Home

Hoe vindt een minderheidskabinet steun voor pijnlijke bezuinigingen? Drie lessen van Rutte II

Kabinet-Jetten Veertien jaar geleden zaten PvdA en VVD een béétje in dezelfde situatie als het kabinet-Jetten nu: ze moesten zonder senaatsmeerderheid bezuinigingen door de Tweede en Eerste Kamer sluizen. Drie lessen van toen waar de coalitie van nu iets aan kan hebben.

Lijsttrekkers Mark Rutte (VVD) en Diederik Samsom (PvdA) voor aanvang van een verkiezingsdebat in 2012. ANP ROBIN UTRECHT

Leuk hoor, premier Rob Jetten op bezoek. Hij kan koffie krijgen van Jesse Klaver van (dan nog) GroenLinks-PvdA. En paaseitjes bij Volt-leider Laurens Dassen. Maar hoe het kabinet op zoek gaat naar meerderheden? Door een soort informele gedoogpartners te zoeken? Wil hij met oppositiepartijen deelakkoorden sluiten op onderwerpen? Bekijkt hij het per stemming?

„Ik heb geen plan gezien”, moppert Klaver nadat hij drie kwartier met Jetten gepraat heeft. De D66’er kwam woensdag voor het eerst als premier langs.

„Daar is het kabinet nog zoekende in”, constateert Laurens Dassen op de radio na afloop van zijn koffieafspraak met Jetten, ook die dag.

Jetten zelf blijft tijdens zijn ronde alleraardigst en dienstbaar. Waarom hij ze bijvoorbeeld niet uitnodigt op zijn mooie kamer op het ministerie van Algemene Zaken? De premier, zegt hij tegen NRC, wil laten zien dat hij „de moeite neemt” door naar het parlement te komen op een drukke vergaderdag. „Serviceverlening” noemt hij dat.

Het minderheidskabinet (66 zetels in de Tweede Kamer en 22 in de senaat) is de vragende partij, zoveel is duidelijk. De oppositie is nodig voor meerderheden om vergaande bezuinigingen door de Eerste en Tweede Kamer te krijgen. Een haast ondoenlijke klus.

Maar was dat niet ook zo in 2012? Destijds hadden coalitiepartijen PvdA en VVD acht stemmen te weinig in de Eerste Kamer en gingen ministers ook langs bij oppositiepartijen om steun voor hun impopulaire miljardenbezuinigingen en belastingverhogingen bij elkaar te sprokkelen.

Toch lukte het. PvdA en VVD vonden min of meer vaste gedoogpartners in D66, ChristenUnie en SGP. Na afloop van de regeerperiode, die ze als enige kabinet na de millenniumwisseling helemaal uitzaten, zou deze krant in het commentaar schrijven: „Het paradoxale resultaat is wel dat een op papier instabiel kabinet wellicht de geschiedenis in kan gaan als een van de grootste naoorlogse hervormers.

NRC belde met zeven politici van toen, van wie een deel off the record. Welke lessen leerden zij? En kunnen Jetten en zijn ministers daar iets mee?

Les 1Rommel kan leiden tot resultaat

Allereerst een relativering: ook het proces na de installatie van Rutte II verliep rommelig. En ook toen had het kabinet aanvankelijk geen plan. Diederik Samsom, destijds PvdA-leider, beschreef onlangs in zijn Volkskrant-column hoe ze van plan waren de begroting gewoon de Eerste Kamer „in te rijden”. Steun zouden ze per voorstel links en rechts wel bij elkaar winkelen. Samsom, droogjes: „Het liep anders.”

De voor de hand liggende bondgenoot, bestuurderspartij CDA, was met ‘verantwoordelijkheidsvakantie’. Althans, zo werd het door de VVD genoemd. Het CDA kon in zijn eentje de coalitie aan een meerderheid helpen. Maar, zegt toenmalig CDA-leider Sybrand Buma telefonisch, „we hadden twee verkiezingen achter elkaar zetels verloren, en ik had op dat moment geen enkele behoefte om weer in een kabinet te worden getrokken.”

En de andere oppositiepartijen? Zij wilden iets terug in ruil voor hun steun. Dus moest de coalitie over op plan B: onderhandelen.

Dat bleek in de eerste fase complete chaos. Iedereen praatte met iedereen over alles, beschrijft Mark Harbers, destijds financieel woordvoerder van de VVD-fractie. „Het was een enorme Poolse landdag. Na drie dagen met alle oppositiepartijen praten was duidelijk: dit gaat niet werken.”

Daarna werd het „een afvalrace”, zegt hij. Eerst haakten de SP en 50Plus af, die vonden dat er niet mocht worden getornd aan AOW of pensioen. In de onderhandelingen met D66, SGP, CU en GroenLinks hield iedereen de kaarten tegen de borst. „Getalsmatig zat één partij te veel aan tafel.” Pas toen GroenLinks, om verschillende redenen, ook van tafel liep, zouden D66, SGP en CU – die vanaf toen ‘de constructieve drie’ of ‘C3’ genoemd werden – de gehele begroting en de grote hervormingen op financieel-economisch vlak gedoogsteun geven, nadat aan een deel van hun wensen tegemoet was gekomen.

De les, volgens Samsom: zo fors bezuinigen kan alleen met vaste gedoogpartners. En ook: het begin is altijd even zoeken en rommelig.

Complicerende factor is nu wel dat Jetten en de zijnen in beide kamers een minderheid hebben. Dat beperkt de mogelijkheden in de zoektocht naar steun.

En dan zijn de (getrapte) verkiezingen van de Eerste Kamer volgend jaar al. Campagnetijd helpt nooit voor onderhandelingen waar partijen concessies moeten doen. En mocht het al lukken om een verbond te sluiten, dan zou de meerderheid na de verkiezingen weer op de tocht kunnen staan. Ten tijde van Rutte II waren er in 2015 Eerste Kamerverkiezingen. „Toen waren de grote hervormingen al door beide Kamers”, zegt Wouter Koolmees, financieel woordvoerder van D66 van destijds.

Premier Mark Rutte (VVD), Alexander Pechtold (D66), Kees van der Staaij (SGP) en Arie Slob (CU) na onderhandelingen over de woningmarkt.

les 2Economische malaise kán helpen

„De offers die de komende jaren worden gevraagd zijn groot”, schreven VVD en PvdA in het regeerakkoord van 2012. Toen Rutte II op de trappen van Paleis Huis ten Bosch stond, zat Nederland in een diepe economische crisis. In 2008 viel de bank Lehman Brothers en brak de kredietcrisis uit. De huizenprijzen daalden hard, de economie kromp, de werkloosheid steeg en een schuldencrisis in onder meer Italië, Griekenland en Spanje volgde. Ook de Nederlandse triple-A-status, waarmee de overheid goedkoop kon lenen, was in gevaar.

Koolmees zegt dat die externe druk hielp. „Ook wij voelden daardoor als oppositiepartij de urgentie en verantwoordelijkheid dat het land bestuurbaar moest blijven in zo’n moeilijke tijd.”

En er was een gezamenlijk doel, zegt Harbers (VVD). De Europese regels om het tekort op de begroting tot maximaal 3 procent van het bruto binnenlands product te laten oplopen, waren voor veel Nederlandse partijen heilig. Mede omdat Nederland anders veel minder geloofwaardig Zuid-Europese landen konden aanspreken op hun schulden.

Daarom sprak zowat iedereen over bezuinigen. Zelfs SP’er Emile Roemer wilde 10 miljard ophalen door onder meer de winstbelasting te verhogen, de hypotheekrenteaftrek aan te passen en te snijden in de bureaucratie in de zorg, zei hij tijdens de campagne in tv-programma Buitenhof. „‘Ho ho, zuinig aan doen’, zat breed in de Nederlandse calvinistische cultuur”, memoreert Harbers.

De Brusselse tekortnorm van toen, zeggen betrokkenen, is vergelijkbaar met de verhoogde NAVO-norm nu, waar ook veel overeenstemming over is in het parlement. En ook nu lijkt economische malaise onafwendbaar. Niet door een kredietcrisis maar door een oorlog in Iran. De Nederlandsche Bank waarschuwde deze week nog voor oplopende inflatie.

Jetten lijkt nu ook op die eensgezindheid te hopen. In zijn wekelijkse persconferentie twee weken terug zei hij dat de crisis in het Midden-Oosten volgens hem voor Nederland onderstreept „hoe belangrijk het is om echt wel een aantal fundamentele keuzes te maken over hoe we op de lange termijn onze verzorgingsstaat overeind houden.” Hij vervolgde: „Zodat je op moment dat het echt spannend wordt ook nog vet op de botten hebt om consumenten en ondernemers een extra steun in de rug te geven.”

Een verschil: PvdA en VVD vonden in hun onderhandelingen een middenweg. Ze zouden bezuinigen om de overheidsfinanciën op orde te brengen (dat wilde de VVD), om in ruil daarvoor te nivelleren (een wens van de PvdA). De VVD-leider kreeg in die tijd de bijnaam ‘Marx Rutte’.

Nu is in het coalitieakkoord, op aandringen van de VVD, nog geen begin gemaakt met herverdelen. Sterker: de lasten op arbeid worden verhoogd, terwijl de lasten op vermogens ongemoeid blijven.

Daarom is bij linkse partijen en vakbonden deze keer veel meer onbegrip en onwil om het kabinet te helpen met bezuinigen. Het lukte Rutte en Samsom om in 2013 een sociaal akkoord te sluiten dat ook een kader vormde voor verdere politieke onderhandelingen. Dick Koerselman, toen interim-vakbondsvoorzitter van FNV, zei na zijn kennismaking met het kabinet-Jetten: „Waarom haal je dat geld niet op bij vermogens? Waarom laat je de hypotheekrenteaftek in stand? Waarom pak je met de belastingverhoging met name mensen die het einde van de maand net halen?”

les 3De coalitie moet leren slikken en winmomentjes gunnen

Het is maandag 14 oktober 2013, drie dagen na de presentatie van het akkoord over de begroting van 2014 tussen de coalitie en D66, ChristenUnie en SGP. Op een militaire kazerne in Ermelo snijdt ChristenUnie-fractievoorzitter Arie Slob zelf meegebrachte taart met het partijlogo aan met een sabel van de Landmacht. Zíjn partij had in onderhandelingen met de coalitie voorkomen dat het doek zou vallen voor deze kazerne. En met de militairen willen ze dat vieren.

Voor Arie Slob was samenwerken met het kabinet een heel effectieve manier om als kleine partij vanuit de oppositie invloed uit te oefenen, vertelt hij nu. „Op een groot aantal onderwerpen, met herkenbare vingerafdrukken.”

Herkenbaarheid vereiste wel politieke choreografie. De afspraak was dat de partijen deels zelf amendementen (wetsaanpassingen) mochten indienen bij begrotingsbehandelingen, zodat ze daarmee hun eigen succesmoment konden creëren waarin de partij kon laten zien hoe het beleid bijstelde, vertelt Slob.

Daarbij waren twee voorwaarden heel belangrijk, zegt Slob. Allereerst: bescheidenheid van coalitiefracties. „Zij moesten slikken en ons de ruimte geven om een stempel te kunnen drukken op het coalitieakkoord en daar ook aandacht voor te pakken.” En ze moesten die partijen regelmatig opzoeken en met hen blijven overleggen, om de partijen op de hoogte te houden van de nieuwste ontwikkelingen.

Daarnaast noemt hij, net als Mark Harbers van de VVD en Alexander Pechtold van D66, een onderlinge basis van vertrouwen. De onderhandelende financieel woordvoerders hadden al heel wat meegemaakt samen, zegt Harbers. „De meesten hadden een paar jaar ervaring en beleefden in die jaren de ene gekkigheid na de ander. Een bank die omviel, het volgende euroland in problemen, allerlei vertrouwelijke briefings waar we soms niet eens onze eigen fractievoorzitters over mochten informeren.”

Dat schept een band, zegt hij, en het hielp bij de onderhandelingen. „We kenden elkaar goed en wisten van elkaars gevoeligheden.”

Aan dat vertrouwen moet nu nog gewerkt worden, ziet Slob. De voorgenomen schending van het pensioenakkoord uit 2019 door de minderheidscoalitie, met het plan de pensioenleeftijd versneld te verhogen, bijvoorbeeld. „Welk signaal geef je daarmee af over afspraken die je met het kabinet maakt? Deels door partijen die destijds het pensioenakkoord sloten.”

Ook noemt hij de manier waarop minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) zonder overleg, nadat de Tweede Kamer uitgebreid vergaderd had en instemde met een nieuwe vermogensbelasting, zegt dat een voorstel „terug naar de tekentafel” moet. Slob: „Zo gaat het niets worden.”

En nog belangrijker dan onderlinge verhoudingen: er viel wat te halen bij een akkoord dat niet mijlenver van de betrokken oppositiepartijen afstond. Ook omdat de ‘C3’ ideologisch tussen de PvdA en VVD in stonden. Dat is nu écht anders, en dat benoemen alle oudgedienden onafhankelijk van elkaar als een groot verschil. De coalitie van D66, VVD en CDA zit in het centrum en moet naar een van de flanken toe bewegen. Dat zal van de ene coalitiepartij meer concessies zal vragen dan van de andere. Niemand zal bovendien vergeten zijn hoe de PvdA electoraal de hervormingen van Rutte II nooit te boven is gekomen.

Niet gek dus, dat D66’ers zeggen dat het over links aan meerderheden wil komen, terwijl VVD’ers antwoorden dat ze naar rechts willen kijken.

Koolmees, die ook verkenner was voor het huidige minderheidskabinet: „Nu heb je aan de ene kant GroenLinks-PvdA [Progressief Nederland] en aan de andere kant BBB om tot een meerderheid te komen in de senaat.” Met gevoel voor understatement: „Dat vond ik als verkenner al een vraagstuk.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief De Haagse Stemming

Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag

Politiek Den Haag

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next