Ordinair, asociaal, niet sexy: het dialect van Nijmegen wordt niet door iedereen gewaardeerd. Een cursus moet voorkomen dat het Nimweegs uitsterft. Deelnemers zijn enthousiast. ‘Thuis mocht ik het vroeger niet spreken, dan vond je geen baan.’
is verslaggever binnenland van de Volkskrant.
‘Spreek je tijd nou uit als tiet of tèèt?’, wil een cursist weten. ‘Tiet’, roepen zes geboren en getogen Nijmegenaren in koor. ‘Van al-tiet.’ In een zaaltje in de benedenstad proberen vijftien cursisten de finesses van het Nimweegs onder de knie te krijgen, een dialect dat hard op weg is uit te sterven.
Jorrit Spee (46) hoorde het Nimweegs op de tribune van NEC en in bepaalde volksbuurten, maar sprak het zelf niet. Spee is ‘import’ en woont ‘pas’ elf jaar in Nijmegen. Hij vindt het dialect fascinerend. ‘Noem het een redderssyndroom, maar het is mijn angstbeeld dat het helemaal verdwijnt. Dat wil ik voorkomen.’
Een cursus bleek er niet te zijn, dus zette hij samen met cultuurhuis De Lindenberg een lesprogramma op. In vijf weken leren deelnemers alles over de oorsprong van het Nimweegs, en vooral hoe ze het moeten spreken. Animo bleek er genoeg. ‘Er staan nog vijftig mensen op de wachtlijst.’
Iedereen heeft zo zijn eigen redenen om mee te doen. Een groot deel van de cursisten groeide op in Nijmegen, maar mocht het dialect in hun jeugd niet gebruiken. Het zou te ordinair zijn geweest, te asociaal.
Zelfs ‘native speaker’ Evie van den Heuvel (71) hoefde er niet mee thuis te komen. Als ze er per ongeluk toch iets uitflapte, moest ze dat verbeteren. ‘Motten kieken, zei ik dan bijvoorbeeld, in plaats van moeten kijken’, legt ze uit. ‘Mijn moeder kwam uit Den Haag en dacht dat je met dit dialect geen baan kon vinden.’
Van den Heuvel is aanwezig om de docenten, een emeritus hoogleraar taalkunde en een taalkundige uit Peru die het Nimweegs ‘als inheemse taal’ al jaren onderzoekt, vanuit de praktijk bij te staan. Ze twijfelde geen moment toen ze werd benaderd. ‘Ik spreek het zelf, maar hoor het steeds minder om me heen. We moeten het doorgeven aan anderen.’
Diverse lokale partijen delen die mening. In de StemWijzer konden kiezers zich recentelijk uitspreken over de vraag of basisscholen meer aandacht aan het dialect moeten besteden. De voorstanders, waaronder de Stadspartij Nijmegen, het CDA, Forum voor Democratie en de SP, behaalden samen 11 van de 39 zetels. Het is de vraag of het plan wordt uitgevoerd.
Ook elders speelt de discussie. Zo vindt de seniorenstadspartij Maastricht dat de MestreechterTaol gepromoot moet worden in het onderwijs. Ook kunnen geïnteresseerden op steeds meer plekken leren spreken in het plaatselijke dialect. Niet alleen in Limburg, maar ook in Huizen of de Achterhoek.
‘Het zat toch altijd een beetje in een verdomhoekje’, zegt Jeroen Linders (38) tijdens de pauze, als er flesjes Gulpener op tafel verschijnen om de tongen losser te maken. Tijdens een vorige les leerde hij waardoor dat negatieve beeld ontstond. ‘Vroeger sprak iedereen binnen de stadsmuren Nimweegs. Toen er daarbuiten gebouwd mocht worden, trokken met name de rijken weg. Zij keken neer op de in hun ogen verpauperde binnenstadbewoners en hun dialect.’
Inmiddels is er meer ruimte voor trots, denkt Linders, die in het archeologisch depot van het Valkhof Museum werkt. Hij twijfelde geen moment toen de aankondiging van de cursus voorbij kwam in een krant. Al moet zijn vrouw een beetje aan het idee wennen. ‘Thuis mag ik niet te vaak oefenen, dat vindt ze niet sexy.’
Zijn vrienden vinden het ‘heel tof’ dat hij les krijgt van ‘Henniesee’. Hennie Linders (geen familie van Jeroen) runde tientallen jaren een buurtsuper in het Waterkwartier, een echte volkswijk. Populaire video’s over zijn grote liefde ‘Eniesee’ (voetbalclub NEC) leverden Hennie zijn bijnaam en de status van stadsicoon op.
De lokale beroemdheid zit voorin de zaal bij andere aanwezigen die het Nimweegs als hun moedertaal beschouwen. Linders, gehuld in een trui met de tekst ‘made in Nijmegen’, spreekt uitsluitend in dialect: ‘De meesten hebben een knop die ze kunnen omzetten. Bij mien is die knop kapot.’
Op school probeerden ze hem tevergeefs ‘aan het ABN te krijgen’. Een leraar kwam zelfs naar de winkel om zijn beklag te doen bij zijn ouders. ‘Maar die praatten net als ik, dus daar viel geen eer aan te behalen’, zegt Linders lachend. Tien jaar geleden gaf hij ook al eens les, tijdens de spoedcursus ‘nuilen voor beginners’. Nuilen betekent zoiets als ‘zeuren’, en is volgens hem een van de allerbekendste Nijmeegse woorden. ‘Zit niet zo te nuilen, zeggen we hier.’
De deelnemers hebben nog twee lessen voor de boeg. Jorrit Spee wil dat het programma daarna structureel wordt, zodat het dialect kan voortbestaan. ‘Het is ook nog eens een perfecte manier om verschillende mensen met elkaar te verbinden. Dat is hard nodig. Voor je het weet, omring je je alleen nog maar met je eigen links-progressieve bubbel.’
Wel hoopt hij de volgende keer ook wat jongeren te trekken. ‘Nu is het toch vooral een beetje 40-plus-Rotterdam-filmfestivalpubliek.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant