Home

Nijmeegse onderzoekers vinden in de hersenen een ‘uitknop voor angst’ – en kunnen die indrukken ook

Nijmeegse onderzoekers ontdekten een ‘uitknop’ voor angst in de hersenen. In experimenten met ultrageluid kunnen ze proefpersonen daarmee minder bang maken. Dat kan mogelijk nuttig zijn bij de behandeling van aandoeningen zoals post-traumatische stressstoornis.

De handen van de proefpersoon rusten op het bureau met een computerscherm. Links en rechts van haar houden twee robotarmen twee speakers tegen haar hoofd aan, zo ongeveer bij haar slapen. De proefpersoon moet haast wel naar het scherm kijken, want aan weerszijden van de monitor schermen zwarte platen haar af van de rest van de ruimte.

Een foto van een gele slang met oranje vlekken flitst tevoorschijn op het scherm. Het reptiel ligt gekronkeld als het cijfer acht op een grijs oppervlak en lijkt met zijn zwarte ogen in de camera te loeren. Slechts heel even is de slang in beeld, maar de proefpersoon lijkt te schrikken.

Buiten het blikveld van de proefpersoon hangen nog meer computerschermen, maar dan met plaatjes van hersenscans en grafieken. Onderzoekers van de Radboud Universiteit zien de angstreactie van de proefpersoon ook: het lijntje van een van de grafieken kringelt plotseling steil omhoog. Het is een normale reactie op angst: je hartslag schiet omhoog, je pupillen verwijden zich en je begint te zweten.

Maar die reactie blijkt een soort uitknopje te hebben. En dat werkt via de amygdala: een amandelvormig orgaantje in je hersenen. Of eigenlijk twee orgaantjes. Ze zitten diep in je hersenen, zo’n beetje achter je ogen, ter hoogte van je slapen. De amygdala functioneert als een soort coördinatiecentrum voor angst en is een van de oudste delen van je brein. ‘Dat is ook logisch’, legt neurowetenschapper Sjoerd Meijer, een van de onderzoekers, uit. ‘Gevaar kunnen inschatten is evolutionair gezien belangrijk voor je overlevingskansen.’ Mensen zonder amygdala, bijvoorbeeld door een genetisch defect of ziekte, hebben een andere angstreactie.

Meijer en collega’s stuurden via twee speakers tegen het hoofd van de proefpersoon ultrageluid – hetzelfde soort onhoorbare geluid waarmee echoscopisten een ongeboren kind in de baarmoeder in beeld brengen – naar de amygdala van de proefpersoon. Daardoor leerden de proefpersoon de angstreactie trager aan. De onderzoekers hadden de uitknop voor angst gevonden. Hun bevindingen beschrijven ze deze week in het vakblad Science Advances.

Conditionering

Het aanleren van gevaar moet snel gebeuren en je moet het daarna eigenlijk niet meer vergeten. Vergelijk het met je hand branden aan een hete kachel: dat doe je één keer en daarna weet je dat je nooit meer een hete kachel moet aanraken. Precies voor dat leerproces is de amygdala belangrijk, was de gedachte. Dat dit bij dieren zo werkte, was al duidelijk. Voor gezonde mensen was dat nog niet rechtstreeks aangetoond.

Om dat idee te testen, lieten de onderzoekers de proefpersonen steeds twee slangenfoto’s zien: een ‘gevaarlijke’ en een ‘ongevaarlijke’. De proefpersonen leerden welke slang zogenaamd gevaarlijk was en welke ongevaarlijk doordat ze een elektrisch schokje in hun vingers kregen bij de ‘gevaarlijke’ slang. Conditionering dus, ook wel bekend als de pavlovreactie, naar de Russische fysioloog die ontdekte dat dieren (en mensen) een automatische reactie kunnen aanleren op een prikkel die steeds wordt gekoppeld aan iets betekenisvols, zoals eten.

Om te voorkomen dat een van nature enger uitziende slang meer reactie opwekte, wisselden de onderzoekers af bij welke slang de proefpersoon een schokje kreeg: bij de ene proefpersoon was slang A ‘gevaarlijk’ en bij de andere slang B. Deze procedure herhaalden ze met een nieuw setje slangen terwijl ze ultrageluid op de amygdala van de proefpersoon afvuurden.

De onderzoekers maten angst door de hoeveelheid zweet aan de vingertoppen van een proefpersoon te meten. Uit ander onderzoek was al bekend dat zweterige vingers een goede maat zijn voor hoe actief je amygdala is. Had een proefpersoon geleerd dat een slang ‘gevaarlijk’ was, dan kreeg diegene inderdaad zwetende vingers, ook lang nadat de onderzoekers waren gestopt met schokjes geven.

Angst afleren

Stuurden de onderzoekers ultrageluid naar de amygdala van de proefpersoon terwijl die een schokje kreeg bij een slangenfoto, dan leerde de proefpersoon de angstreactie langzamer aan. ‘We verstoorden eigenlijk de werking van de amygdala’, legt Meijer uit. Proefpersonen leerden de angstreactie dus wel, maar trager dan zonder geluidsstimulatie.

Daarna gebeurde er iets verrassends: als de proefpersonen onder invloed van het ultrageluid – met moeite dus – geleerd hadden welke slangen ‘gevaarlijk’ waren, leerden ze die angst ook sneller weer af dan wanneer ze geen geluidsbehandeling hadden gekregen. Vrij snel nadat de proefpersonen geen schokjes meer hadden gekregen, doofde ook de angstreactie uit. Meijer: ‘De amygdala bepaalt dus niet alleen hoe snel mensen angst aanleren, maar ook hoe ze die snel weer kunnen afleren.’

Om zeker te weten dat het de amygdala was die daarvoor verantwoordelijk was, herhaalden de onderzoekers hun proef door een ander hersengebied als doelwit van het ultrageluid te nemen. Daarbij gebeurde er niets met de angstreactie.

Het afleren van angst is wat psychologen doen om bijvoorbeeld fobieën en posttraumatische stressstoornis (PTSS) te behandelen. Dat doen ze door middel van exposuretherapie. Concrete plaatsen of geuren kunnen voor iemand met PTSS bijvoorbeeld verbonden zijn geraakt met het meegemaakte geweld of de verkrachting. Door de patiënt bloot te stellen aan die plaatsen of geuren, verliezen die hun emotionele lading en leert de persoon de angst af door nieuwe herinneringen te maken.

Toekomstmuziek

Meijer ziet zijn ontdekking in de toekomst dan ook als een mogelijke aanvulling op de behandeling van angststoornissen, waaronder PTSS. ‘Tijdens exposuretherapie haal je bestaande herinneringen op. Als je dan tegelijkertijd de amygdala kunt stimuleren, kunnen we die bestaande herinneringen misschien wel bijstellen tijdens het vormen van nieuwe herinneringen.’ Met andere woorden: je kunt de hersenen een handje helpen met het overschrijven van al opgeslagen informatie.

‘Elegant’, noemt Koen Schruers, psychiater en hoogleraar affective neuroscience aan de Universiteit Maastricht en niet betrokken bij het onderzoek, de manier waarop Meijer en collega’s de rol van de amygdala onderzochten. ‘Het levert een belangrijke bijdrage aan onze kennis over hoe het aan- en afleren van angst in het brein werkt.’

Ook Schruers ziet in de toekomst mogelijkheden voor de behandeling van PTSS, maar zover is het nog lang niet, benadrukt hij. ‘Echte patiënten hebben hun trauma niet bij ons in de spreekkamer opgelopen, maar al jaren geleden. De vraag is of je deze techniek kunt gebruiken om ze die angst weer te laten afleren.’ Een zweetreactie is daarbij niet waar patiënten last van hebben; dat is slechts een van de symptomen van angst. ‘Ze willen vooral van hun klachten af, zoals herbelevingen, vermijdingsgedrag en negatieve emoties zoals angst.’

Wat de Nijmeegse onderzoekers volgens Schruers vooral hebben aangetoond, is dat de amygdala rechtstreeks van buitenaf te beïnvloeden is. Dat heeft als voordeel dat je de hersenen niet in hoeft. Bij sommige psychiatrische aandoeningen moet je namelijk een elektrode in de hersenen plaatsen om de dieper gelegen hersendelen te bereiken. Dat is nogal ingrijpend. Een behandeling met ultrageluid heeft dat nadeel niet. Hooguit is het wat vervelend om die klodder doorzichtige, maar eenvoudig uitwasbare, gel in je haar te hebben die dient om het ultrageluid goed van de speakers je brein in te geleiden.

Behalve aan je haar kleven er ook risico’s aan de techniek, denkt Schruers. De onderzoekers gebruikten ultrasoon geluid met een lage intensiteit. Gebruik je ultrageluid met hoge intensiteit, dan kun je ook schade aanrichten. Soms zou het gebruik van dat geluid toch nuttig zijn, als je gericht een hersentumor wilt uitschakelen bijvoorbeeld. Maar dat is alleen nog maar in theorie mogelijk. Echt gericht een stukje brein uitschakelen is zo eenvoudig nog niet, denkt de hoogleraar.

En voor twijfelachtige doeleinden, zoals het angstcentrum bij soldaten ‘uitzetten’ zodat ze zonder vrees ten strijde trekken? Beide experts zien dat nog niet snel gebeuren. ‘We kunnen alleen processen die toch al gaande zijn in de hersenen, zoals aan- en afleren van angst, een klein duwtje in de juiste richting geven’, zegt Meijer.

De amygdala helemaal uitschakelen moeten we ook helemaal niet willen, vindt Schruers. ‘Angst heeft een functie. Mensen die helemaal niet bang zijn, leven minder lang.’

Angst heeft een functie als bescherming tegen gevaar. Angst helemaal uitschakelen is dan ook niet wenselijk en waarschijnlijk niet eens mogelijk. Sommige mensen hebben door een genetisch defect of beschadiging geen goed werkende amygdala meer. Beroemd onder wetenschappers is de inmiddels 59-jarige Amerikaanse vrouw SM046. Door een aandoening die haar amygdala vernietigde, ervaart ze geen angst voor extreme dreigingen van buitenaf, zoals slangen of gewapende overvallers. Ze wordt onevenredig vaak overvallen en stond haar belager eens rustig te woord. Die was daardoor zo beduusd dat-ie er zonder buit vandoor ging. Maar dat had zomaar anders kunnen aflopen. In 2013 ontdekten wetenschappers dat de vrouw wél angst kon ervaren door interne lichamelijke signalen, zoals verstikking of hartkloppingen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next