Home

Nederland is niet klaar voor de AI-golf die nú op ons afkomt

Kunstmatige intelligentie De komst van artificial general intelligence is het ingrijpendste dat onze generatie gaat meemaken, schrijft Michiel Bakker. We moeten nu voorbereidingen treffen.

Terwijl ik dit schrijf, lanceert Anthropic – een van de grote Amerikaanse ‘labs’ waar de belangrijkste AI-modellen worden ontwikkeld – een product waarmee hun AI-systeem je muis en toetsenbord overneemt. Het opent bestanden, navigeert software, vult formulieren in. Het is nog een vroege versie maar het werkt. De stap van ‘AI die code schrijft’ naar ‘AI die je hele computer bedient’ wordt nú gezet. En het gaat, zoals alles binnen AI, heel snel beter worden.

Michiel Bakker is universitair hoofddocent aan de Amerikaanse universiteit MIT.

In november publiceerde ik met vijf anderen het AI Deltaplan: 52 beleidsideeën om Nederland’s positie op het gebied van AI te versterken. Het plan bracht meer teweeg dan we hadden durven hopen. Het werd expliciet genoemd in het coalitieakkoord, we spraken met academici, politici en het bedrijfsleven en we werken nu aan het vervolg.

Maar het belangrijkste heb ik nog niet over kunnen brengen: niet zozeer de analyse, maar het gevoel dat echt alles gaat veranderen. Ik werk als AI-veiligheidsonderzoeker bij een universiteit in Amerika en bij een van de grote Amerikaanse labs waar deze modellen worden gebouwd. Zelfs de mensen die er middenin zitten hebben moeite om bij te houden hoe snel het gaat. De samenleving gaat er over een paar jaar fundamenteel anders uitzien – hoe we werken, creëren, en besturen – en bijna niemand heeft dat echt door. De wereld is niet klaar. Nederland ook niet.

Sinds december schrijven zelfs de beste software engineers die ik ken bijna geen regel code meer zelf. Op mijn laptop geven AI-agents zelfstandig richting aan hele projecten: ik kijk mee, stuur bij, maar het programmeerwerk doet de machine. Zelfs een half jaar geleden was dat nog ondenkbaar.

Software als kanarie in de kolenmijn

Dat dit juist bij programmeren begon is geen toeval. De grote AI-bedrijven hebben de afgelopen jaren alles op alles gezet om softwareontwikkeling te automatiseren: AI die kan programmeren, kan namelijk ook zichzelf verbeteren. Betere AI schrijft betere code, die betere AI oplevert, die weer betere code schrijft. Die feedbackloop komt nu op gang. In eerste instantie maakt het vooral de menselijke AI onderzoekers effectiever maar, zodra de motor echt draait, worden de ontwikkelingen nóg sneller dan ze nu al zijn.

En wie denkt dat het bij software blijft, mist het punt. Een systeem dat goed kan programmeren is een hele stap naar al het andere wat wij op computers doen: bestanden verwerken, informatie controleren, berichten versturen naar anderen. Het overgrote deel van wat we ‘kenniswerk’ noemen is nu eenmaal werken met computers. AI kan vandaag al een contract analyseren, een spreadsheet bouwen, een rapport samenvatten, een mail opstellen. Wat het nog niet goed kan is wat jij de hele dag doet: al die losse stappen aan elkaar rijgen, van het ene programma naar het andere springen, context meenemen. Precies dát is wat Anthropic deze week lanceert – een AI die je computer bedient zoals een mens dat doet. Binnen een paar jaar zullen zulke systemen niet te onderscheiden zijn van een menselijke collega die op afstand werkt. 

Het punt waar dit naartoe beweegt heeft een naam: AGI, artificial general intelligence. Geen machine die ‘denkt’ of ‘voelt’, maar nuchterder: een systeem dat op menselijk niveau functioneert in vrijwel alle cognitieve taken, van kenniswerk tot wetenschap. Dario Amodei, ceo van Anthropic, verwacht dat we daar in 2027 zijn. Dat betekent niet dat alle kenniswerkers dan op straat staan: organisaties hebben tijd nodig om deze technologie te integreren. Maar de vraag is niet óf ons werk ingrijpend gaat veranderen, maar hoe snel, en of we er klaar voor zijn als het zover is.

Nederland is nog niet klaar

Nederland praat inmiddels volop over AI, maar vaak alsof het een gadget is – een handig hulpmiddel, een nieuw stukje software.

De vragen die op ons afkomen zijn fundamenteel. Hoe bouwen we midden in een energiecrisis genoeg datacentra om te zorgen dat we niet volledig afhankelijk worden van buitenlandse AI? Hoe benutten we de enorme kansen zoals versneld medisch onderzoek en verkleinen we de risico’s zoals AI-gestuurde cyberaanvallen? Hoe denken we over zingeving en herverdeling als ‘economisch nuttig zijn’ minder vanzelfsprekend wordt? Hoe zorgen we dat deze technologie ons dient in plaats van andersom?

Juist op dat niveau schiet Nederland tekort. Er zijn geen Nederlandse economen die serieus doorrekenen wat het betekent als kenniswerk binnen een paar jaar geautomatiseerd kan worden. Er zijn geen maatschappelijke toppen waar overheid, bedrijfsleven, vakbonden, en wetenschap samen aan tafel zitten. In het AI Deltaplan pleiten we onder andere voor een AI-impactinstituut dat precies dit zou doen. De coalitie heeft dat advies laten liggen. En dat zegt alles: we behandelen AI nog steeds als een economisch dossier, niet als de maatschappelijke omwenteling die het is.

Dit gesprek moet nú beginnen. Niet over een jaar wanneer de eerste kantoren leeglopen, niet na de volgende verkiezingen, nu. De komst van AGI is het ingrijpendste dat onze generatie gaat meemaken. En het enige dat we niet kunnen doen, is wachten tot het zover is.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Kunstmatige intelligentie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next