De Vinex-wijken waren de grootste bouwoperatie in de jaren negentig. Die kregen het stempel ‘saai’, al bleken bewoners dik tevreden. Wat trekt de huizenkopers van nu ernaartoe?
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
De ‘patat en cola van de woningbouw’ noemde toenmalig rijksbouwmeester Wytze Patijn de Vinex-wijken in 1995. De bouw van de wijken, vernoemd naar de vijf jaar eerder verschenen Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra, was op stoom gekomen; het was een spannende tijd. Tot dat moment was volkshuisvesting in hoofdzaak een taak van de overheid geweest. Nu werd die, onder invloed van het neoliberale beleid van de kabinetten Lubbers (1982-1994), uitbesteed aan de – verzelfstandigde – woningcorporaties en de vrije markt. Patijn meende dat het helemaal misging.
De ruim 800 duizend te bouwen woningen, verdeeld over zo’n 120 uitbreidingslocaties bij steden door het land, zouden volgens hem ‘te klein, te saai en beledigend eentonig’ zijn. De betrokken projectontwikkelaars zouden een architectonische visie ontberen en zich ‘conformeren aan de smaak van het gemiddelde’, zijnde patat en cola.
‘Grote middelmaat’, was het oordeel van staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu Johan Remkes in 2000. Het woord Vinex-wijk werd synoniem voor een suffe buurt. Maar ondertussen kwam er uit onderzoek onder de bewoners een verrassend inzicht: ze woonden er eigenlijk hartstikke tevreden. En had zo’n beetje elk bekend architectenbureau – OMA, MVRDV, Wiel Arets – een Vinex-project op zijn naam staan.
Het spectaculaire complex De Sfinxen dat bureau Neutelings Riedijk op de Vinex-locatie Vierde Kwadrant bij Huizen bouwde – vijf met aluminium omklede appartementsgebouwen die als poortwachters in het Gooimeer liggen – kreeg in 2003 zelfs een ereplaats op de omslag van het Jaarboek Architectuur in Nederland.
Nieuwsgierig geworden naar hoe goed of matig de wijken waren, namen architecten Jeroen Mensink en Jelte Boeijenga rond 2007 de proef op de som. Ze bezochten ruim vijftig Vinexlocaties, waar ze in kaart brachten hoeveel rijtjeshuizen, appartementen en vrijstaande woningen er stonden, en inventariseerden de parkeervoorzieningen, het groen en de speelplaatsen.
Ook onderzochten ze de invloed van bestuurders, opdrachtgevers en ontwerpers op de bouwplannen, en maakten een korte beschrijving van elke wijk. Het eindresultaat is het boek Vinex Atlas (2008), waarin zij pleitten voor ‘hernieuwde waardering van de kwaliteiten van de Vinex-wijk’.
Wat die kwaliteiten zijn? ‘Om te beginnen waren we onder de indruk van de schaal van de Vinex-operatie; de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra was een integraal plan voor het land’, zegt Mensink. Het ging om meer dan de bouw van huizen om de woningnood te lenigen. Er was ook geld gereserveerd voor de aanleg van openbaar vervoer en aansluiting op snelwegen, grondsanering en het verplaatsen van kassen, natuurontwikkeling en nieuwe kantoorlocaties. Daartoe sloot het Rijk met 25 stedelijke regio’s contracten. De gemeenten maakten vervolgens samen met stedenbouwkundige bureaus de masterplannen, die architecten uitwerkten.
Doel was om koopwoningen voor de middenklasse te bouwen; maximaal 30 procent mocht sociale woningbouw zijn. ‘De projectontwikkelaars bouwden veelal dezelfde woningtypes: rijtjeshuizen van 5,40 meter breed met een kap en een tuintje waarin een schuurtje staat, bereikbaar via een achterpad’, zegt Mensink. Als je op Funda naar huizen in Vinex-wijken kijkt, zie je inderdaad veel soortgelijke woningen in rijtjes en appartementencomplexen. Maar uit de interieurfoto’s blijkt dat architecten met vides, splitlevels en bijzondere dakvormen toch best wat variatie hebben gecreëerd.
‘Vinex-wijken zijn niet eentonig’, stelt Mensink. ‘Dat komt doordat de projectontwikkelaars, die lappen grond binnen een gebiedsontwikkeling konden kopen, met elkaar moesten concurreren.’ Zij wilden kopers trekken met een onderscheidend ‘woonproduct’. Dat deden ze door elk straatje te voorzien van een andere gevel. Populair was het gebruik van – voor de jaren negentig kenmerkende – felle kleuraccenten. Daarnaast bedachten de ontwikkelaars en ontwerpers thema’s voor ‘hun’ buurt.
Vaak kwam inspiratie vanuit de locatie. Zo werd IJburg, aansluitend op bestaande Amsterdamse buurten, een stadswijk met voornamelijk bakstenen bouwblokken. In de wijk Kattenbroek bij Amersfoort, vernoemd naar de oude boerderij die daar in de weilanden stond, zie je onder meer huizen in de vorm van hooischuren. Maar er waren ook architecten die, bij gebrek aan lokale aanknopingspunten, zelf een geschiedenis verzonnen. Een voorbeeld is de als een vestingstadje ontworpen wijk Brandenvoort bij Helmond. Architectuurcritici hadden geen goed woord over voor deze ‘retroarchitectuur’, maar onder huizenkopers bleek het een hit.
Oók heel Vinex: water, een slootje hier, een grotere poel daar. ‘De woningbouwopgave viel samen met de nieuwe eisen die waterschappen stelden om extra waterpartijen voor regenwateropvang aan te leggen. Zo’n 10 procent van de grond werd voor oppervlaktewater bestemd’, aldus Mensink.
Voor de wijk Floriande in Hoofddorp bedachten de stedenbouwkundigen daarom eilandjes om de woningen op te bouwen, in Getsewoud bij Nieuw-Vennep kozen ze voor een grote plas in het midden, met appartementenblokken eromheen. In de wijk Ypenburg bij Den Haag, gebouwd op een voormalige vliegbasis, is de landingsbaan uitgegraven tot een langgerekte watergang. Ontwikkelaars maakten van de nood een deugd, door het te verkopen als ‘wonen aan het water’.
Toen Boeijenga en Mensink twintig jaar geleden hun onderzoek naar Vinex-wijken begonnen, werden ze door collega’s wat meewarig aangekeken. Inmiddels zien ze bij vakgenoten meer interesse in de architectuur van deze wijken. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed heeft in 2025 voor het eerst rijksmonumenten benoemd uit deze periode. De erfgoedvereniging Heemschut in Groningen bracht onlangs een gids uit over jong erfgoed, waarin onder andere het kasteelachtige appartementencomplex De Waterborgh (1998, architect Charles Vandenhove) in de wijk Wolveschans bij het dorp Leek is opgenomen.
Nu Nederland opnieuw met woningnood kampt, denkt Mensink dat de Vinex-operatie inspiratie kan bieden. Als hij lezingen geeft over het onderwerp, toont hij eerst een foto van de Deltawerken waar Nederland internationaal om vermaard is. Daarna laat hij een plaatje zien van de Vinex-wijken, als zijnde het Deltaplan voor de woningbouw.
‘Ik voel trots dat wij in ons kleine kikkerlandje destijds een document van 70 A4’tjes voltypten, dat vervolgens is ondertekend door de ministeries van Vrom, Verkeer en Waterstaat, Binnenlandse Zaken, Financiën en Landbouw. En dat daarmee vervolgens in tien jaar tijd honderdduizenden woningen op een slimme manier zijn aangesloten op de bestaande stad.’
Natuurlijk, erkent Mensink, er valt ook het nodige op de Vinex aan te merken. Zo zijn de wijken minder stedelijk geworden dan bedacht, want veelal nauwelijks een mix van wonen en winkels, en bewoners nemen vaker de auto dan gehoopt. ‘Maar in dat politieke krachtenveld van toen, vind ik het een indrukwekkende prestatie. Feit is bovendien dat het nu niet lukt om zo’n totaalplan voor de woningbouw op te tuigen. Terwijl het met de problemen rond stikstof – dat de bouw nu in de weg zit – klimaat en verkeersopstoppingen precies is wat we nodig hebben.’
In Dordrecht gingen begin dit jaar stemmen op om een standbeeld op te richten voor de frikandel, de snack die daar ooit is ontstaan en uitgroeide tot een nationaal icoon. Misschien is het tijd om ook zoiets te bedenken voor de ‘patat en cola van de woningbouw’.
‘Zo zagen we het voor ons toen we besloten dit huis te kopen’, zegt Jeroen Fieten (48, hr-manager) terwijl hij toekijkt hoe zijn kinderen Lion (8) en Sari (6) door de split-levelwoning aan De Meente in de Amersfoortse Vinex-wijk Kattenbroek rennen. Ze spelen tikkertje op de trappen en verstoppertje in de tuin. ‘Vriendjes van onze kinderen wonen hier vlakbij, naast een speeltuin’, zegt zijn partner Carla (39, werkzaam in de zorg). ‘We kwamen er vaak en zagen hoe heerlijk ze daar speelden. Op zoek naar een grotere woning, zijn we in deze buurt gaan kijken.’
Hun bod op dit huis werd prompt geaccepteerd. Nu laten ze het, onder begeleiding van verkoopmakelaar Jan Kiers, aan hun kroost zien. ‘Een Vinex-wijk is ideaal voor opgroeiende kinderen’, zegt Carla. ‘Ruim opgezet, autoluw, ze kunnen veilig naar buiten.’ Ze wijst op het straatje dat langs de voortuinen rond een grasheuvel kronkelt.
Met de wens om een gezin te stichten, verhuisde het stel tien jaar geleden vanuit het centrum van Amersfoort naar een drive-in-woning in de Vinex-wijk Nieuwland. Dat huis heeft een terras aan het water, maar ze verlangden naar een tuin, en wilden een eigen oprit om een laadpaal te plaatsen voor de auto.
Kattenbroek was destijds baanbrekend, vanuit de hele wereld kwamen architectuurtoeristen kijken, zegt Kiers, die zijn kantoor in de wijk heeft. Het idee van stedenbouwkundige Ashok Bhalotra om te werken met themagebieden kreeg navolging in Vinex-wijken door het hele land. Het buurtje waar het gezin Fieten gaat wonen, heet De Boerderijenkamer; de lichtblauwe twee-onder-een-kappers met rode kolommen zijn geïnspireerd op hooimijten, zegt Kiers. Carla: ‘Nu je het zegt, herken ik de vorm: een puntdak op pilaren.’
Zij groeide op in de Amersfoortse jarenzeventigwijk Hoogland, in een ‘rechttoe rechtaan rijtjeshuis’. ‘In Kattenbroek zijn de woningen allemaal net even anders, dat spreekt mij aan.’ Jeroen: ‘Verderop hebben we een huis met ‘kattenoortjes’ bekeken, maar daaraan moest te veel worden verbouwd.’
In deze woning vielen ze subiet voor de indeling met halve verdiepingen, waarbij de ruimtes ten opzichte van elkaar verspringen en onderling verbonden zijn door trappetjes. De kinderen zijn eensgezind over wat het mooiste is: hun eigen kamer. Sari gaat slapen op een tussenverdieping, Lion op zolder.
In april is de sleuteloverdracht en begint meteen de verbouwing. Ze laten een nieuwe keuken en badkamer plaatsen, de ramen krijgen HR++glas en op de zolder komt een thuisbatterij en een warmtepomp. Carla: ‘De sfeer blijft, maar qua techniek gaan we het naar 2026 brengen.’
Deyna Cramer Bornemann (22, magazijnmedewerker) en Gino Bessem (24, automonteur) groeiden op in de Vinex-wijk Almere Buiten; hij in de Faunabuurt, zij in de Regenboogbuurt. ‘Het was een fijne, kindvriendelijke wijk’, zegt Deyna. ‘Ik woonde in een rood huis aan de Siennastraat, met alle voorzieningen in de buurt; school, supermarkt, een groene speelheuvel waar we ’s winters gingen sleeën, de busbaan voor de deur.’ Gino: ‘Maar nu nemen we meestal de auto of motor; je zit hier zo op de A6.’
In het zicht vanaf de snelweg staan De Rode Donders, drie knalrode, graansilo-achtige flats die architect Liesbeth van der Pol ontwierp als boegbeelden van de Regenboogbuurt. Het stel staat in een van de flats voor de bezichtiging van een maisonnette op de begane grond. Sinds vorig jaar zijn ze op zoek naar een koopwoning. Deyna: ‘De wijk maakt ons niet zo veel uit, als het maar in Almere is. Ik werk in Amstelveen, Gino in Amsterdam, maar daar wonen is voor ons niet te betalen.’ Gino: ‘Dan krijg je misschien 50 m2 voor 4,5 ton. Wij willen een woning met minimaal twee slaapkamers.’
De Regenboogbuurt met zijn bontgekleurde gebouwen moet je aanspreken, sommigen vinden het te uitgesproken, zegt verkoopmakelaar Nathalie Bakker. Gino vindt de kleuren ‘juist leuk, daardoor is het geen standaard wijk’. Aantrekkelijk aan de 92 m2 grote woning vindt hij de ‘speelse indeling’, waarbij je binnenkomt op de slaapverdieping. Een open trap voert naar de woonruimte beneden, met een open keuken en openslaande deuren naar het zonnige terras.
‘Het voelt ruim, ook door het vrije uitzicht’, blikt Deyna door het raam, over de Lage Vaart en de weilanden. Gino wijst op de gele huizen aan de overzijde van de straat. ‘Daar woont mijn oom, in mijn jeugd kwam ik vaak bij hem op bezoek; dan speelde ik hier aan de waterkant.’ Deyna’s favoriete plek in de wijk is de Spectrumdreef, waarlangs honderden Japanse sierkersenbomen staan. ‘Elke lente ga ik daarheen om – tussen drommen toeristen – te genieten van de roze bloesem.’
Hun bod op de woning is helaas niet geaccepteerd, maar in Almere Haven zijn ze uiteindelijk geslaagd. Ze hebben een hoekappartement gekocht. Gino, glunderend: ‘Een eigen huis; het is een nieuw hoofdstuk in ons leven.’ Deyna: ‘En dan gaan we in juni ook nog trouwen. We weten al waar we de pre-bruiloftsfotoshoot gaan doen: bij de bloeiende kersenbomen, op de motor.’
Haverleij bij Den Bosch is een atypische Vinex-wijk, zonder rijtjeshuizen met tuinen. Architect Sjoerd Soeters meende dat de tweeverdieners waarop in deze wijk werd gemikt, geen groene vingers hebben. Hij gooide alle tuinen op een hoop tot een glooiend landschap met golfbaan. De duizend woningen bundelde hij tot tien appartementencomplexen, die hij – geïnspireerd door een vakantie bij een Frans chateau – de vorm van kastelen en een Slot gaf, en vrij in het groen plaatste.
‘Het sprak me aan, ik hou van dingen die net even anders zijn’, zegt Frieda van den Dungen (59, werkconsulent bij de gemeente), die met haar man – hij wil niet geïnterviewd worden – op zoek is naar een levensloopbestendig appartement. Ze wonen in een dorpje in de buurt, in een vrijstaand huis met een grote tuin die hen ‘begint in te halen’. ‘Mijn man is 65, ik word ook een dagje ouder. Het werd tijd voor een volgende stap.’
Haverleij kenden ze van de realitysoap De Bevers, over zanger John de Bever, die een appartement in een van de kastelen bewoont. Op een zondag reden ze erheen ‘om de sfeer te proeven’ en merkten: die kastelen zijn een soort dorpjes in de stad. Leliënhuize gaf ‘een sprookjesgevoel’, Holterveste vonden ze aantrekkelijk door de besloten binnentuin. In Beekendael, dat vanwege de sober-grijze gevels wel met een crematorium is vergeleken, ervoeren ze ‘een prettige rust’. Het stel bekeek woningen in vrijwel alle kastelen en deed vijf biedingen – die op niets uitliepen.
Uiteindelijk belandden ze in het centrale Slot Haverleij, waarvan Frieda het binnenplein eigenlijk ‘te stenig’ vond. ‘Maar toen zagen we dit droomappartement in de buitenring’. De woning van 171 m2, gelegen op de eerste verdieping, heeft drie ruime slaapkamers en een woonkamer van formaat balzaal, met overhoeks uitzicht over het landschap en het Henriette Kanaal. Daaraan ligt een kamerbreed terras-balkon. Frieda: ‘We hebben straks geen tuin meer, maar ik wil wel een plek met het buitengevoel’.
Het kastelenthema heeft de huidige bewoners duidelijk geïnspireerd bij de inrichting. De hal is voorzien van lambrisering, er staan grote kandelaars en een sierhaard. Pronkstuk is de badkamer met grijs-zilver mozaïektegelwerk. ‘Alsof je in de Efteling bent’, aldus Frieda. Met haar man bedacht ze dat, als deze bieding zou lukken, ze een harnas zouden kopen voor in de hal.
Het heeft niet zo mogen zijn. ‘We hebben uiteindelijk een appartement gekocht in de wijk Maaspoort. Net wat kleiner, maar ook met prachtig uitzicht over het water.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant