Home

Om techbedrijven in te tomen moeten rechter, overheid en gebruiker in actie komen

is hoofdredacteur en commentator van de Volkskrant

Door een rechterlijke uitspraak in de VS kunnen de grote techbedrijven ineens wél aansprakelijk worden gesteld voor de schade die ze aanrichten. Dat is een belangrijke stap in de aanpak van hun ondermijnende invloed.

Terwijl Donald Trump de grote Amerikaanse techplatformen geen strobreed in de weg legt, heeft een jury in Los Angeles nu wel een duidelijke streep getrokken. Instagram en YouTube richten met hun verslavende algoritmen een spoor van vernieling aan, luidt het oordeel. Om te beginnen moeten ze een schadevergoeding betalen aan een jonge vrouw die daardoor ernstige psychische schade heeft opgelopen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

De uitspraak mag gerust een revolutie worden genoemd, sommigen vergelijken het met de aanpak van de tabaksindustrie. Ook die hield lang vol dat hun producten niet slecht voor de gezondheid waren en niet verslavend. Pas in de jaren negentig maakten rechters daar gehakt van.

Sociale media zijn samenlevingen op zich geworden. Geen leuke samenlevingen, zeker niet als het over het maatschappelijk debat gaat. Mensen met de grootste mond, met de standpunten die de meeste negatieve emoties oproepen, krijgen de meeste ruimte. Donald Trump is hier een product van.

Maar waar andere samenlevingen in de loop der tijd regels hebben gesteld om schreeuwers een toontje lager te laten zingen en de zwakkeren te beschermen, heerst op de sociale media anarchie, waardoor haat eindeloos kan blijven groeien en de democratie wereldwijd wordt uitgehold.

Van de socialemediabedrijven zelf hoeft geen enkel heil te worden verwacht. Ze zijn in een felle concurrentiestrijd verwikkeld en maken hun algoritmes alleen maar verslavender. Ze hebben geen enkele prikkel om de geestelijke gezondheid van hun gebruikers serieus mee te wegen.

Dagelijks zijn er voorbeelden van totale desinteresse. Ook dit weekend weer. Als het herdenkingscentrum Auschwitz-Birkenau zich zorgen maakt over de verspreiding van nepbeelden van de Holocaust via sociale media, neemt Meta niet eens de moeite te reageren.

Overheden proberen wel grip te krijgen op de techgiganten. Zeker de EU gaat voorop in regelgeving, maar die maakt vooralsnog weinig indruk. Steeds meer landen voeren daarnaast een socialemediaverbod voor jongeren in. Oostenrijk was eind vorige week de laatste met een socialemediaverbod tot 14 jaar.

In de VS krijgen grote bedrijven vaak alle ruimte van de overheid, waardoor ze alleen met harde rechtszaken kunnen worden beteugeld. Dat gebeurde eerder niet alleen bij de tabaksindustrie, maar ook bij de farmaceuten die zeer verslavende pijnstillers op de markt hadden gebracht, waaraan uiteindelijk honderdduizenden Amerikanen bezweken.

Big tech waande zich tot nu toe beschermd door een wet uit 1996 die bepaalt dat ‘interactieve computerdiensten’ niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de informatie die anderen erop plaatsen, maar die bescherming blijkt nu niet onbegrensd. De techbedrijven zijn misschien niet verantwoordelijk voor de inhoud, maar wel voor de verslavende algoritmen die schadelijke inhoud rondpompen, oordeelt de jury. Dat is een belangrijke verandering.

De schade aan de samenleving en de democratie laat zich lastig hard maken in een rechtszaak. Wie big tech in de VS wil aanpakken is daarom gedwongen zich te richten op de schade aan het individu. De verwachting is dat de jongste rechterlijke uitspraak een golf aan rechtszaken en schadevergoedingen in gang zal zetten.

Te hopen valt dat de grote techbedrijven tot inkeer zullen komen, maar waarschijnlijk gebeurt dat alleen als ook overheden én gebruikers laten zien dat ze de ondermijnende invloed van de grote platforms niet langer accepteren en die op alle mogelijke manieren proberen tegen te gaan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next