Asielrechtspraak
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Nee, Nederland gaat nog niet de kant op van Hongarije of Polen. Dat de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) dinsdag met een forse waarschuwing kwam richting Kamerleden die zich kritisch uitlaten over rechters is echter volkomen terecht. Juist als het gaat om de rechtspraak past politici zelfbeheersing. Rechters kunnen zichzelf moeilijk in het openbaar verdedigen, waardoor al snel de indruk kan ontstaan dat de kritiek dan wel hout zal snijden. En dat terwijl de positie van rechters, en hun vermogen om onafhankelijk en ongehinderd tot een oordeel te komen, cruciaal is voor het vertrouwen dat burgers hebben in het functioneren van hun land.
Aanleiding voor de reactie van NVvR-voorzitter Marc Fierstra waren de Kamervragen van JA21 over asielrechter Steffie van Lokven van de rechtbank Limburg. In een recent interview in NRC wordt beschreven hoe zij asielzaken voorlegt aan het Hof van Justitie in Luxemburg omdat ze vragen heeft over de interpretatie van het Nederlandse asielbeleid. Vooropgesteld: dit mag gewoon. Het leidt er ook geregeld toe dat te strenge asielregels moeten worden bijgesteld, en dit valt verkeerd bij de bedenkers van dit beleid in Den Haag.
De suggestie in de Kamervragen dat Van Lokven activistisch is doet Fierstra „denken aan Polen”, waar onwelgevallige rechters in eerste instantie verdacht werden gemaakt en later op grote schaal werden vervangen. Hij had net zo goed de VS kunnen zeggen, of Hongarije of Italië, waar de druk op rechters eveneens groot is. De weg terug is altijd zwaar. Al drie jaar wordt in Polen geprobeerd de schade te herstellen, maar dit blijkt lastig. Al snel klinkt het verwijt dat de zittende regering in Warschau óók politieke motieven heeft om te willen sleutelen aan de rechtspraak. Een giftige dynamiek kortom, waar je dus niet in terecht wil komen, zelfs niet een klein beetje.
Het is niet de eerste keer dat politici in Nederland de onafhankelijkheid van de rechtspraak in twijfel trekken. In de jaren zeventig zei een Kamerlid van de (linkse) PPR dat „een democratie nog te prefereren is boven een dicastocratie oftewel een regering door rechters”. De laatste jaren komt de kritiek vooral van rechts. De PVV had het over „D66-rechters”, FVD blies de term ‘dicastocratie’ nieuw leven in.
Uitspraken met grote politieke consequenties, zoals in de Urgenda-zaak, over de gaswinning in Groningen en het stikstofbeleid werden door deze partijen uitgelegd als politiek bedrijven door de rechterlijke macht. Dat leidde ertoe dat de Kamer zes jaar geleden een hoorzitting organiseerde over de rol van rechters in politiek en samenleving. Die was prominenter geworden, vonden alle deskundigen die waren uitgenodigd, maar zij zagen dat niet allemaal als een probleem. Een van de genodigden, Barbara Oomen, waarschuwde voor een „gevaarlijk debat” waarin rechters de zondebok worden. Als regels en verdragen waarop rechters hun uitspraken baseren niet bevallen, pas ze dan aan, zei zij toen.
Fierstra herhaalt die suggestie nu. Als partijen moeite hebben met wetgeving, dan is het aan henzelf om die aan te passen. Zíj zijn immers wetgever, de rechterlijke macht voert slechts naar eer en geweten haar taak uit als controlerende macht. Als politici wetten maken die de lat niet halen, kunnen rechters niet anders dan daarover vragen stellen.