Home

Met korting, belasting en prijsplafonds proberen andere EU-landen de pijn aan de pomp te verzachten

Nederland laat de energiemarkt met rust, maar andere EU-lidstaten nemen uiteenlopende maatregelen om brandstofprijzen te drukken. Wat doen zij? En pakken de steunpakketten, vrijstellingen en subsidies wel goed uit?

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

België

België heeft sinds de oliecrisis van 1973 een aantal structurele maatregelen ingevoerd. Zo kent het als een van de weinige landen binnen de EU een algeheel prijsplafond aan de pomp. Ook hanteert België een zogenoemd omgekeerd cliquetsysteem, waarbij de brandstofaccijnzen automatisch worden verlaagd wanneer de olieprijs boven een bepaalde drempel stijgt, en weer verhoogd wanneer de prijs daalt.

In een debat over de energiecrisis in de Tweede Kamer werd woensdag duidelijk dat Nederland met grote belangstelling kijkt naar het Belgische prijsplafond. De vraag is alleen of die maatregel het gewenste effect zal hebben. In België pakt het beleid ongunstig uit voor de uitbaters van pompstations, omdat zij nu meer moeten betalen voor de inkoop van olie dan de prijs die zij aan de pomp aan consumenten mogen vragen.

Nu overwegen met name kleine Belgische uitbaters zelfs tankstations te sluiten. Zeker aan de grens, waar ze ook nog eens worden overspoeld door Nederlandse koopjesjagers.

Frankrijk

In Frankrijk geldt tot eind deze maand een maximumprijs aan de pompen van Total. Het Franse energiebedrijf heeft met de regering afgesproken dat iedere houder van een Total-klantenkaart maximaal 1,99 euro betaalt voor een liter benzine en niet meer dan 2,09 euro voor diesel.

Het is niet voor het eerst dat Total dit doet: ook tijdens de vorige energiecrisis hanteerde het bedrijf maximumprijzen voor vaste klanten. Officieel is die korting vrijwillig, maar ze kwam wel tot stand toen er grote politieke druk was om overwinsten van energiebedrijven af te romen via een extra belasting. Total zou daar zwaar door worden getroffen, en kwam in aanloop naar het besluit met de maximumprijzen op de proppen.

Total kan de korting nu redelijk dragen. Het wint zelf olie en profiteert flink van de hoge brandstofprijs. Aan de pomp wordt het verlies bovendien deels goedgemaakt doordat er meer klanten komen, die ook de winkel en het restaurant bezoeken. De regeling gaat dus vooral ten koste van concurrenten. Het is nog niet bekend of Total de maximumprijzen in april doorzet.

Verder heeft de Franse minister van Financiën, Roland Lescure, sectorspecifieke maatregelen genomen. De minister heeft leningen, vrijstellingen van loonheffingen en meer flexibele belastingdeadlines aangeboden aan de transport-, visserij- en landbouwsector. Hij is wel tegenstander van meer generieke maatregelen, zoals btw-verlaging.

Spanje

De Spanjaarden lopen voorop binnen de EU als het gaat om het drukken van de hogere energie- en brandstofprijzen. De regering van premier Pedro Sánchez heeft recentelijk een noodsteunpakket van 5 miljard euro aangekondigd.

Het pakket omvat tachtig maatregelen. Spanje verlaagt onder meer de btw op brandstof, elektriciteit en aardgas van 21 naar 10 procent. Dat bespaart de Spanjaarden zo’n 20 cent per tankbeurt.

Ook bevriest Spanje de prijs voor butaan en propaan, gassen die onder meer worden gebruikt om te koken. Boeren en vissers krijgen daarnaast brandstofsubsidies, en de belasting op de productie van elektriciteit opgeschort.

Duitsland

Duitsland reageert als grootste economie van de EU tot nu toe terughoudend op de hogere prijzen. Donderdag stemde de Bondsdag in met een beperking voor tankstationhouders; zij mogen de prijzen voortaan slechts één keer per dag verhogen. Prijzen verlagen is wel meermaals per dag toegestaan.

Daarnaast overweegt de Duitse minister van Financiën, Lars Klingbeil, hogere belastingen te heffen op bedrijven om ‘buitensporige winsten uit de crisis af te romen’, aldus een ingewijde tegen de omroep Deutsche Welle. Onduidelijk is nog in welk stadium dat idee zich bevindt. Bondskanselier Friedrich Merz heeft zich er negatief over uitgesproken.

Econoom: ‘Prijsverstoringen zijn altijd gevaarlijk’

Hoogleraar mededingingseconomie Maarten Pieter Schinkel (Universiteit van Amsterdam) is niet enthousiast over de maatregelen die EU-landen tot nu toe hebben genomen. ‘Prijsverstoringen zijn altijd gevaarlijk. Deze maatregelen, zoals maximumprijzen en een prijsplafond, verminderen de concurrentie tussen energiebedrijven. Dat leidt uiteindelijk tot hogere prijzen, vaak ook als de crisis alweer voorbij is. Daarvan profiteren de bedrijven juist.

‘Wij hebben ook kritiek geuit op het Nederlandse prijsplafond dat werd ingevoerd tijdens de energiecrisis van 2022. Alle huishoudens kregen toen tot een bepaald volume gas en elektriciteit voor een lagere prijs. Dat heeft ertoe geleid dat veel mensen niet meer gingen ‘shoppen’ bij verschillende energiemaatschappijen, die daardoor niet meer de behoefte voelden om lagere prijzen aan te bieden.’

Ook de Duitse maatregel om tankstationhouders nog maar eenmaal per dag de prijzen te laten verhogen, vindt Schinkel niet effectief. ‘Als je als pomphouder weet dat je maar één keer per dag de prijzen mag opschroeven, zet je gewoon in één keer een grotere stap. Het levert misschien iets meer zekerheid op voor consumenten, maar het zal niet leiden tot goedkopere benzine.’

Schinkel pleit daarom voor specifieke, gerichte maatregelen voor de Nederlandse huishoudens die niet meer kunnen rondkomen door de hoge energieprijzen. Zij zouden beter een vast bedrag per maand kunnen krijgen ter compensatie. ‘Dat is geen populair voorstel, want mensen willen lage prijzen zien. Maar je hebt veel meer aan een vast maandbedrag, omdat huishoudens die zuinig met hun energie omgaan meer van die compensatie overhouden.’

Met medewerking van Tjerk Gualthérie van Weezel

Source: Volkskrant

Previous

Next