Home

‘Onze man bij de vijand’ toont het leven in een onvrij Rusland, waar journalisten nauwelijks nog toegang hebben

Journalistiek in Rusland Kritische buitenlandse correspondenten in Rusland moeten door allerlei hoepels springen om hun werk te kunnen doen. Journalist Thomas Erdbrink reisde erheen voor zijn nieuwe serie en stuitte op de vele werkelijkheden van de Russische propaganda.

Journalist Thomas Erdbrink sprak voor zijn nieuwe serie in Rusland onder meer de Jakoetische oorlogsveteraan en messentrekker Andrej 'Toeta' Grigorjev.

Een groepje tieners staat in een besneeuwd Moskous park. Ze dollen met elkaar en met de Nederlandse journalist Thomas Erdbrink, die naar Rusland is gereisd om verslag te doen van het leven onder het regime van president Vladimir Poetin. „I live in a no freedom country”, zegt een tienermeisje, als Erdbrink haar vraagt waarom ze voor de camera niets over haar land wil zeggen. „Mensen zouden niet moeten sterven voor vrede”, voegt ze eraan toe. De dertienjarige knul naast haar kan juist niet wachten om te gaan vechten. „Sterven voor je land is niet eng”, zegt hij stoer. 

Het is een veelzeggende scène uit de vierdelige serie Onze man bij de vijand, verschenen bij Videoland, waarvoor Iran-kenner en zelfbenoemd ‘autoritaire landen-correspondent’ Thomas Erdbrink en regisseur Roel van Broekhoven vier lange reizen door Rusland maakten. Het doel: de Russische ‘vijand’ leren kennen. De Russen waar westerlingen zoveel óver praten, maar die ze zelden zelf spreken. Omdat het Westen de oorlog volgens hem voornamelijk door „een bril met Oekraïense glazen” bekijkt, wilde Erdbrink gaan kijken hoe het leven eruit ziet aan de Russische zijde. Tot zijn verbazing kreeg hij een accreditatie en konden hij en zijn team onbelemmerd rondreizen.

Onderweg vallen ze van de ene verbazing in de andere. Russen willen vrede, maar steunen de oorlogszuchtige Poetin. Ze willen graag praten met die vrolijke Nederlander, maar niemand heeft trek in een echt openhartig gesprek. En allemaal zeggen ze „ontzettend veel” van hun land te houden. Niet zo gek. De oorlog in Oekraïne mag dan overal in felle propagandakleuren aanwezig zijn, Russen bevragen over de impact en de betekenis ervan is een ander verhaal. Mensen vallen stil of draaien weg. Wie zich wél tot een gesprek laat verleiden, vraagt zich naderhand bezorgd af of hij niets te veel heeft gezegd. „Dit wordt in Rusland niet uitgezonden toch?”, vraagt een Moskoviet.

Zo geeft Erdbrink een uniek inkijkje in het land, dat veel westerse journalisten na de invasie van 2022 noodgedwongen verlieten. Zeker sinds de arrestatie en veroordeling van The Wall Street Journal-correspondent Evan Gershkovich in 2024, wegens ‘spionage’, voelt niemand zich veilig. Daarnaast moeten correspondenten door talloze hoepels springen om hun werk te doen. Accreditaties moeten om de haverklap worden vernieuwd, reisbewegingen worden gecontroleerd en telefoonchecks en ondervragingen zijn standaard. En dan zijn er de vele obstakels van het leven in een autoritair regime onder sancties – een realiteit die Erdbrink als jarenlange inwoner van Iran ruimschoots kent.

Niet alle correspondenten vertrokken

Toch zijn niet alle westerse journalisten vertrokken. Volgens een lijst op website van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken zijn momenteel 75 correspondenten uit bijna 20 Europese landen geaccrediteerd. Niet allemaal zijn zij actief, niet allemaal wonen zij in Rusland en velen reizen vanwege de moeilijke werkomstandigheden heen en weer. Goed vertegenwoordigd zijn Duitsland (zestien correspondenten), Frankrijk (zeven correspondenten), het Verenigd Koninkrijk en Spanje (ieder vijf correspondenten). Ook staan er elf Amerikaanse media op de lijst, waaronder The New York Times en The Washington Post. Van de Nederlandse media is alleen NOS-correspondent Geert Groot Koerkamp nog over.

Sylvain Tronchet, correspondent van Radio France, arriveerde in 2021 met zijn vrouw en kinderen in Moskou en werkt er nu bijna vijf jaar onafgebroken. In die periode zag hij de situatie voor westerse journalisten „steeds moeilijker” worden, vertelt hij telefonisch vanuit Moskou. Zo is het heel moeilijk om regeringsvertegenwoordigers te interviewen. „Niemand wil praten. Of ze praten met media die ze als vriendelijker beschouwen en zich houden aan de censuur.” Zelf zegt hij vanwege zijn kritische berichtgeving „op een zwarte lijst” te staan. 

De schijnbare willekeur waarmee regels worden toegepast, maakt het moeilijk inschatten waar de grens van het toelaatbare ophoudt en de kans op uitzetting of vervolging begint. „Niemand is beschermd”, zei BBC-correspondent Steve Rosenberg in een recente documentaire over zijn werk. Daarin vertelt Rosenberg, die al een half leven in Rusland woont, hoe propagandamedia alles doen om westerse journalisten als ‘russofoob’ af te schilderen. „Een machtig wapen”, waar hij zich uit alle macht tegen verzet. En dus blijft hij kritische vragen stellen, ook aan de president. „Blijf kalm, en in alle gevallen beleefd”, zegt de Brit.

Erdbrink woont een geschiedenisles bij op een Russische school in de Kaukasische deelrepubliek Dagestan.

Toch zijn kritische Russische stemmen door militaire censuur en torenhoge straffen de afgelopen oorlogsjaren onherroepelijk op de achtergrond geraakt. In de met een Oscar bekroonde documentaire Mr Nobody Against Putin documenteert videomaker Pavel Talankin de effecten van de oorlogspropaganda op de school waar hij werkt in een slaperig provinciestadje. Talankin verliet Rusland. Maar de scènes met andere regime-critici, die het stadje óók telt, werden omwille van hun veiligheid uit de montage geknipt. Co-regisseur David Borenstein omschreef het werk in Rusland als een „ethisch en logistiek mijnenveld”, citeerde The New York Times. 

Ook bij Tronchet staat bronbescherming voorop. „De [geheime dienst] FSB weet waar je naartoe gaat, met wie je hebt afgesproken en bronnen krijgen regelmatig waarschuwingsbezoekjes.” Net als Erdbrink bezocht hij de bezette Oekraïense havenstad Marioepol. Sinds de Russen de stad in handen hebben en de wederopbouw in volle gang is, hebben journalisten geen aparte accreditatie meer nodig voor een bezoek. Ze kunnen er zelfs relatief ongestoord werken, vertelt Tronchet. „Marioepol is een van de weinige plekken in Rusland waar je niét constant in de gaten wordt gehouden. De autoriteiten weten dat niemand iets onwenselijks zal zeggen, tegenstanders zijn gevlucht of dood.”

Geen verzetshelden

In Onze man bij de vijand zegt een vrouw in Marioepol tegen Erdbrink „blij” te zijn nu bij Rusland te horen en net als in de Sovjetjaren weer een rood paspoort te hebben. „Als je kijkt naar de recente ontwikkelingen, zijn we waarschijnlijk Russisch”, antwoordt een groepje tienerjongens grijnzend op de vraag of ze nu Oekraïens of Russisch zijn. Veel van hun vrienden zijn naar Oekraïne gevlucht, contact is sporadisch. De jongeren in de serie lijken beter in staat om de geknede Kremlin-werkelijkheid te doorzien, dan de volwassenen om hen heen. Uit een recente opiniepeiling van het onafhankelijke Levada Center blijkt dat Poetins populariteit onder jongeren in vijf jaar is gedaald naar een schamele 18 procent. Toch zit een groot deel van hen aan het front. „De Russische samenleving bestaat nu eenmaal niet uit verzetshelden”, zegt Tronchet.

De serie kreeg sinds verschijnen veel lof, maar deed ook enig stof opwaaien. De serie zou de Oekraïense en Russische kant van de oorlog gelijkstellen, Russen van daders tot slachtoffers maken en Kremlin-desinformatie niet overal voldoende weerspreken. Erdbrink verweert zich stellig tegen de kritiek dat de serie propaganda in de kaart speelt. „Onze aanpak is niet dezelfde als die bij een krantenartikel of een actualiteitenprogramma. Er wordt soms gezegd dat wij niet kritisch zijn. Maar het is kritisch op een andere manier. Je geeft op beeld een completer plaatje, waarbij ook non-verbale communicatie telt”, zegt Erdbrink, die correspondent was voor NRC, de Volkskrant, CNN, The New York Times en The Washington Post. 

Erdbrink spreekt met vrouwen in de Kaukasische deelrepubliek Dagestan, waar veel mannen vechten in de oorlog in Oekraïne.

Hij trok naar het bezette Marioepol om meer uit te vinden over de doden van het bombardement op het plaatselijke theater in 2022. „Wij gingen erheen omdat er 600 doden waren gevallen. Daar treffen we een pro-Russische vrouw, die beweert dat het er 17 waren. We geloven daar niks van. Maar toen we verder keken, bleek dat het cijfer 600 is gebaseerd op een artikel van persbureau AP. De Oekraïense autoriteiten spraken van 300 doden en volgens Amnesty International waren het er ten minste 12. Op dat moment ben ik het spoor echt bijster.” Dat het theater werd getroffen door Russische bommen, staat voor hem buiten kijf. „Dat hadden we misschien duidelijker moet zeggen. Maar het ging ons om het dodental en dan zeg ik: jongens, laten we eerlijk zijn dat daar ook onduidelijkheid over bestaat.” 

In de laatste aflevering verschijnt ‘Toeta’, een oorlogsveteraan uit de Siberische provincie Jakoetië. In Rusland geniet deze Andrej Grigorjev een heldenstatus dankzij een heftig filmpje uit 2024, waarop te zien is hoe hij een Oekraïense soldaat doodt. „Wat doe je in mijn land?!”, vraagt de Oekraïense soldaat, voordat Toeta zijn mes in hem plant. Tegen Erdbrink zegt hij erover dat „achterblijven geen optie was” en dat „de plicht het moederland te verdedigen” hen met de paplepel is ingegoten. Enkele andere scenes hebben de montage niet gehaald. Erdbrink: „Dat is ook een realiteit met tv: niet alles past.” Kritiek had hij wel verwacht. „Veel Rusland-experts zijn boos op Rusland en de koers die het land heeft genomen. En terecht. Maar verwar ons werk niet met Rusland. Wie goed kijkt ziet dat deze serie van alles is, maar niet pro-Russisch.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Film en series

Wat moet je deze week kijken? Tips en achtergronden over boeiende films, series en tv-programma’s

Media

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next