Op 25 maart 1984 begon op het circuit van Jacarepaguá in Rio de Janeiro een Formule 1-carrière die zou uitgroeien tot een van de meest iconische in de geschiedenis. De 24-jarige Ayrton Senna verscheen aan de start van zijn eerste Grand Prix, rijdend voor het bescheiden Toleman-team. Wat voor het Braziliaanse publiek een bijzonder moment was – een landgenoot die debuteerde op eigen bodem – eindigde echter in een anticlimax.
Senna kwalificeerde zich als zeventiende, een bescheiden maar verdienstelijke prestatie gezien het materiaal van Toleman. In de race leek er, mede door het hoge uitvalpercentage, ruimte voor een verrassend resultaat. Die hoop werd al vroeg de kop ingedrukt. Na acht ronden begaf de turbo van zijn Hart-motor het, waarmee Senna de eerste uitvaller van het seizoen werd.
De teleurstelling was groot, maar achteraf bezien markeerde deze race vooral het begin van iets veel groters. Senna had zich al in de kijker gereden in de opstapklassen, met sterke prestaties in onder meer de Britse Formule 3. Teams als Williams en McLaren toonden interesse, maar een zitje bleef voor 1984 uit. Uiteindelijk koos hij voor Toleman, overtuigd dat hij daar zijn Formule 1-avontuur kon beginnen en zich kon bewijzen.
Dat vertrouwen bleek terecht. Hoewel zijn debuut geen punten opleverde, liet Senna in de daaropvolgende races direct zijn potentie zien. In Zuid-Afrika en België scoorde hij zijn eerste WK-punten met twee zesde plaatsen, ondanks fysieke klachten en de beperkingen van zijn auto. Het waren signalen van een coureur die meer in zijn mars had dan zijn materiaal toeliet.
De Grand Prix van Brazilië zelf werd gewonnen door Alain Prost, voor Keke Rosberg en Elio de Angelis. Het was een race waarin strategie en betrouwbaarheid een grote rol speelden, mede door de strikte brandstoflimieten en de hitte in Rio. Voor Senna speelde dat alles geen rol meer na zijn vroege uitval, maar zijn naam was wel voor het eerst op de startlijst van de Formule 1 verschenen.
Ayrton Senna met engineer Pat Symonds in Brazilië: een race die helaas net als zijn carrière te vroeg eindigde.
Foto door: Sutton Images
Toch had de nieuwkomer al duidelijk naam voor zichzelf gemaakt. Meerdere teams toonden interesse in de jonge ster, die toen al als wonderkind werd bestempeld. Brabham leek de meest voor de hand liggende optie, maar de tweede auto ging uiteindelijk naar (afwisselend) de broers Corrado en Teo Fabi, nadat sponsor Parmalat aandrong op een Italiaanse coureur.
Volgens Bernie Ecclestone speelde daarnaast ook Nelson Piquet, destijds de grote Braziliaanse ster, een rol: hij zou tegen de komst van zijn landgenoot zijn geweest. Het kamp rond Ayrton Senna schetste echter een genuanceerder beeld, waarin Piquet vooral geen actieve steun had verleend. Ecclestone bood hem vervolgens een tussenstap bij ATS in 1984 aan, om hem een jaar later alsnog in de Brabham-BMW te plaatsen. Uiteindelijk koos Senna echter zelf voor Toleman - een beslissing die hem de vrijheid gaf zich in alle rust te ontwikkelen.
Wat op die maartdag in 1984 nog niet zichtbaar was, werd enkele maanden later duidelijk. In Monaco reed Senna zich in de stromende regen naar een sensationele tweede plaats, een optreden dat hem in één klap op de kaart zette. Zijn debuut in Rio was daarmee geen eindpunt, maar het startschot van een carrière die de Formule 1 voorgoed zou veranderen.
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport