Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant
In allerlei Nederlandse steden, viel me tijdens de Boekenweek op, hadden bezorgde burgers Lidewij de Vos voorzien van een hitlersnorretje. Wandelend door Deventer, Sneek, Oss en Breda kwam ik heel wat opgesierde campagneposters tegen. Stond haar goed, moet ik zeggen.
Dat was nog wel mooi aan Hitler, dat hij zo’n karikaturaal snorretje had, het is aan dat korte snorretje te danken dat je met een zwarte viltstift even bondig tegen oprukkend nationaalsocialisme kan ageren. En zelfs dan leek het me veel werk geweest, trouwens, honderden van die snorretjes zetten. Complimenten, dacht ik rondwandelend, goed gedaan.
En straks kan het niet meer. Zodra De Vos en consorten het voor het zeggen krijgen, komen de tribunalen, is ons al te kennen gegeven. Je geeft snorrenzetters weinig kans voor zo’n tribunaal, dat wordt enkeltje strafkamp, als ze al niet tegen een muur worden gezet. Noem mij een dictatuur waarin het snorrenzetters anders is vergaan.
In Sneek, aan het hotelontbijt, ontwaarde ik de voortekenen in krantenstukken over de snorren. Daarin kwamen alleen FvD’ers aan het woord, van de rebellen zelf geen spoor. Ziedaar de Nederlandse journalistiek. ‘Vandalen’ waren het, ze hadden ‘af te blijven van andermans spullen’. Dit doen wij, zei een FvD’er, toch ook niet met D66-posters?
Nee vriend, zou wat worden, Jetten met een Hitlersnor. Ik zou het niet eens snappen, geloof ik. Wat moet Jetten met een Charlie Chaplin-snorretje?
Nee, waar zo’n snor gezet wordt, is rook, en waar rook is, is gas.
Ik schafte het Boekenweekessay aan, Ik had uw dochter kunnen zijn, een titel die me verwant leek aan Het zal je kind maar wezen, waardoor ik me probeerde voor te stellen dat Lidewij de Vos mijn dochter was. Daar schrok ik wel van, zeg. Tien vingertjes, tien teentjes, vioolles, vwo op d’r sloffen, twee studies – staat ze plotseling voor FvD op campagneposters. Met een hitlersnor. Toch nog geestelijk gehandicapt!
Midden op straat googelde ik haar vader en moeder. Misschien waren het wel heel beschaafde sociaal-democraten. Ik had nu al medelijden met die mensen. Jan Roos bijvoorbeeld vertelde ooit in de Volkskrant dat hij vriendelijke linkse ouders heeft.
‘En?’
‘Nee... niks. Kan ze niet vinden.’
Wel een dode opa. En geen gewone opa. Nee, een symptomatische opa, een opa die Lidewij de Vos, denk ik zo, onder de leden heeft gehad.
‘Mumumumu... Mussert?’
‘Nee, Wim Rietdijk. De voormalige dirigent van de Jostiband.’
Geen reactie.
‘Nee, Rietdijk was de cultuurfilosoof die het doden van gehandicapte kinderen bepleitte.’ (Ik moest weer aan De Vos’ ouders denken, die waren ook al kinderen geweest van deze opa. Stel het had een generatie overgeslagen, dan zaten ze in de fascistische sandwich.)
Meteen daar in Sneek keek ik een uitzending terug van Barend & Witteman met de opa van De Vos. Kwarteeuw geleden. Het kwam erop neer dat hij had befilosofeerd dat er geen fundamenteel verschil bestaat tussen het aborteren van bijvoorbeeld een embryo met down en het doden van een downie van een jaar of 3. Omzichtig en beleefd sprak hij erover, er zaten ouders aan tafel. Het duurde best een tijdje, viel me op, voor hij zichzelf de plomp in filosofeerde. Dat heb je weleens met drogredeneringen, soms lijkt het wat. Hangt van de lichtval af.
Ze lijken op elkaar, opa en kleindochter, die gezichten, geef die Rietdijk een vlecht, beiden hebben iets overgeciviliseerds, iets terdege vermomds, ergens onder de toga zitten roedes, de viool is eigenlijk een bijl. Het leken me van die mensen die slechter waren geworden van Tolstoj en Mozart.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.