Hoeveel verbruikt een straaljager? Hoe vervuilend is het beton dat nodig is voor wederopbouw? En wat betekent een hogere olieprijs voor de energietransitie? De klimaateffecten van een oorlog in drie fasen.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Stap in een gemiddelde benzineauto, trap het gaspedaal in en rijd achthonderdduizend rondjes om de aarde. Boek twaalf miljoen retourtjes naar Barcelona met het vliegtuig. Of zet 1,2 miljoen koeien een jaar lang buiten in de wei.
Dát moet hem zo ongeveer zijn: de koolstofafdruk van alleen al de eerste twee weken oorlog in Iran. Volgens een deze week verschenen academische inschatting kostte de aanval op Iran die eerste veertien dagen al een slordige 5 miljoen ton aan naar koolstofdioxide omgerekende broeikasgassen. Als de bombardementen een land waren, zou het in ongeveer net zo’n hoog tempo broeikasgassen uitstoten als heel Nederland.
Dat is nog een ruwe schatting, zegt zelfstandig onderzoeker naar de klimaateffecten van oorlog Lennard de Klerk, aan de telefoon vanuit Italië. ‘Maar de uitstoot van conflicten is wel een kant van de zaak die vaak over het hoofd wordt gezien’, zegt hij. ‘Mensen die met oorlog bezig zijn, hebben schijt aan hun CO2-uitstoot’, merkt ook klimaatwetenschapper Guido van der Werf (Wageningen Universiteit) droogjes op.
Nou goed: ‘Je hebt plussen en minnen’, tekent Van der Werf aan. Een oorlog betekent immers ook stilvallende economieën, schepen die niet varen en vliegtuigen die aan de grond blijven. Maar anderen wijzen op de oorlog in Oekraïne: vliegtuigen bleven niet zozeer aan de grond, maar vlogen om. Dat kostte juist méér brandstof, zo’n 8 miljoen ton CO2-uitstoot in 2023 erbij, volgens een analyse in vakblad Nature.
Wat betekent het voor het klimaat als hoogtechnologische legers elkaar te lijf gaan met bommen en granaten en straaljagers die er in een uurtje 5.600 liter brandstof doorheen jagen? En misschien nog belangrijker: wat zijn de klimaatgevolgen op de langere termijn?
Definitieve antwoorden op die vragen zijn er nog niet. Maar de beschikbare aanwijzingen zijn weinig bemoedigend: wat er vandaag gebeurt in het Midden-Oosten, kan verstrekkende gevolgen hebben voor hoe snel de hoeveelheid broeikasgassen in de dampkring oploopt. Een overzicht in drie fasen.
Op de gespecialiseerde satellietbeelden die hij doorgaans gebruikt voor onderzoek naar natuurbranden kan hij ze zien, vertelt hoogleraar Van der Werf. Kleine, roodgele pitten tegen een egale, donkere achtergrond, in en rondom Iran.
Het zijn de branden van de oorlog. ‘Je ziet in dit gebied altijd wel wat hotspots, vanwege het affakkelen van gas’, verduidelijkt Van der Werf. ‘Maar het is nu meer dan anders. En het zit op andere plekken. Als je inzoomt, zie je dat de hittebronnen hier en daar ook in bebouwd gebied zitten.’
Toch is het niet de directe verbrandingsrook die de meeste uitstoot vanaf het slagveld veroorzaakt. Zelfs de door Iraanse raketten getroffen gas- en olie-installaties bij Qatar, Koeweit en Saoedi-Arabië stoten maar weinig uit, vertelt satellietexpert Bram Maasakkers van aardobservatie-instituut SRON. ‘We hebben geen bijzondere methaanuitstoot gedetecteerd die we aan de oorlog kunnen linken. Het is een beetje speculeren, maar het is mogelijk dat installaties zijn stilgelegd.’
