Home

De geur van suikerbrood en Rintje Ritsma

Ook in vieze luchtjes zit nostalgie verborgen. Een jas vol sigarettenrook, een wolk tweetakt – geef me één vleug en ik ben direct weer terug in respectievelijk het Haarlemse park waar ik mijn eerste zoen kreeg en op Spitsbergen, waar ik per sneeuwscooter veldwerk deed. Worden die geuren daardoor lekkerder? Ik ben geneigd ‘ja’ te zeggen, net zoals er andersom ook schaamgeuren bestaan, aangename aroma’s die meer en meer gaan rieken omdat ze op je geweten inspelen. De geur van houtkachels op een koude winteravond: ooit instant-behaaglijkheid, nu louter luchtvervuilingsgêne.

De eeuwigheidswaarde van vluchtige geuren, er is al zoveel over geschreven, van Patrick Süskinds Das Parfum tot de allang oudbakken madeleine van Marcel Proust. Ik nam eindelijk eens de tijd om dat citaat daadwerkelijk te lezen, het bleek niet eens om de cake op zich te gaan maar om zompige met lindebloesemthee doordrenkte kruimels, de herinnering als kleffe hap.

Toch blijft geurnostalgie tot de verbeelding spreken. Eerder al werd er een internationaal wetenschappelijk historisch-geurerfgoed-project aan gewijd: Odeuropa. En nu willen wetenschappers van onder andere het Meertens Instituut samen met parfumeurs achterhalen en vastleggen hoe Friesland rook en ruikt. Aanleiding is een motie van BBB Fryslân om de geuren van het Friese platteland te behouden. Vers gemaaid gras, lamswol, mest, een vleugje verboden glyfosaat, stel ik me zo voor. De motie werd aangenomen, op voorwaarde dat onderzoek zou worden gedaan naar het héle Friese geurenpalet – dus inclusief suikerbrood, wadloopslib, natuurijs en Beerenburg.

Op naar Museum Joure (geur: koffie, thee, een zweempje zoute griotten), waar de officiële aftrap van het project plaatsvindt, onder de titel ‘Een neus voor erfgoed’. Met termen als nose-opener en neusgierig benadrukken de onderzoekers hun enthousiasme over het nog onontgonnen vakgebied. Geuronderzoek is hip and happening. Na afloop zal er een Friese streekproductenborrel zijn en een historische koffieproeverij, want het was hier in Joure dat kruidenier Douwe Egberts in 1753 zijn eerste zaak opende. Niet voor niets schittert aan de rand van de bebouwde kom een metershoge koffiekop.

Maar eerst worden we aan het werk gezet. Naast een snuffeltafel is er een enquête, met vragen als ‘welke geuren vind je Fries?’ De gedeputeerde van de Provincie Friesland heeft al een voorzetje gedaan: verschaald bier, pasgekopte tulpen en it stjonkfabryk – de kadaverfabriek in Burgum (geur: ontbindende lijken). Naarmate de Beerenburg vloeit komen er meer suggesties: fierljeppen (geur: moddersloot), zeilen op de Friese meren (geur: zonnebrand, touw).

Meest tot de verbeelding sprekende vraag: ‘is er een geur van een historische plaats, gebeurtenis of persoon die je weleens zou willen ruiken?’ Het vrouwtje van Stavoren, de werkplaats van planetariumbouwer Eise Eisinga, de Olympische schaatsmedailles van Falko Zandstra en Rintje ‘De Beer van Lemmer’ Ritsma?  Grutte Pier, zegt een vrouw naast me. Die grote Friese volksheld van vijf eeuwen terug schijnt een verre voorvader van VVD’er Gerrit Zalm te zijn. Wellicht is die zo goed eens aan zich te laten snuffelen omwille van z’n familiegeur. Werktitel: ‘Met het neusje in de Zalm.’

Gemma Venhuizen is biologieredacteur en doet elke woensdag ergens vanuit Nederland verslag

In het land

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next