Home

Rob Wijnberg: ‘De mediakritiek die ik had toen ik met De Correspondent begon voelt nu gedateerd’

Journalistiek Na 12,5 jaar stopt Rob Wijnberg als hoofdredacteur van De Correspondent. Het „moeilijkste besluit” dat hij heeft genomen, was om na ruim een jaar alweer de stekker te trekken uit de Engelstalige versie van het platform.

Rob Wijnberg (43), de oprichter en scheidend hoofdredacteur van het journalistieke platform De Correspondent, kan zijn trots moeilijk verbergen als hij een rondleiding geeft over de redactie in Amsterdam. In de centrale hal staan rijen bureaus waar redacteuren zitten te tikken. Verderop staat iemand boeken in te pakken, exemplaren van Waanzinnige tijden, een verzameling van de beste verhalen die De Correspondent sinds de oprichting heeft gepubliceerd. „We pakken de boeken zelf in, dat is altijd een leuk ritueeltje”, zegt Wijnberg.

Het is een moment van reflectie voor Wijnberg, filosoof van opleiding. Hij was bijna zijn hele carrière hoofdredacteur, eerst van nrc.next, de ochtendkrant van NRC gericht op jongeren, en later van De Correspondent. Nu gaat hij weer schrijven. „Als hoofdredacteur ben je vooral bezig met wat andere mensen te zeggen hebben. Maar de wereld verandert zo snel, en ik dacht steeds vaker: ik heb hier ook iets over te melden. Daarnaast wil ik nadenken over de toekomst van dit bedrijf. Hoe worden we relevant en zichtbaar voor meer mensen? Hoe zorgen we dat we bijdragen aan een gemeenschappelijke realiteit, in plaats van een kerk van een steeds kleiner wordende groep gelovers?”

Toen Wijnberg De Correspondent 12,5 jaar geleden lanceerde in De Wereld Draait Door, had hij een journalistieke missie. De Correspondent moest een medicijn worden tegen de waan van de dag. „In plaats van overmatige aandacht besteden aan dingen die niet zo belangrijk zijn, proberen we de structuren achter het nieuws bloot te leggen.”

Heeft Wijnberg die grote ambities ook waargemaakt? De Correspondent is een vaste waarde in het Nederlandse medialandschap geworden. In de beginjaren steeg het aantal abonnees – De Correspondent noemt hen leden – in rap tempo, maar de laatste jaren blijft het hangen tussen de 60.000 en 70.000. Een groter bereik heeft het platform met sommige boeken die het uitgeeft. De meeste mensen deugen van de historicus en opiniemaker Rutger Bregman werd wereldwijd 1,5 miljoen keer verkocht, en is met 700.000 exemplaren het best verkochte non-fictie boek van de laatste 25 jaar in Nederland.

Terwijl Wijnberg een rustige vergaderruimte zoekt voor het interview, vertelt hij dat de redactie voorheen in de woning van een kennis zat. „Maar dat werd een beetje potsierlijk, want we namen onze podcasts op in zijn woonkamer. En hij kwam steeds op blote voeten dingen printen tijdens onze vergaderingen.” Inmiddels is de redactie verhuisd naar Amsterdam-West en gegroeid naar 61 medewerkers.

Je begon je journalistieke carrière bij NRC, eerst als redacteur van nrc.next en later als hoofdredacteur. Is de mediakritiek die aan de basis ligt van De Correspondent daar gevormd?

„Nrc.next kwam voort uit vernieuwingsdrift. Kritisch zijn over je eigen product werd aangemoedigd. Waarom doen we dat zo? Die bevreemding werd versterkt doordat het internet nieuwe journalistieke mores met zich meebracht. En ik was ook gegrepen door de golf van mediakritiek in die tijd, zoals het boek Het zijn net mensen van Joris Luyendijk, over de subjectieve aard van journalistiek. Hij betoogde dat het nieuws gaat over de uitzondering, waardoor je die onbewust gaat aanzien voor de regel. Nieuws gaat over wat vandaag gebeurt, niet over wat elke dag gebeurt. Dan is het geen nieuws. Terwijl de wereld bepaald wordt door dingen die elke dag gebeuren. De tweede belangrijke inspiratiebron was het essay Avoid News van [de Zwitserse schrijver] Rolf Dobelli, over wat er mis is met het nieuws, waarom je verkeerd geïnformeerd raakt over de wereld als je nieuws te veel centraal stelt in je leven, en waarom je het beter kunt mijden. Het was een lang stuk, dat we in zijn geheel hebben afgedrukt in nrc.next. Achttien krantenpagina’s lang. De voorpagina luidde: ‘Weg met het nieuws’.”

Dat leidde tot een conflict met de hoofdredactie van NRC, die jou juist de opdracht had gegeven om van nrc.next een eigenzinnige krant te maken.

Ja, ik kan me nog herinneren dat [toenmalig NRC-hoofdredacteur] Peter Vandermeersch zei: ‘Als ik niet één keer per week denk ‘wat doen ze nou weer bij nrc.next’, dan gaat er iets mis.’ Maar zijn strategie werd om te concurreren met de Volkskrant, net als nrc.next een ochtendkrant. Toen was onze eigenzinnige koers ineens een probleem. Ik kreeg te horen dat ik wel bij nrc.next mocht blijven, maar niet langer als hoofdredacteur. De beslissing om het dan maar zelf te proberen had ik vrij snel gemaakt.”

Wat heb je van nrc.next meegenomen naar De Correspondent?

„De mediakritiek, de digitale cultuur, sommige medewerkers, en het idee dat de stem van de journalist een belangrijke is. Dat laatste heb ik bij De Correspondent verder doorgevoerd. Het is geen journalistiek instituut dat tegen je praat, maar een persoon vanuit zijn of haar expertise, perspectief, visie, en morele kader.Als lezer volg je een onderwerp door zijn of haar ogen. Een belangrijke inspiratiebron was Jay Rosen, een Amerikaanse hoogleraar journalistiek die al vroeg de disruptieve gevolgen zag van internet op de media. Rosen had het over the people formerly known as the audience. Vroeger zonden de media naar de massa, nu kon die massa terugpraten. Het was duidelijk dat burgers een participerende rol zouden gaan spelen. Daarom is de comment-sectie bij ons heel belangrijk en ook dat journalisten daarop reageren. Als lid kun je ook een expertise toevoegen aan je profiel op onze website, om te laten zien waar je verstand van hebt.”

Was er publiek voor deze participerende vorm van journalistiek?

„Tot 2018 hadden we een vrij onstuimige groei, maar die werd sterk getemperd doordat Facebook [in 2018] zijn algoritme veranderde, waardoor nieuws en artikelen van andere media veel minder aandacht kregen dan persoonlijke posts. Je kon ineens niet meer doorklikken naar artikelen van andere media. Dat maakte onze groei waanzinnig veel moeilijker. En deels is het ook gewoon concurrentie. Er is nu een enorm groot media-aanbod, plus de neiging om op sociale media te blijven.”

In 2019 lanceerde je samen met je compagnon Ernst-Jan Pfauth De Correspondent in de VS. Waarom juist daar? 

„Toen we begonnen, waren we een beetje the hot kid in town. We werden overal uitgenodigd om te vertellen over De Correspondent. The New York Times, The Economist wilden van ons weten hoe je jongeren aanspreekt. Overal kregen we dezelfde reactie: in ons medialandschap is ook ruimte voor zoiets als De Correspondent. De reden dat we kozen voor de VS, was dat we daar Jay Rosen kenden. Wij dachten: hij is onze kruiwagen. Via hem zijn we ook bij The Daily Show beland, want Rosen kende de presentator. Zo hebben we ons crowdfundingdoel van 2,5 miljoen dollar gehaald. 55.000 mensen zijn lid geworden van The Correspondent.”

In januari 2021 stopte de Engelstalige uitbreiding van De Correspondent alweer. Waarom? 

„Twee dingen bleken veel moeilijker dan we met onze naïeve hoofd van tevoren hadden gedacht. Allereerst, een redactie in twee talen is heel ingewikkeld. De voertaal op de redactie was ineens overwegend Engels. Dat was niet de moedertaal van onze Nederlandse correspondenten, dus zij stonden tijdens redactievergaderingen op achterstand. We dachten ook dat we veel van onze stukken over internationale onderwerpen makkelijk naar het Engels konden vertalen, maar daar kwam meer bij kijken dan ik dacht. Daarnaast was het idee dat correspondenten in verschillende landen grensoverschrijdende journalistiek zouden bedrijven. Maar ik heb onderschat hoe moeilijk het is om van zo’n groep mensen in verschillende tijdzones één geheel te maken. Ze waren maar één keer bij elkaar geweest. We hadden er niet goed over nagedacht.”

Jullie besloten om de Engelstalige redactie van De Correspondent in Nederland te vestigen. Was dat wel een goed idee?

„Nou ja, daar was veel ophef over. We hadden onze crowdfunding gedaan in de VS. Maar we besloten, om heel basale redenen, om de Engelstalige redactie ook in Nederland te vestigen. Allereerst omdat het goedkoper was dan een duur kantoorpand huren in New York. Maar onze ambassadeurs in de VS voelden zich bedrogen, en dat lieten ze ook blijken op sociale media. Een dieptepunt. Na een jaar moesten onze Amerikaanse leden hun lidmaatschap verlengen, en dat deed slechts de helft, waardoor ons budget werd gehalveerd. We besloten dan maar de stekker eruit te trekken – het moeilijkste besluit dat we ooit hebben genomen. Ik voelde me enorm schuldig tegenover alle buitenlandse collega’s die voor ons naar Nederland waren verhuisd.”

De verhalen van De Correspondent lijken soms weinig los te maken. Hebben jullie genoeg lezers om deel uit te maken van het publieke debat?

„Ik denk niet dat dat bepaalt of we deel uitmaken van het publieke debat. Want dat debat wordt op veel verschillende plekken gevoerd. Zo zijn we heel sterk gegroeid op de socials. Een jaar geleden hadden we nog geen 100.000 volgers op Instagram, en nu 180.000. En ik denk dat we er ook nog steeds in slagen om originele stemmen te vinden, die maatgevend zijn in hoe er gepraat wordt over bepaalde onderwerpen – al wordt die uitdaging wel steeds groter.”

Bregman is daar het beste voorbeeld van. Hoe verklaar je zijn succes?

„Hij is superslim, heeft een enorm gevoel voor belangrijke onderwerpen, legt heel originele verbanden, en is een begaafde verteller. Laatst hebben we nog zijn BBC-lezingen gepubliceerd in boekvorm. We zijn nog steeds zijn uitgeverij, maar hij werkt hier niet meer als correspondent.”

De uitgeverij is steeds belangrijker geworden voor de Correspondent. Hoe is dat zo gegroeid?

„We kwamen erachter dat boeken uitgeven een lucratieve manier is om journalistiek te verkopen. We geven maar vier tot zes boeken per jaar uit, maar de meeste worden bestsellers. Wij zijn de enige uitgeverij in Nederland met een platform en leden. Ongeveer 3.100 van hen zijn ook boekenlid, dus zij kopen automatisch elk boek. Dan verkopen we nog een paar duizend boeken aan andere leden. En als je 5.000 boeken verkoopt in een week, sta je al in de toptien van best verkochte boeken. Dat heeft een zelfversterkend effect, want dan komt het op een prominente plek in de boekhandel te liggen. Nu verkopen we van geen enkel boek minder dan 15.000 stuks, en regelmatig meer dan 50.000, zoals van De domheid regeert van Sander Schimmelpennink [55.000], Armoede uitgelegd aan mensen met geld van Tim ’S Jongers [55.000] en Morele ambitie van Bregman [80.000]. Een gemiddeld boek in Nederland verkoopt een paar duizend exemplaren.”

Is jouw mediakritiek niet achterhaald nu nepnieuws, filterbubbels en algoritmes een groter probleem zijn dan sensationele journalistiek?

„Ik ben met je eens dat mijn mediakritiek van 2013 in veel opzichten gedateerd voelt. Maar er zijn nog steeds elementen waar ik achter sta. Bijvoorbeeld het idee dat waan – aandacht voor zaken die niet zo relevant zijn – bestreden moet worden. Maar wat waan is, wie die produceert, en hoe die verspreid wordt, is enorm veranderd. Ik denk dat we straks meer waan hebben door de hallucinaties van AI dan door het NOS Journaal. Een belangrijke vraag is of er straks nog wel een publiek debat is, een publieke ruimte waar een uitwisseling van ideeën en argumenten plaatsvindt. Toen ik mijn mediakritiek schreef, ging ik daar wel vanuit. Maar is dat wel zo? Of zitten we straks vast in geprivatiseerde en gepersonaliseerde filterbubbels met ieder onze eigen werkelijkheid? Dat is een heel andere uitdaging dan: the news is biased. Want wie bepaalt waar het publieke debat over gaat en waarop het is gebaseerd? De instituties die de feitelijke grondstof leveren voor dat debat – media, wetenschap, rechterlijke macht – worden aan alle kanten aangevallen.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Film en series

Wat moet je deze week kijken? Tips en achtergronden over boeiende films, series en tv-programma’s

Media

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next