De veel grotere CO2-uitstoter is het leger, volgens geopolitiek ecoloog Benjamin Neimark (Queen Mary Universiteit in Londen), drijvende kracht achter het onderzoek naar de klimaatimpact van de eerste twee weken oorlog in Iran. Eén volle tank van een F-35-gevechtsvliegtuig, goed voor 1.200 kilometer bereik, geeft bij verbranding ongeveer 28 ton CO2 af, de koolstofafdruk van twee gemiddelde Nederlanders in een heel jaar.
Een fregat stoot per dag pakweg 250 ton aan CO2 uit, en een tank blaast per gereden kilometer al snel 13 kilogram broeikasgassen uit. In de eerste twee weken alleen al moet er aan militair transport rond het Midden-Oosten voor zo’n 2 miljoen ton aan CO2 de lucht zijn ingegaan.
En dat het inmiddels wat rustiger lijkt: schijn bedriegt, vreest Neimark. ‘Als de wapenarsenalen van de VS en Israël leegraken, zullen de emissies die gemoeid zijn met het bouwen van nieuwe wapens en het verschepen ervan naar de regio weer toenemen’, constateert hij in een toelichting. Defensie blinkt inderdaad niet direct uit in duurzaamheid: circa 5,5 procent van de werelduitstoot aan broeikasgassen komt door legers. Dat is ruwweg twee keer zoveel als de uitstoot door de burgerluchtvaart van de hele wereld.
Lichtpuntje, vanuit klimaatperspectief gezien, is dat de economie hapert door de oorlog en de stijgende brandstofprijzen. En hoe vervelend dat ook is voor werk en inkomen: elke truck die niet uitrijdt, vertaalt zich toch weer naar minder CO2, vertelt hoogleraar ruimtelijke ecologie Max Rietkerk (Universiteit Utrecht) desgevraagd.
‘Tijdens de coronacrisis zag je een heel korte dip in de CO2-uitstoot’, brengt hij in herinnering. ‘Die zal nu deels worden tenietgedaan door de oorlogsuitstoot. Toch denk ik dat als we over tien jaar terugblikken, we dit jaar een kleine afwijking omlaag zullen zien in de uitstoot van broeikasgassen.’
Ter plaatse kan de oorlog een bizar en tegendraads klimaateffect hebben: áfkoeling. Dat gebeurde ook na de Golfoorlog om Koeweit, in 1991. De rook van de massaal in brand gestoken oliebronnen veroorzaakte enorme vervuiling, én minder zonlicht. Zelfs nog honderden kilometers verderop, in het noorden van Saoedi-Arabië, werd het tijdelijk 5 tot 8 graden koeler, bleek jaren later in een academische analyse.
Toch, denkt Rietkerk, gloort er achter de rauwe horror van de oorlog misschien ook een sprankje hoop. ‘Een effect zou kunnen zijn dat veel landen met de neus op de feiten worden gedrukt: we moeten minder afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Het enige wat ik er als positief aan zou kunnen zien, is dat deze crisis landen een extra aansporing geeft om voortvarend door te gaan met de energietransitie.’
Kort na de oorlog zal de uitstoot eerst toenemen, verwacht Neimark. Want wat kapotgeschoten is, moet weer worden opgebouwd. Dat is een zeer CO2-intensieve activiteit: de productie van beton is goed voor een slordige 7 procent van de CO2-emissies van de wereld. Alleen al de aanleg van betonnen beschermingsmuren in Bagdad, nadat het Amerikaanse leger daar was binnengetrokken, gaf een slordige 200 duizend ton aan CO2-equivalenten, becijferde Neimark eerder. ‘Dat is ruwweg equivalent aan de totale jaaruitstoot van uitlaatgassen in het Verenigd Koninkrijk’, aldus Neimark.
In Iran zal herstel van de aangerichte schade van de eerste twee weken alleen al neerkomen op haast 2,5 miljard ton aan broeikasgassen, becijfert Neimark. Dat is zoiets als de jaaruitstoot van 130 duizend Nederlandse huishoudens, om er maar weer eens een draaierig makende vergelijking tegenaan te gooien.
En daarna? Breekt daarna het tijdperk van duurzame bezinning aan, zoals Rietkerk denkt? ‘Je zou het hopen’, zegt milieukundige Detlef van Vuuren (Planbureau voor de Leefomgeving, Universiteit Utrecht) desgevraagd. Maar hij zucht hoorbaar terwijl hij dat zegt: ‘Je ziet ook het omgekeerde. Sommige landen zeggen: we moeten fossiele brandstoffen weer goedkoper maken, kijken of klimaatbeleid afgezwakt kan worden.’
Als voorbeeld noemt hij Italië. Het land, anders dan bijvoorbeeld Spanje toch al nooit kampioen duurzaamheid, vroeg enkele weken geleden bij de EU om de handel in koolstofrechten tijdelijk te staken. Die handel is opgezet om een prijskaartje te hangen aan de CO2-uitstoot, en hoeksteen van het Europese klimaatbeleid. ‘Ik ben een beetje bang dat hoge energieprijzen het draagvlak voor stringent klimaatbeleid kunnen ondermijnen’, zegt Van Vuuren.
Neimark wijst desgevraagd op een andere verontrustende trend: ‘Er zijn al meldingen dat er in Azië veel wordt geswitcht naar steenkool. Lastig om daarvan terug te keren als men dat pad eenmaal is ingeslagen.’ Zo zette Thailand de opmerkelijke stap om zijn kolencentrales weer voluit te laten draaien, in plaats van ze verder af te schalen.
Wat daarachter zit is vloeibaar gas, lng. Veel Aziatische landen zijn voor hun elektriciteitsproductie de afgelopen jaren overgestapt op gas, als tussenstation: schoner dan steenkool, maar stabieler dan zon en wind. Maar na de Russische inval in Oekraïne kreeg het vertrouwen in lng een knauw: opeens begonnen Europese landen het gas voor Aziës neus weg te kopen. En nu is er de oorlog bij Qatar, grootleverancier van lng aan Azië. Veel Aziatische landen zijn afhankelijk van vloeibaar gas dat via de afgesloten Straat van Hormuz uit Qatar moet komen.
‘Steenkool was aan het verliezen’, constateert Van Vuuren. ‘Niet alleen vanwege het klimaat, maar ook in economisch opzicht, omdat gascentrales en hernieuwbare energie goedkoper en efficiënter zijn dan kolencentrales. De laatste twintig jaar is de kolenstook in de meeste landen dan ook afgenomen, onder druk van duurzame opwekking én gas.’
Er is nog iets anders, ‘een blinde vlek’, zegt onderzoeker De Klerk: de herbewapening van Europa, dat zich heeft toegelegd op de nieuwe Navo-norm van 5 procent van het bruto binnenlands product voor defensie. ‘Dat zou onze klimaatdoelstelling weleens in gevaar kunnen brengen’, denkt De Klerk. ‘We weten immers dat de uitstoot van het militaire apparaat enorm is. Alleen wordt daar nog altijd een beetje geheimzinnig over gedaan. Terwijl we de uitstoot van de landbouw of het transport tot achter de komma kennen.’
Lastig te zeggen hoe dat verdergaat, vinden kenners. De ene koers is terugtrekking in een meer fossiele wereld, van steenkool en broeikasgassen stomend militair materieel. De andere koers is een vlucht vooruit, naar hoogtechnologie en duurzaamheid. Veelzeggend: toen de gasprijs na de Russische inval omhoogschoot, koos onder meer Pakistan ervoor om massaal in te zetten op goedkope, Chinese zonnepanelen – kennelijk toch ook een uitweg.
‘Uiteindelijk’, zegt De Klerk, ‘gaat het erom dat we van fossiele brandstoffen afkomen. Anders zitten we bij de volgende energiecrisis wéér in de problemen.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Source: Volkskrant