Ik twijfelde aan welk medisch-ethisch exces van deze week ik aandacht moest besteden. Waren het de misstanden in de fertiliteitskliniek in Leiderdorp die nog groter bleken dan gedacht? Eerdere onderzoeksjournalistiek van Nieuwsuur had al laten zien dat de kliniek zaaddonors veel meer kinderen liet krijgen dan de afgesproken limiet. Nu blijkt dat ook de leeftijdsgrens voor donors niet werd gehandhaafd, en dat tegen de afspraken in kinderen in het buitenland werden verwekt.
Presentator Jeroen Wollaars vroeg het maandag nog voorzichtig in de uitzending: waarom is er zo gehandeld? Er is maar één antwoord: geld. Er valt ontzaglijk veel te verdienen aan de wanhoop van jonge stellen met een kinderwens. En daarom behandelden deze artsen de zaaddonors als grondstoffenleveranciers, wensouders als consumenten en kinderen als producten.
De incidenten in de fertiliteitszorg zijn inmiddels te talrijk om incidenteel te zijn. Ze hebben ernstige schade tot gevolg. Niet alleen vanwege gezondheidsrisico’s, maar ook op existentieel niveau. Het maakt uit voor donorkinderen wat je ontstaansgeschiedenis is; of er in jouw belang is gehandeld, of dat er is gelogen en bedrogen.
Het einde is nog niet in zicht. Omstreden fertiliteitscowboys met dollartekens in hun ogen kopen in Nederland vruchtbaarheidsklinieken op. In de Nij Clinics bijvoorbeeld heeft de vruchtbaarheidsmultinational van de omstreden Tsjechische premier Babis een meerderheidsbelang. Babis is net als zijn buddies Trump en Orbán een ‘IVF-president’, met natalistische neigingen: veel eigen kweekbaby’s als antidotum tegen de omvolking. What could possibly go wrong?
Of moest ik schrijven over de abortuszorg? Ook daar zagen we deze week een opmerkelijke innovatie. Bij een ongewenste zwangerschap hoef je alleen nog op thuisabortus.nl een formuliertje in te vullen en kun je binnen vierentwintig uur de vruchtafdrijvende middelen in huis hebben. Dat is niet alleen voorbehouden aan Nederlandse vrouwen: in principe kan iedereen in Europa nu een abortuspil bestellen in Nederland, waarmee we feitelijk de Nederlandse abortuszorg exporteren. Je vraagt je af hoe we zouden reageren als andere landen hun medische ethiek hier per post komen opdringen.
Maar het is superhandig, zulke digitale abortuszorg. En niet alleen voor de vrouwen zelf. Ook uitzendbureaus van ongewenst zwangere arbeidsmigranten in de bollenteelt of de vleessector, of werkgevers in de seksindustrie kunnen hiermee aan de slag. Zo’n website scheelt hardwerkende pooiers en arbeidsbureaubazen tijd, geld en gedoe. Motto: geen zorg, geen zorgen.
De online verkrijgbare abortuspil komt niet voort uit commercieel belang, maar uit de ideële motieven van de initiatiefnemers, waarvan het maar de vraag is of een meerderheid van Nederland die deelt.
Abortus zou niet alleen maar makkelijk moeten zijn. Abortus moet veilig, beschikbaar maar ook zeldzaam zijn, zoals de Clintons dat vroeger nog wel eens mooi zeiden. Een embryo is geen ding en abortus geen gewone zorg. Abortus is een ongeluk. Daar moet je voorzichtig mee omspringen, en voorkomen dat het nog eens nodig is.
Goede zorg is dus essentieel – menselijke, warme, constructieve, niet-veroordelende zorg, gericht op goede kennis over anticonceptie. Je schiet gewoon tekort als je dat af doet met een formuliertje. En die goede zorg is des te belangrijker nu het aantal abortussen stijgt, omdat vrouwen de pil afdanken.
Het is niet goed als de meest progressieve minderheidsflank van de beroepsgroep de maat der dingen bepaalt in de zorgethiek.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd rent hier per definitie achter de feiten aan. Die kan alleen achteraf oordelen. De politiek moet hier dus de regels maken. Ik vroeg aan christelijke oud-collega Kamerleden waarom dit nou mogelijk is geworden en ze wezen me er fijntjes op dat ik als onderdeel van de NSC-fractie ook gewoon tegen SGP- en ChristenUnie-moties heb gestemd die dit hadden kunnen verhinderen.
Waarom stemden we tegen? Eerlijk gezegd: mede om hoe het er uit ziet als je voor een SGP-motie stemt over abortus. Maar ook omdat we te veel vertrouwen hadden dat het zo’n vaart niet zou lopen. Omdat zo’n teleconsult, in onze naïeve veronderstelling dus wél met oogcontact tussen arts en patiënt, alleen in absoluut uitzonderlijke noodgevallen zou worden ingezet. Omdat we dachten dat medisch professionals binnen de ethische grenzen kleuren.
We vertrouwden op die 99 procent, van artsen en zorgverleners die consciëntieus, maatschappelijk bewust en integer te werk gaan. De behoudende brave borsten van de beroepsverenigingen die in Den Haag zeggen: ga toch niet op onze stoel zitten. Maar het betekent dat die 1 procent – de cowboys die zelf bepalen wat moet kunnen, en elke maas in de wet maximaal exploiteren – hun gang kunnen gaan.
Dat is de les: je moet geen wetten maken voor braveriken, maar voor cowboys.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen