Home

De jaren negentig
Het decennium van het designoptimisme

Voor nostalgie was geen tijd in de jaren negentig, het decennium van technologisch designoptimisme. Zouden we nu niet juist weer wat van dat opbeurende vooruitgangsgeloof kunnen gebruiken?

Door Jeroen Junte

Een cruciaal ontwerpdetail is dat de behuizing semitransparant is, waardoor de kabels, de ventilator en de printplaten deels zichtbaar zijn. Dat betekent een revolutie: digitale technologie is niet langer iets onzichtbaars en ongrijpbaars, maar een functioneel hebbeding.

De status van gebruiksvriendelijk huishoudapparaat wordt versterkt door de vrolijke kleuren van de behuizing. En wat voor tinten: niet rood, maar strawberry. Ook niet groen, oranje of blauw, maar lime, tangerine en grape. Met als uitschieter: graphite – zelfs kantoorgrijs is opeens sexy. Kortom, met de iMac G3 is de computer een stijlvol designobject geworden.

In het eerste jaar worden er meteen anderhalf miljoen stuks verkocht, ondanks de forse prijs van 2.500 gulden. Het dan kwakkelende Apple is in één keer back in business. De iMac G3 is het product waarmee Apple de letter i introduceert – de i van internet. Dat deze desktop de comeback van Steve Jobs aan het roer van Apple markeert, daar kan niemand omheen.

Misschien wel net zo belangrijk is Jonathan Ive,de ontwerper van de iMac G3. Hij zal ons later ook de iPhone, de iPod en al die andere gestroomlijnde i-snufjes schenken. Met de onweerstaanbare mix van intuïtief gebruiksgemak én gelikte esthetiek geeft de Britse ontwerper niet alleen smoel aan Apple, maar verandert hij en passant de rol van technologie in ons dagelijks leven. Dat maakt Ive niet alleen dé ontwerper van toen, maar ook de meest invloedrijke productvernieuwer van onze tijd.

Kortom, als er één design is dat de jaren negentig definieert, dan is het de iMac G3. Deze computer is meer dan een innovatief ontwerp: het is een baken van technologisch optimisme, een metafoor voor een verwachtingsvol tijdperk. Of zoals Francis Fukuyama het verwoordde in zijn The End of History and the Last Man (1992): na het verdwijnen van de Muur en apartheid zal een verenigd Europa en een vrije markt niets dan eeuwigdurende democratie en economische voorspoed brengen. Voor nostalgie is geen tijd.

Dit optimisme van met name Fukuyama is, zeker sinds Poetin en Trump, al veelvuldig bespot en als naïef terzijde geschoven.Tegelijk werkt het optimisme van de populaire cultuur van de jaren negentig nog steeds aanstekelijk. Het was, zeker in design, bijkans het laatste decennium dat er nog vooruitgangsgeloof was, een omhelzing van technologische middelen, van vrolijkheid, lichtheid en humor.

Het is grappig om te constateren dat optimisme al in de popcultuur ontstond vóórdat de nineties in een economische (internet)boom losbarstten en er ook in het echte leven reden voor vooruitgangsgeloof leek te zijn. Alsof de populaire cultuur, en ook design, eigenhandig deze omslag van de grond tilden.

Het vooruitgangsgeloof wordt in 1990 direct gemarkeerd met een digitale mijlpaal: Photoshop. 

Deze software, die in 1990 zijn intree doet, maakt het mogelijk thuis op de Apple Macintosh (de voorloper van de iMac G3) foto’s en andere beelden te retoucheren, corrigeren en manipuleren.

Het ontketent een beeldrevolutie waarvan het eindpunt nog steeds niet in zicht is.

Opeens kan iedereen een filter over de werkelijkheid leggen – lippen worden voller en spierballen groter, terwijl tailles kleiner en neuzen smaller worden.

‘Photoshoppen’ wordt een werkwoord. Over verwrongen schoonheidsidealen heeft niemand het dan nog. Als rond 1995 de eerste digitale fotocamera’s op de markt komen, kan iedereen ook nog eens zijn eigen beelden in een handomdraai uploaden en bewerken. Een foto zal nooit meer vanzelfsprekend echt zijn. Zelfs op de inrichting van de huiskamer is Photoshop van invloed met een fantasievolle computeresthetiek. Het kleurenpalet is synthetisch, materialen zijn glad en gepolijst en vormen zijn grillig, bijna onnatuurlijk.

Een voorbode van jaren vol neonlicht, geometrische hysterie, felle contrastkleuren en metallics is al tien jaar eerder begonnen met de oprichting van designcollectief Memphis in Milaan. Aangevoerd door sterontwerper Ettore Sottsass (1917–2007) worden alle grenzen van degelijk ontwerp getart. Kasten steunen op Romeinse zuilen met wanden van glanzend laminaat. Een tafel is van chroom, glas én plastic. Stoelen hebben asymmetrische zittingen en armsteunen in verschillende pastelaccenten. Memphis plaveit hiermee de weg voor de digitale turbo-esthetiek van het daaropvolgende decennium.

1995: Italy - 20th century. Ivory Side Table. Reconstituted veneer, plastic laminate and glass. Designer Ettore Sottsass for Memphis Milano, 1985. (Photo By DEA / A. DAGLI ORTI/De Agostini via Getty Images)

Waar Memphis zelf altijd avant-garde bleef in de jaren tachtig, sluit dit less is a bore-design naadloos aan bij het collectieve gevoel van vrijheid na de val van de Muur. Voeg daar nog een vleugje hedonisme aan toe van de opkomende house en techno, die elektronische muziek van de toekomst, met ecstasy als bevrijdende designerdrug. Het resultaat is dan een expressieve explosie van kleur en vorm in het interieur.

Zelfverwezenlijking is dé woontrend. Niet voor niets komen nieuwe interieurbladen op die dit verlangen naar een groots en meeslepend interieur beantwoorden. Elle Decoration wordt in 1990 gepresenteerd, evenals het eerste woonprogramma Je Eigen Huis op RTL4, de zender die een jaar eerder commerciële televisie introduceerde in Nederland – hoe nineties wil je het hebben? De WoonRai opent in 1993 en in 1995 maakt ‘mister nineties’ ontwerper Jan des Bouvrie zijn eerste tv-woonprogramma.

De Jack Light van de Britse Tom Dixon is een lichtgewicht kruis in vrolijke kleuren dat de consument zelf kan stapelen. 

Het doorschijnende kunststof object verspreidt een zacht, diffuus licht. 

Met de heldere geometrie en industriële uitstraling is deze stapellamp zowel een functionele lichtbron als een sculpturale installatie.

Ook vintage jaren negentig is Lucellino van Ingo Maurer, de Duitse ontwerper die het ouderwetse peertje verheft tot een theatrale verbeelding van een vogel. De gloeilamp zelf is het lichaam; aan de fitting zitten twee vleugels met ogenschijnlijk echte veren. De lichtgevende vogel zweeft als een vlieger aan twee stroomdraden, waarmee de stand van de vogel kan worden aangepast van omhoog scheren naar duikvlucht.

Nieuwe expressieve designlabels breken door. De Italiaanse meubelproducent Kartell introduceert de industriële toepassing van innovatieve kunststoffen. De Ghost Chair van Philippe Starck, waaraan bijna een half decennium wordt gesleuteld, is een zwierige barokstoel, maar dan van doorzichtig polycarbonaat, volledig uit één stuk. De combinatie van klassieke vormen en hypermoderne materialen levert een oersterk en toch fragiel meubel op dat een soort instapluxe uitstraalt.

Maar dé stoel van de jaren 1990 is de Lockheed Lounge Chair van Marc Newson. De futuristische stoel oogt als de vloeibare metalen robot uit Terminator 2 (1991), en bestaat uit ruim tweeduizend aluminium plaatjes, die stuk voor stuk zijn gekromd, gehamerd en gepolijst en met ouderwetse popnagels aan elkaar zijn geklonken. Het is voor het eerst dat deze geavanceerde techniek uit de vliegtuigbouw – vandaar dat Lockheed in de naam zit – wordt toegepast bij een meubelontwerp.

Wereldberoemd wordt de glanzende stoel vooral door Madonna’s videoclip van haar wereldhit Rain (1993). Design is een vitaal onderdeel geworden van de populaire cultuur, gelijkwaardig aan popmuziek, film en mode. Dat geldt ook voor architectuur.

Het meest iconische gebouw van de jaren negentig staat in Bilbao: het Guggenheim Museum (1997) van de Amerikaanse architect Frank Gehry.

Als een ruimteschip ligt het gebouw in de stad. De gekrulde gevel van titanium weerkaatst het zonlicht als visschubben.

De constructie moet worden berekend met 3D-software uit de luchtvaartindustrie.

Deze spektakelarchitectuur wordt gretig opgepikt door een nieuwe generatie Nederlandse ‘starchitects’. Ben van Berkel maakt van de Erasmusbrug (1996) in Rotterdam een vloeiend sculptuur met een complexe geometrische vorm, dat in alles uitstraalt dat het niet op schetspapier maar op een beeldscherm is ontstaan. De Kunsthal in Rotterdam krijgt van architect Rem Koolhaas verschuivende wanden en opgebroken vloeren. Industrieel staal en beton worden afgewisseld met goedkoop plastic en zelfs boomstammen. Het lijkt wel een Photoshop-collage.

In het interieur wordt deze brug tussen ambachtelijke levenslust en technologische efficiëntie geslagen met de Philips Alessi-lijn uit 1995. Het Nederlandse Philips produceert tot dan toe kille elektronica in grijs en zwart, met rode en groene ledlampjes. Om aansluiting te vinden bij de nieuwe tijd wordt de Italiaanse designfabrikant Alessi benaderd. Hun vrolijke, bijna emotionele gebruiksvoorwerpen transformeren apparaten tot belevenissen: een waterketel met een fluitend vogeltje, een kurkentrekker in de vorm van een ballerina.

Door deze filosofie veranderen de grijze Philips-apparaten in kleurrijke hebbedingetjes. Een blender lijkt op de maanraket van Kuifje. Een waterkoker oogt als een mintgroene papegaai met een schenktuit als snavel en een handgreep als hoofdkam. De eivormige broodrooster is zo geel als een eierdooier.

Toch slaan de producten niet aan. Traditionele Philips-klanten vinden ze raar en te duur, terwijl Alessi-liefhebbers ze zien als zielloze massaproducten. Elektronica als lifestyle-item is zijn tijd net te ver vooruit. Maar het effent het pad voor de ‘design-driven’ productontwikkeling van Apple. Zelfs Steve Jobs en Jonathan Ive moeten de koddige keukengadgets van Philips en Alessi hebben gezien. Want welke cd-roms zitten in de iMac G3? Precies, die van Philips.

De opmars van technologie in de huiskamer is aan het einde van het millennium niet te stuiten. De eerste flatscreen-tv’s verschijnen op de consumentenmarkt, voor duizenden euro’s. Met de komst van dvd en Dolby Surround Sound verandert de woonkamer in een handomdraai in een thuisbioscoop. Of in een speelhal – in 1994 wordt de PlayStation gepresenteerd.

Hightech huisraad is het nieuwe statussymbool. Muziek wordt afgespeeld met de minimalistische Bang & Olufsen BeoCenter 3000 of beter nog met een 9500, een gestroomlijnde kast van gepolijst aluminium en zwart glas zonder zichtbare knoppen. Maar achter de futuristische façade schuilen een tuner, cassetterecorder en cd-speler.

Aan het einde van de vorige eeuw lopen digitaal én analoog nog door elkaar. House en techno worden gemaakt met elektronische samplers en drumcomputers, maar dj’s rijgen ze op vinyl aaneen tot meeslepende verhalen. Nintendo en PlayStation scheppen nieuwe virtuele werelden, maar worden nog altijd met joysticks en controllers in de hand gespeeld.

Digitale technologie wordt draagbaar, en dankzij de Tamagotchi, Furby, GameBoy en andere gadgets, nog fun ook. De mobiele telefoon transformeert van een schoudertas met een hoorn aan een krulsnoer tot futuristisch designobject. In 1996 komt Nokia met de 8110, een strak zwart doosje met een ingenieus klepje dat het toetsenbord bedekt. Neo uit The Matrix (1999) krijgt zijn wake-upcall op dit toestel. Een ouderwets belletje dus. Geen videocall of pushbericht. Want internetten doe je thuis, op de iMac G3.

Misschien is dat de echte spirit of the nineties: de laatste fase waarin we niet permanent online zijn, maar nog bewust het internet opgaan. En eenmaal daar zijn we onverminderd opgewekt. Big data en deepfakes bestaan nog niet en sociale media zijn nog echt sociaal.

Het einde van die onschuldige pre-smartphone jaren wordt vaak toegeschreven aan 11 september 2001, wanneer vliegtuigen zich in het World Trade Center en het Pentagon boren. Vanaf die dag zou de wereld nooit meer hetzelfde zijn. Maar het werkelijke einde volgt eigenlijk pas vier weken later, zonder dat iemand het doorheeft: op 1 oktober wordt in Japan het eerste commerciële 3G-netwerk ter wereld uitgerold. Het is het begin van een draadloos bestaan waarin we altijd en overal online zijn. Datzelfde jaar wordt de productie van iMac G3 stopgezet.

Omdat ze mooier en beter zijn: 35 designspullen, tips en ideeën uit of van Nederlandse bodem

Meer dan dertig producten, bedacht, ontwikkeld en gemaakt in Nederland met volop aandacht voor mens en natuur.

Er gloort hoop voor de toekomst van dvd’s: ‘Algoritmes geven alleen meer van hetzelfde’

De bijna uitgestorven dvd leeft voorzichtig weer op, ook onder jongeren. Tot vreugde van verstokte verzamelaar Alex Mazereeuw, want zonder de schijfjes zijn liefhebbers overgeleverd aan wispelturige streamingdiensten. Daar is het aanbod klein en gaat filmgeschiedenis verloren.

The Sims bestaat 25 jaar: hoe een praktisch huissimulatorspel de intrede van de vrouwelijke gamer betekende

‘Woohoo’ op de familiecomputer of iemand laten verdrinken in een zwembad: voor spelers van levenssimulatiespel The Sims zijn het bekende scenario’s. Sinds het spel 25 jaar geleden zijn intrede deed in de wereld van de videogames, kreeg het miljoenen vrouwen en meisjes aan het gamen. Hoe kan dat?

Source: Volkskrant

Previous

Next