De schaduw van de Arnhemse Rijnbruggen schuift over ons heen, we passeren de afslag naar de IJssel, een oud fort aan het Pannerdensch Kanaal en varen bij Spijk het land uit.
Met zeshonderd ton versnipperd afvalhout in het open ruim zijn we op weg naar Wittingen, voorbij Hannover. Eerst een stuk Rijn, dan veel kanaalkilometers. MS Alm is 86 meter lang en de trots van Pieter en Adri Romijn-Fernhout. Sinds 2003 varen ze door Frankrijk, Duitsland en de Benelux.
Vaak met graan of rollen staal. Maar houtsnippers zijn hun specialisme, ook omdat de Alm onder de laagste kanaalbruggen in Duitsland past. In Wittingen worden de snippers meubelplaat. Die vindt zijn weg naar Ikea’s en Lundia’s en wordt ooit opnieuw versnipperd.
Het uit- en inklaren aan de grens is verdwenen, met de parlevinkers, varende winkeliers. Navigeren zonder AIS, waarmee schepen hun gegevens delen, en radar is ondenkbaar. Sturen gaat met een joystick.
Veel bleef ook hetzelfde. Dat varen wordt doorgegeven, bijvoorbeeld. De ouders en grootouders van Adri (51) en Pieter (61) waren ook schippers. En iedereen kent elkaar nog steeds. „Wij zijn een varend dorp”, zegt Adri. Ze spreken rivier-Esperanto: precies genoeg Frans en Duits om met andere schippers, sluiswachters en de waterpolitie uit de voeten te kunnen.
En ze spreken de taal van het water: de rivier die ‘klein’ heet als het water laag staat, en ‘zwaar’ als het zomerbed maximaal is gevuld. De Alm vaart nu stroomopwaarts, en terug ‘te daal’. „Al is dat een germanisme”, zegt Pieter.
Ik vaar mee als betalend passagier; dat kan op een paar schepen. Ik slaap in het voorschip; verder zit ik naast Pieter en Adri die elkaar afwisselen aan het stuur. We bidden voor het eten. En dat we onder de brug passen.
Adri kookt en doet „de buitenboel”: lijnen vastmaken (zij mag „touwtjes” zeggen), schilderwerk, het contact met hun coöperatie en klanten, „en de B&B”. Pieter doet alle techniek; die heeft hij trouwens zelf ontworpen. Voor het zuinige, uitstootarme systeem van de Alm heeft hij een prijs gekregen.
Hij stuurt vanaf zes uur ’s ochtends. Als Adri overneemt mag hij slapen. „Zo hebben de meesten het geregeld”, zegt ze. „Binnen ons bedrijf zijn we van elkaar afhankelijk waardoor onze positie gelijkwaardig is.”
De Alm is hun levensonderhoud, maar maximale winst maken is geen doel. „Het schip is van ons, wij zijn niet van het schip”, zegt Pieter. „Ik erger me als mensen zeggen: naar die bruiloft of verjaardag kunnen we niet, want wij zijn schippers. Ja, er zijn restricties maar er kan ook veel.”
Op vrijdagen takelen ze hun auto van boord, laten het schip achter en rijden naar huis, in Hasselt. „We doen niets liever dan varen, maar het weekend is voor de kinderen”, zeggen ze. Toen ze klein waren voeren ze mee, van hun drie kinderen zitten er doordeweeks nog twee op het schippersinternaat. „Je schenkt je kinderen het meest door er zoveel mogelijk voor ze te zijn”, zeggen ze.
En op zondagavond rijden ze weer naar hun schip. Als de houtsnippers zijn gelost, zullen ze met wegenzout terugkeren.
Zal een kind de Alm ooit overnemen? „Ik zal ze nooit onder druk zetten”, zegt Pieter. „Maar ik wil ze wel op een goeie manier de kans geven.”
Hans Steketee doet elke maandag ergens vanuit Nederland verslag
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen