Extreemrechts Hoe om te gaan met extreemrechtse partijen in een democratisch bestel? Behandel ze niet als normale politici, schrijven Léonie de Jonge en Simon Otjes. Daarin hebben alle journalisten een verantwoordelijkheid.
Vrijwel overal waar Forum voor Democratie (FVD) deelnam aan de gemeenteraadsverkiezingen, boekte de partij winst. Sinds de vorige lokale stembusgang in 2022 is het aantal kiezers vervijfvoudigd en groeide het aantal raadszetels van 55 naar 299. In alle gemeenten waar de partij deelnam, wist de partij ten minste één zetel te behalen, en vaak twee, drie of vier.
Hoewel de partij landelijk slechts ongeveer 4 procent van de stemmen behaalde (wat op zich al zorgwekkend is), valt niet te ontkennen dat ze is uitgegroeid van een kleine speler tot een relevante factor in de lokale politiek. Zoals Tweede Kamerfractievoorzitter Lidewij de Vos het op de verkiezingsavond verwoordde: „Vanaf morgen gaan we onze beweging verder uitbreiden naar de haarvaten van onze samenleving” en „hebben we in ieder geval overal een voet tussen de deur gekregen”.
Léonie de Jonge is hoogleraar rechtsextremismeonderzoek aan de Universiteit van Tübingen in Duitsland.
Simon Otjes is universitair hoofddocent Nederlandse Politiek bij de Universiteit Leiden.
Het mag inmiddels duidelijk zijn dat FVD antidemocratische en extreemrechtse ideeën uitdraagt. Zo bleek dat partijleden en volksvertegenwoordigers in het recente verleden opgeroepen hebben tot tribunalen, sympathiseerden met neonazi’s, antisemitische complottheorieën verspreidden, pleitten voor een „homogeen blank” Nederland en extremistische terroristen vereerden – om enkele voorbeelden te noemen.
Landelijke en lokale media, evenals traditionele politieke partijen en hun afdelingen, staan in de frontlinie van de democratische zelfverdediging. Met de groei van FVD rijst opnieuw de vraag naar de juiste omgang met uiterst rechts. Verschillende media kwamen met een achtergrondverhaal over Lidewij de Vos, maar opvallend vaak zonder diepgaande analyse van haar politieke agenda. Zo mocht De Vos aanschuiven bij Nieuws van de Dag, waarbij twee van de gasten benadrukten hoeveel respect zij hadden voor FVD, diens standpunten en manier van politiek bedrijven. In het Algemeen Dagblad verscheen een profiel waarin vooral haar imago en familiegeschiedenis centraal stonden. De Volkskrant publiceerde een even bizar als seksistisch opiniestuk, waarin De Vos wordt vergeleken met het Meisje met de parel. De nadruk lag op haar uiterlijk, haar vermeende „fascinerende” blik en haar „verschijning”, terwijl haar politieke standpunten en ideologische positie vrijwel volledig buiten beeld bleven.
Ook traditionele politieke partijen stellen zich de vraag naar de omgang. Tom-Jan Meeus concludeerde in NRC, na een verder grotendeels rake analyse van de radicalisering van de partij, dat traditionele partijen maar één keuze hebben: „Stop met het doodzwijgen van kandidaat-verlossers. Ga in debat, roep ze ter verantwoording, breng in beeld wat er op het spel staat. Het negeren, het wegkijken: dat is nu een kwarteeuw geprobeerd, en woensdag heeft opnieuw laten zien dat het een kansloos tactiekje is.”
Meeus volgt een patroon dat in Nederland, maar ook in andere landen zichtbaar is. Naarmate het Vlaams Belang bij onze zuiderburen meer invloed kreeg, gingen de media de partij steeds meer als een „gewone” speler beschouwen. Een recent onderzoek van Teresa Völker naar de verandering in mediaberichtgeving over de AfD in Duitsland laat zien dat er sprake is van een „spiraal van anticiperende gehoorzaamheid”: wanneer journalisten worden geconfronteerd met invloedrijke uiterst rechtse partijen en vermoeden dat hun standpunten op brede publieke steun kunnen rekenen, geven ze vaker toe aan hun agenda, waardoor ze onbedoeld de invloed van uiterst rechts op het publieke debat versterken.
Hoewel deze reflex begrijpelijk is, berust ze op een misvatting: dat zichtbaar confronteren, debatteren en tegenspreken effectief zou zijn. Daarvoor is echter geen empirisch bewijs, zo blijkt uit onderzoek. Theoretisch hebben partijen en media drie opties: accommoderen (de partij behandelen als een „gewone” politieke speler of haar standpunten overnemen), confronteren (het debat aangaan om haar standpunten te ontmaskeren) of isoleren (indammen en droogleggen).
Met de groei van uiterst rechts stijgt ook het aantal wetenschappelijke studies naar de effecten van deze omgangsvormen. Daaruit blijkt dat accommodatie het meest problematisch is: het kopiëren van extreemrechtse ideologieën in media en politiek normaliseert deze, en politieke samenwerking (bijvoorbeeld in regeringscoalities) versterkt hun electorale positie.
Confrontatie is even problematisch. Tegen de achtergrond dat partijen als FVD nauwelijks moeite doen om hun intenties te verbergen (denk aan de racistische en extreemrechtse gasten op het JFVD-kerstgala die de Volkskrant in beeld bracht of de term remigratie in het partijprogramma), rijst bij confronterende strategieën (zoals kritische media-interviews of ‘in debat gaan’) de vraag wat er überhaupt nog te ‘ontmaskeren’ valt. Bovendien laat onderzoek zien dat de loutere aanwezigheid van extreemrechtse standpunten in publieke debatten deze ideeën al kan legitimeren. Onderzoekers Diane Bolet en Florian Foos vonden dat kritische interviews het imago van extreemrechts weliswaar kunnen schaden, maar tegelijkertijd de steun voor extreemrechtse uitspraken vergroot.
Naarmate extreemrechts aan invloed wint, zien journalisten zoals Meeus confronterende benaderingen als de pragmatische keuze. Juist dat ogenschijnlijke pragmatisme werkt echter averechts: door hen een podium te bieden, dragen media onbedoeld bij aan de verspreiding van extreemrechtse ideeën en aan hun institutionele verankering.
Dan blijft alleen nog het cordon sanitaire over. Een cordon sanitaire is een vorm van isolatie. Het doel is niet negeren of wegkijken, maar isoleren en normeren. Dat betekent: standpunten niet zomaar laten staan, maar kritisch kaderen. Geen ‘lifestyle’-portretten, geen interviews zonder journalistieke noodzaak. Geen samenwerking en niet op ooghoogte in debat gaan, want daarmee suggereer je dat extreemrechts ‘gewoon een mening’ is.
Het cordon moet worden gezien als meerlagige praktijk, waarvan de effectiviteit afhangt van consequente toepassing in verschillende arena’s. Alleen in het parlement afstand nemen werkt niet; ook in de media en het publieke debat moeten extreemrechtse standpunten consequent worden geïsoleerd. Juist op lokaal niveau is dat cruciaal: daar test extreemrechts nieuwe strategieën, maar daar ligt ook de eerste kans om ze effectief tegen te houden.
Maar een cordon is geen wondermiddel. Het is slechts één van de mogelijke, reactieve manieren om met extreemrechts om te gaan. Op zichzelf biedt het geen oplossing en het moet altijd worden aangevuld met proactieve maatregelen die de voedingsbodem voor extreemrechts aanpakken, zoals het uitdragen van de kernwaarden van democratie en rechtsstaat én geloofwaardige alternatieven bieden aan kiezers.
Een effectief media-cordon vereist een consistente opstelling van alle journalisten. In het pluriforme Nederlandse medialandschap lijkt dat moeilijk te realiseren. Bovendien is FVD nu in veel gemeenten vertegenwoordigd, en juist daar wordt het ingewikkeld. Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen weigerden meerdere lokale kranten en weekbladen in het noorden van Nederland FVD een plek in hun publicaties te geven, maar dat beleid is zeker niet dekkend.
Bij de meest recente stembusgang zagen we echter tal van onkritische interviews in lokale media, waarbij Forum-kandidaten en raadsleden als normale politici werden behandeld. Dat maakt duidelijk dat het cordon niet alleen fragmentarisch is, maar ook moeilijk standhoudt. Het is dan ook zeer de vraag of de geest nog terug in de fles kan. Alle journalisten, voorop die van landelijke media, moeten zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid: zij kunnen anti-democratisch en extreemrechts gedachtegoed versterken of helpen in te dammen.