gebergte?

Niet alleen achter de knutseltafel

Bij de seniorenvereniging is het om elf uur ’s ochtends al druk. Twaalf van de 31 leden zijn op komen dagen op deze winterse woensdag. Op tafel ligt het resultaat van hun dagelijkse ontmoetingen: breistukjes, paasversieringen, droogbloemen, sieraden, plakboeken. „Mevrouw Anna Rettinger is de creatieve, zij verzint elke keer wel wat en leert ons nog bij”, zegt Fracek. Maar denk vooral niet dat ze alleen achter de knutseltafel zitten. Vorig jaar kwam de politie langs voor een cursus ‘zelfverdediging tegen dieven’. „Meneer, dat was geen statisch gesprek”, vertelt Rettinger, terwijl ze foto’s laat zien uit het plakboek. „We werden op matten gegooid en gingen rollebollend over de vloer.”

Leeftijden benoemen ze hier op hun eigen manier. „Nog twintig jaar tot de honderd”, zegt Antoni Nowak (80). Mannen zijn in de minderheid bij de seniorenvereniging. „Elke man kan kiezen uit drie of vier vrouwen”, zegt Salik. „Want wij zijn allemaal weduwen.” En het heeft effect. Uit de seniorenvereniging is vorig jaar een nieuw koppel ontstaan – dat is getrouwd. Sindsdien komen ze niet meer, klinkt het. En er gaan geruchten dat twee andere leden ook romantische afspraakjes houden buiten de club om.

De senioren komen dagelijks bijeen in een ruimte die ze op eigen initiatief huren.

De 80-jarige Antoni Nowak in zijn appartement in Lesko. Hij is sinds zes jaar weduwnaar en woont alleen. Hij heeft een passie voor oude klokken, die hij zelf repareert.

Nowak gaat elke dag naar bijeenkomsten met andere gepensioneerden. Jadzia, een vriendin van hem uit deze groep, geeft hem vaak potten met eten, deze dag komkommersoep.

Het geheim voor hun gezondheid? „Hier op de hoek is een kebabzaak geopend”, zegt Krystyna Borowy (78). „Daar komen wij dus niet.” Hier maken ze hun eten nog zelf – voor het hele jaar voorruit. „In het buitenland noemen ze dat bedorven eten”, zegt Salik. „Bedorven kool, bedorven augurken, bedorven melk. Maar dat ingelegde zure voedsel is juist gezond.”

En bewegen. Helena Pirog (80) wandelt elke dag. „Zes tot tien kilometer.” En ze is niet de enige, in de hoek van het seniorencentrum staan nordic walking stokken. „Ik moet dagelijks 7.000 stappen zetten van de applicatie op mijn telefoon”, onderbreekt Leszek Wanielista (76) het gesprek terwijl hij zijn mobieltje toont. En hoewel het deze ochtend vroor en de trottoirs vol ijs liggen, is dat geen reden om thuis te blijven. Fracek: „En beste meneer, wij wonen in de bergen dus wandeling is heuvelop en af.”

Mensen moeten zelfredzaam zijn

Op het kantoor van de burgemeester van Lesko (elfduizend inwoners) klinkt ook een ander verhaal. „We leven in de bergen, hebben de natuur en schone lucht, maar het leven is hier ook zwaarder”, zegt Adam Sarski. „Mensen moeten wel zelfredzaam zijn, anders redden ze het niet. Ze hakken zelf hun hout voor de kachel, hebben vaak nog een waterput naast hun huis.” Daarnaast kan het weer onvoorspelbaar zijn, zijn de afstanden naar veel voorzieningen groot en zijn de meeste kinderen vertrokken. „Ongeveer een kwart van onze gemeenschap is pensioengerechtigd – en veel jongeren vertrekken want er is weinig werk. Dus de bevolking krimpt én wordt steeds ouder.”

En dat heeft gevolgen voor de toekomst. Lesko heeft nog een klein ziekenhuis – maar bijna alle afdelingen zijn gesloten. Ook de kraamafdeling. Zwangere vrouwen in de omgeving moeten zo’n honderd kilometer rijden om te bevallen. „Vorig jaar is daardoor een vrouw bevallen in de ambulance onderweg naar het ziekenhuis”, zucht Sarski.

Sarski (35) was 28 toen hij burgemeester werd. Nadat hij jarenlang in Brussel woonde voor werk, ging hij terug naar zijn geboortegrond, hij wilde wat veranderen in de stilstaande regio. Er is hier geen industrie, weinig bedrijvigheid en ook het toerisme is beperkt vergeleken met Zakopane in het Tatra-gebergte. Als kale, volgetatoeëerde, partijloze kandidaat bleek dat een flinke uitdaging in de conservatieve regio die trouw op het nationaal-conservatieve PiS stemt.

Burgemeester Adam Snarski van Lesko op zijn kantoor.

Lesko ligt in de regio van het Bieszczady-gebergte in het zuidoosten van Polen.

„Ik voerde oorlog met PiS, kreeg tegenwerking van door PiS verkozen rechters én werd door de regionale priester met de nek aangekeken”, vertelt Sarski. „Toch won ik mijn eerste verkiezingen met 70 procent van de stemmen. Trottoirs en wegen zijn niet partij-afhankelijk”, lacht Sarski, die vier keer per week in de sportschool te vinden is.

In Cisna, een paar dorpen verderop, zit ook een jonge burgemeester aan het roer: Dariusz Wethacz (38). Ook hij was jaren in het buitenland werkzaam (Canada), is sportief – „ik deed de ultramarathon van 240 kilometer en 7.200 hoogtemeters in 39 uur” – en wilde bij terugkomst zijn gemeente veranderen. Hij zegt hetzelfde als zijn collega: „Iedereen is zelfredzaam, omdat we ver weg zijn van alles.” In zijn gemeente van dertienhonderd bewoners is geen supermarkt – de dichtstbijzijnde is 45 minuten rijden. „In november waren we twee dagen ingesneeuwd, dus kon niemand weg”, zegt Wethacz. Maar klagen doet niemand. De voorraadkast is gevuld met weckpotten vol jams, paddenstoelen en groenten, iedereen heeft wel kippen, konijnen of andere potentiële eiwitrijke maaltijden.

Yoga voor gepensioneerden

Ook in Cisna is de seniorenvereniging actief. Eenmaal in de week is er yoga om acht uur ’s ochtends voor gepensioneerden. Er is een zangkoor, dat meedoet aan internationale evenementen, er zijn koffiemomenten en elke zaterdag komen ze samen en brengen ze zelfgemaakt eten mee. 

Maar de seniorenvereniging mag geen seniorerenvereniging genoemd worden – het is de vereniging van gepensioneerden. „Sommigen vonden zichzelf nog geen senior, vandaar”, lacht oprichtster Halina Rachwalska (64). Maar er is meer aan de hand met de naam van de verenging. Tecza heet het, regenboog in het Pools – en dat in een gebied waar onder de PiS-regeringen (2015-2023) de meeste anti-lhbti-zones werden opgericht. „Heel Polen zal ons haten om die naam”, lacht Rachwalska. „Maar lhbti’ers zijn kleurrijke personen, net als wij”.

Even daarvoor zong ze nog het luidst in de kerk, bij een van de zes katholieke vieringen deze week. „Ja, het is druk deze week”, beaamt Rachwalska. Maar van het conservatisme in de regio moet ze niks weten. „Een goede gelovige ben je niet door op een bankje in de kerk te zitten, maar juist door je te openen voor andere mensen.”

Eenmaal kreeg ze een opmerking of ze als gelovige wel mocht meedoen aan yoga omdat dat geassocieerd werd met Boeddha. „Hoe moet ik weten of Jezus niet Boeddha was, ik kan het meneer Jezus helaas niet meer vragen.”

De 64-jarige Halina Rachwalska (tweede van links) en haar vriendinnen bezoeken doordeweeks de avondmis in het Poolse Cisna.

Rachwalska was 33 jaar de kokkin van de plaatselijke school en kent daardoor iedereen. „Ik ben ieders tante.” En zo gedraagt ze zich ook. „Mensen moeten het huis uit. ‘Eruit!’, zeg ik ze en haal ze op.” Deze seniorenvereniging is misschien nog wel actiever dan die van Lesko. Vier keer per jaar gaan ze naar het buitenland. „Ik bel de burgemeester, hij regelt een bus voor ons en dan gaan we. Bijvoorbeeld naar de badhuizen in Boedapest, want het water is daar warmer dan hier”, grapt ze.

Verzorgingstehuizen zijn er beperkt en alleen voor de mensen die 24-uurszorg nodig hebben. De meesten wonen hier nog op zichzelf en helpen elkaar. Nowak – verzamelaar van ruim driehonderd klokken – repareert de naaimachines van de dames en krijgt er dagelijks een maaltijd of weckpot met ‘bedorven’ inhoud voor terug. „Koken kan ik niet, theezetten lukt me nog net.”

Ook Zofia Zdanowicz (84) woont nog in haar grote vrijstaande houten huis. Ze had het idee om daar een seniorenhuis te maken waar zij met haar 94-jarige slechthorende vriendin kon wonen én een verpleger. Maar het idee van een verpleger in haar huis vond ze maar niks. Hoewel ze Parkinson heeft – en nauwelijks haar rug kan buigen – blijft ze actief. Dagelijks doet ze oefeningen op haar skippybal en doet ze armoefeningen met elastische touwen.

De 84-jarige Zofia Zdanowicz sport elke dag om in conditie te blijven. Ondanks haar ziekte van Parkinson heeft ze plannen om te reizen.

Haar grote wens is een reis naar Nieuw-Zeeland, maar dat gaat haar waarschijnlijk niet meer lukken. Dus trok ze naar de plaatselijke boekhandel waar een gesprek plaatsvond met een auteur die een boek had geschreven over het land: „Ik vertelde hem dat hij mijn reis was naar Nieuw-Zeeland.”

Hoewel velen nog thuis wonen op hoge leeftijd, is het eerlijke verhaal ook dat velen hun kinderen nabij hebben of steunen op hun zorg. Nowak krijgt regelmatig bezoek van zijn dochter, Zdanowicz woont naast haar kinderen en eet daar dagelijks. Bovendien wonen de meeste negentigplussers in de winter bij hun kinderen in de stad.

Eén van de oudste vrouwen, de 97-jarige Maria Molczan, werd in de Poolse media geportretteerd als een vrouw die nog alles zelf doet: van houthakken tot de ramen lappen. Maar op haar erf staat een groot huis van haar kinderen blijkt tijdens een bezoek. Dat had de Poolse krant niet vermeld.

Voor de achterblijvers zonder steun van hun kinderen is altijd ‘tante’ Rachwalska er nog. „Ik trek iedereen het huis uit”, zegt Rachwalska. „Want als je thuis zit ga je dood. Eenzaamheid is een stille moordenaar.”

Het stadje Lesko in het zuidoosten van Polen, begin februari.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Ouderen en vergrijzing

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next