Taal kan verraderlijk zijn. Woorden die in de ene omgeving doodnormaal zijn, kunnen ergens anders meteen verkeerd vallen. Neem termen als "wijf", "grietje" of "mokkeltje": voor de één plat, direct of zelfs een beetje speels bedoeld, voor de ander ronduit denigrerend. Het verschil zit vaak niet eens zozeer in het woord zelf, maar in de toon, de context en vooral: waar je bent opgegroeid.
In Rotterdam is taalgebruik vaak wat rauwer en directer, en zal een woord als "wijf" minder snel voor ophef zorgen dan in bijvoorbeeld Utrecht, waar het al gauw als respectloos wordt gezien. In Den Haag kan "grietje" juist weer vrij luchtig klinken, terwijl het in Amsterdam eerder neerbuigend kan overkomen. En "mokkel"? Voor sommigen een bijna charmante, ouderwetse term, voor anderen iets wat je anno nu echt niet meer zegt. Dezelfde woorden, totaal andere lading—afhankelijk van wie het zegt en waar.
Dat maakt het ingewikkeld om harde grenzen te trekken. Kun je iemand afrekenen op woorden die voor hem of haar altijd normaal zijn geweest? Of ligt de verantwoordelijkheid juist bij de spreker om zich aan te passen aan de context? Als taal zo afhankelijk is van waar je vandaan komt, is de vraag: bestaat er eigenlijk wel zoiets als universeel 'kwetsend' taalgebruik?
Stelling: Wat kwetsend is hangt af van waar je vandaan komt
Source: Fok frontpage