Courtney Barnett | zangeres De Australische Courtney Barnett werd beroemd om haar zelfkritische teksten. Op haar nieuwe vierde album klinkt ze vitaal en mild.
Courtney Barnett in 2022.
In Nederland is het bijna avond, maar Courtney Barnett is net op. In Los Angeles drinkt ze koffie achter haar computer. Naast haar staat een gitaarstandaard met een van haar instrumenten. Haar haar zit net zo warrig als op het podium en op de albumhoezen – het is haar handelsmerk.
Een ander handelsmerk is Barnetts zelfspot. Barnett (1987, Australië) spreekt kritisch over zichzelf, op het onflatteuze af. In bijtende zinnen zingt ze over haar eigen onnuttigheid, haar nonchalance.
Juist door deze kenmerken ontsnapte Barnett ruim tien jaar geleden aan een volgens haar ‘provinciaal’ bestaan in Melbourne. Al in haar tienertijd speelde ze gitaar in andermans groepen. Door intense onzekerheid werd ze zelf geen zangeres, maar na vele bijdragen aan ‘open mic’-avonden overwon ze haar podiumvrees. En dankzij liedjes als ‘Avant Gardener’ (2013) en ‘Pedestrian at Best’ (2015, „Put me on a pedestal and I’ll only disappoint you.”) kreeg ze al snel een internationale aanhang. Het nihilistische zelfbeeld sloeg aan bij een groot publiek, net als ooit het geval was bij groepen als Pavement en bij Kurt Vile.
Na een pauze van vijf jaar verschijnt nu Barnetts vierde album Creature of Habit (het vijfde als je Lotta Sea Lice met Kurt Vile meetelt). Het is de eerste na Things Take Time, Take Time (2021), dat werd opgenomen tijdens de covidlockdown, thuis in Melbourne. Toen speelde ze zacht, uit mededogen met de buren.
Things Take Time was het verslag van de coronajaren, net zoals haar eerste twee albums reflecteerden op de perioden daarvoor. En Creature of Habit kijkt terug op ongeveer de afgelopen drie jaar, zegt Barnett.
,,Mijn muziek documenteert mijn stemming op een bepaald moment in mijn leven. In het verleden had ik het vaak moeilijk, met veel melancholie. Ik heb moeten leren om vrolijk of zelfs gelukkig te zijn.”
Terwijl ze in haar koffie roert, zegt ze: „Waar ik vooral last van heb, is mijn inwendige stem die me kritisch toespreekt. Een kritische blik is nuttig maar niet als je daarmee alles afkraakt. Daar probeer ik los van te komen. En eigenlijk sta ik iets positiever in het leven, inmiddels. Al zijn er ook genoeg grijze perioden.”
Ze kijkt even naar het raam, waar de Californische zon schijnt. „Dan merk ik dat ik mezelf úít de somberte kan schrijven. Niet altijd, maar soms. Vandaar dat sommige liedjes droevig beginnen en iets levenslustiger eindigen.”
Haar oefening in vrolijkheid werd gestimuleerd door een vriendin die aanraadde een lijstje te maken van dingen ‘waar ik me op verheug’. Naar die handeling vernoemde ze een nummer op haar vorige album, ‘Write a List of Things To Look Forward To’, met daarin ‘een baby die geboren wordt, een brief die ik van je krijg’.
Inmiddels is Barnett vanuit Melbourne verhuisd naar Los Angeles, waar ze zich de afgelopen jaren geregeld terugtrok in de woestijn bij Joshua Tree waar ze zo hard kon spelen als ze wilde.
Daar ontstonden nieuwe geweldige nummers als ‘Same’, ‘Mantis’, ‘Stay in Your Lane’. We horen een andere Barnett, haar licht moedeloze dictie kreeg een tintelende onderstroom – met in ‘Sugar Plum’ een bijna-vrolijk ‘oohooh-koortje’ van haarzelf.
De muziek klinkt vitaal en uitgewerkt, er zijn vele gitaarlagen en pulserende ritmes van collega Stella Mozgawa (ook drummer van de groep War Paint). De teksten kregen veel aandacht, want „woorden zijn belangrijk”, zegt ze. „Een liedje is kort, ik wil geen woord verspillen. Daarom prop ik zoveel mogelijk ‘betekenis’ in ieder woord. Ik hou van die puzzel.”
En haar handelsmerk, de zelfkritiek? Die blijkt milder. In afsluiter ‘Another Beautiful Day’ zingt ze veelzeggend: „You gotta put yourself first sometimes.” En ook in het opgewekt jengelende ‘Mantis’ klinkt een belofte: „There’s no such thing as a perfect melody/ but I keep searching every morning in the trees.’
Als Barnett nog lijstjes maakt van gebeurtenissen om zich op te verheugen, dan zal daar inmiddels haar keramiekcursus op staan, surfen, en kijken naar de schilderijen van Georgia O’Keefe – bezigheden die ze in Los Angeles ontdekte. In de nabijgelegen woestijn leerde ze nieuwe mogelijkheden op gitaar. Zoals in de liedjes en bij concerten te horen, is Barnett een ambitieuze gitarist, maar het instrument krijgt niet doorlopend aandacht, zegt ze. „Ik hou van mijn gitaar, al hebben we een grillige relatie. Die is de afgelopen tijd weer opgebloeid. Ik heb mezelf een andere speelstijl geleerd. Daardoor werd de gitaar, nog meer dan eerst, de basis van de liedjes.”
Wat leerde ze zoal? „Een nummer als ‘Mantis’ klinkt niet zo heel anders dan vroeger, maar de gitaarpartij is dat wel. Het lied bestaat uit twee akkoorden, en ik speel zowel de melodielijn als de ritmepartij, tegelijkertijd. We hebben het later in de studio, in een keer opgenomen om het zo ‘live’ en energiek mogelijk te laten klinken.”
Net als haar idool Kurt Cobain speelt Barnett de dwars klinkende gitaarpartijen linkshandig. Bij vele optredens was te zien hoe haar hand schuurde langs de stalen snaren, zonder gebruik van een plectrum. Inmiddels speelt ze toch met plectrum, zegt ze. „Niet omdat het pijnlijk was, maar omdat het helderder klinkt.”
Album Creature of Habit is nu uit. Concert: 8/10 in TivoliVredenburg, Utrecht. Info: tivolivredenburg.nl
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden