De Belgische overheid zet opnieuw militairen in op straat om Joodse instellingen te bewaken. In Antwerpen staan soldaten voor scholen en synagogen. Voor veel Joden voelt hun aanwezigheid als noodzakelijk. ‘Ze passen op ons. Ze zijn onze vrienden.’
is verslaggever van de Volkskrant. Ze woont in België.
‘Natuurlijk zouden we liever willen dat hier geen militairen stonden’, zegt meneer Klein (33). Hij staat met zijn fiets voor de poort van een Joodse meisjesschool in Antwerpen, waar hij net zijn dochtertje heeft gebracht. Aan de overkant van de straat staan twee militairen in volle uitrusting, met scherfvest, helm en karabijn. ‘Maar ze zijn helaas noodzakelijk. We zijn blij dat ze er zijn.’
Klein – met zijn zwarte jas, hoed, baard en pijpenkrullen duidelijk herkenbaar als chassidische jood – vertelt hoe hij bijna dagelijks op straat wordt nageroepen. ‘Moordenaar, Free Palestine, dat soort dingen’, zegt hij. ‘Gelukkig heb ik nog geen geweld meegemaakt, maar het wordt steeds erger. Ik voel me onveilig. Het is goed dat er extra beveiliging is.’
Het lijkt een beeld van jaren geleden, na de aanslagen in Brussel van 2016, maar sinds maandagavond zijn ze er weer: militairen in de straten van Belgische steden. De Belgische overheid zet de komende drie maanden tweehonderd soldaten in voor de bewaking van Joodse instellingen in Antwerpen, Brussel en Luik. De soldaten zullen ook in metro- en treinstations patrouilleren en de politie ondersteunen bij drugsacties.
In de Belgische politiek werd al maanden gebakkeleid over de terugkeer van militairen in het straatbeeld. Vorige week drukte de regering een beslissing door, na tal van incidenten rond Joodse doelwitten, onder meer in Luik, Rotterdam, Amsterdam en Londen. Die werden telkens opgeëist door Harakat Ashab al-Yamin al-Islamia (Hayi), een schimmige groepering die mogelijk gelinkt is aan het Iraanse regime.
Antwerpen heeft na New York, Londen en Jeruzalem een van de grootste gemeenschappen van charedische (orthodoxe) joden ter wereld. Maandagavond werd in de Joodse wijk nabij het Centraal Station een auto in brand gestoken, waarna opnieuw videobeelden en claims verschenen op Telegram-kanalen van Hayi. Twee minderjarigen die in verband met de brand werden opgepakt, worden voorgeleid op verdenking van ‘deelname aan de activiteiten van een terroristische groepering’, aldus het Belgische OM.
Ook in Nederland is de beveiliging van Joodse instellingen opgevoerd. Marechaussee en politie zetten daarvoor extra agenten in. Premier Rob Jetten sprak daarover vorige week met Joodse organisaties.
In de Joodse wijk in Antwerpen, waar een hechte gemeenschap van orthodoxe joden woont, worden de militairen positief onthaald. Rond de twee soldaten voor de schoolpoort – strategisch opgesteld tussen een meisjes- en jongensschool – verdringen zich dinsdag tientallen brugklassers met pijpenkrullen en keppeltjes. Normaal vraagt de schoolbeveiliger hen om niet als groep op straat te komen, maar nu laat hij het begaan.
‘Ze passen op ons’, roepen de jongens enthousiast, als naar hun mening over de soldaten wordt gevraagd. ‘Ze zijn onze vrienden.’ Ze vinden het ook spannend, met dat grote wapen. ‘Het is interessant om hun geweer te zien.’
De kindermonden laten echo’s horen van wat de volwassenen rond hen zeggen. Die praten over incidenten en spanningen tussen Joden en moslims, sinds de oorlogen in het Midden-Oosten en nog meer sinds de Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op Iran, en over toenemende angst. Ze blijven het liefst in hun eigen zwaarbeveiligde wijk. Daarbuiten dragen sommigen een pet boven hun keppeltje.
‘Er zijn mensen die op straat klappen hebben gekregen’, zegt een 37-jarige man, die de passanten voor de meisjesschool in de gaten houdt. Hij hoort bij de shmira, de Joodse bewakingsdienst, en wil niet met zijn naam in de krant.
De man vertelt dat hij op de luchthaven van Zaventem was tijdens de aanslagen van 22 maart 2016, die net zijn herdacht, en dat hij bang is voor een herhaling. ‘Er zullen weer aanslagen plaatsvinden’, zegt hij. ‘Ik weet niet waar, ik heb geen glazen bol, maar het zal gebeuren. Dus we hebben politie nodig, militairen, beveiliging.’
Maar er klinkt ook kritiek op het gebruik van soldaten voor bewakingstaken, meer bepaald uit militaire hoek. De soldaten zelf mogen niet met de media praten, maar de militaire vakbonden laten flink van zich horen. Volgens hen is het Belgische leger al overbevraagd met extra trainingen, grootschalige oefeningen en nieuwe rekruten die moeten worden opgeleid.
Bovendien vragen de vakbonden al sinds 2016 om betere wetgeving voor de inzet van militairen op eigen grondgebied. Militairen mogen – in tegenstelling tot politieagenten – niemand arresteren, fouilleren of opzoeken in een databank. Bij incidenten moeten ze de politie inschakelen. Ze mogen hun wapen gebruiken voor wettige zelfverdediging. Maar als het misgaat, kunnen ze persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.
‘We zijn er niet tegen dat militairen worden ingezet op nationaal grondgebied’, zegt Chris Huybrechts, voorzitter van de vakbond VSOA-Defensie. ‘Maar als de burger beschermd wordt door de militairen, moet de militair beschermd worden door de wet. Daarop zijn we nu al tien jaar aan het wachten.’
De vraag is ook of de militaire inzet niet vooral symbolisch is. Met tweehonderd manschappen verspreid over drie steden is hun aanwezigheid beperkt, en bij sommige Joodse scholen in Antwerpen staan geen soldaten. ‘Het is goed dat de militairen er zijn, maar of het zal helpen, weet ik niet’, zegt een vader, met zijn dochtertje achterop de fiets. ‘Ze kunnen niet alles controleren.’
Veel Antwerpse Joden zeggen dat ze de overheid dankbaar zijn, maar uiteindelijk vooral op goddelijke voorzienigheid rekenen. ‘Wij hebben een beschermer’, zegt Jochanan Floor (75), terwijl hij naar boven wijst. Hij verhuisde tien jaar geleden vanuit Nederland naar Antwerpen, omdat de Joodse cultuur daar meer wordt uitgedragen. ‘Je kunt het ook zo zien: die beschermer heeft ervoor gezorgd dat die militairen hier zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant