De autoloze zondag is weer terug. In kranten, tijdschriften en digitale media wordt deze iconische maatregel uit de jaren 70 afgestoft vanwege mogelijke brandstoftekorten binnenkort. Tussen de regels door bespeur ik enige nostalgie naar deze knusse manier van bezuinigen, maar vooralsnog raast het verkeer door op de zondag. Het lijkt erop dat we eerst andere dingen gaan bedenken.
Het Internationaal Energieagentschap (IEA) bepleit 10 procent brandstofbezuiniging per land – laten we hopen dat het genoeg is. Volgens het rapport van het IEA hebben we te maken met een zeer urgente situatie. Het zou de grootste verstoring van de bevoorrading in lange tijd kunnen zijn. Dus als de Straat van Hormuz niet snel wagenwijd opengaat, zal iedereen moeten gaan besparen op brandstof. Hoe we dat gaan doen is de centrale vraag die momenteel in het maatschappelijk debat rondgaat. Minder rijden en vliegen? Fabrieken dicht? De thermostaat lager zetten? Niks is taboe.
En zo komt dus ook de autoloze zondag weer in beeld. En dat is niet onlogisch. Met beperken van het autoverkeer kan op hele korte termijn energie worden bespaard, hoezeer zo’n verplichte maatregel me als liberaal ook tegen de borst zou stuiten. In andere landen zijn ook voorbeelden bekend van vergelijkbaar ingrijpen in energieverbruik – en vervuiling – door auto’s. Ik denk aan bijvoorbeeld een slimme oplossing in het socialistische Hongarije ten tijde van de Koude Oorlog waar even/oneven rijden werd ingevoerd. Alleen auto’s met een even kenteken mochten toen rijden op even dagen. De oneven kentekens op de oneven dagen. Dat scheelt meteen de helft aan benzine en luchtvervuiling. Je kunt ook denken aan een Chinese variant waarbij de elektrische auto een groen kenteken krijgt en kan doorrijden terwijl voertuigen op fossiele brandstof aan de kant van de weg staan.
In de grote steden is het goed voor te stellen, beperkingen van autoverkeer. De fiets, de metro, de tram, de bus, de trein, de Uber; er zijn legio alternatieven voor stadsbewoners. In Amsterdam probeert het stadsbestuur al jaren de missie van GroenLinks op de politieke agenda te houden met symboolpolitiek, die tot nu weinig echte verandering brengt maar die wel de geesten rijp maakt voor drastische ingrepen zoals een autoloze dag. Ook in Utrecht en Rotterdam lijkt er draagvlak voor stevige milieumaatregelen. In dat licht is de energiecrisis voor sommigen een blessing in disguise.
Beperking van het autoverkeer heeft ook voordelen voor de kwaliteit van leven in de grote steden. Mijn buurman, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, wandelt dagelijks naar de collegezaal. Zijn vrouw springt tien minuten op de fiets als ze naar haar werk gaat. Hoewel ik geen tegenstander van de auto ben en sinds mijn achttiende een auto bezit: wat mij betreft worden de grote binnensteden meer autovrij. De trend was de afgelopen decennia helaas tegengesteld. Sinds de jaren 90 is het aantal auto’s bijna verdubbeld.
We moeten tegelijk niet blind zijn voor de nadelen van beperkingen op autoverkeer, en oppassen voor onbedoelde effecten. Wie bijvoorbeeld in Berkel en Rodenrijs woont en in Zeewolde werkt moet veel langer reizen als de auto uitvalt, en wie op ongangbare tijden werkt is ook meer afhankelijk van zijn auto. Zo zullen er talloze lokale problemen ontstaan als Den Haag ingrijpt.
Maar het echte probleem is dat de crisis te vroeg komt. De energietransitie is nog niet ver genoeg gevorderd en dus kunnen we nog geen vergaande maatregelen nemen als de olietankers voor anker blijven liggen. De econoom Fatih Birol, uitvoerend directeur van het IEA (opgericht na de wereldwijde oliecrisis van 1974), maant de wereld al lange tijd om de energietransitie te versnellen.
Volgens hem zijn we de basis vergeten. Daarmee bedoelt hij de infrastructuur die niet klaar is voor een toekomst zonder olie en gas. Politiek en bedrijfsleven waren gericht op klimaatdoelen door in te zetten op windmolens en zonnepanelen zonder rekening te houden met de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. Birol zei in Het Financieele Dagblad dat energiezekerheid als onderdeel moet worden gezien van de nationale veiligheid, omdat het de smeerolie van onze economie is. Elektrificatie is de toekomst; bedrijven en politiek moeten dat topprioriteit geven. Laat dat een van de lessen zijn voor deze Iran-oorlog. En zo niet, dan wordt het misschien elke dag zondag.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen