GroenLinks-PvdA maakt deze week haar nieuwe naam bekend. Ondertussen blijft de ideologische koers van de partij onderwerp van debat: jagen op de progressieve D66-kiezers of toch een onversneden linkse partij zijn?
Het is een veelzeggende scène in het boek over de fusie tussen GroenLinks en PvdA van De Groene-journalist Coen van de Ven. Tijdens een sessie bedoeld om de interne cultuurverschillen te overbruggen vraagt een externe coach aan een tachtigtal vertegenwoordigers van beide partijen wat de drijvende kracht achter de fusie is: macht of idealisme? Macht, luidt het antwoord van de meerderheid.
Het is ook een van de redenen waarom volgens een lid van de partijtop de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen toch een succes waren, ondanks het verlies in zetels ten opzichte van 2022. Als combinatie is GL-PvdA in meer gemeenten de grootste geworden dan vier jaar geleden. De partij krijgt daarmee vaker het initiatief bij de formatie en dus ook meer kans op de macht.
Politiek redacteur Frank Hendrickx bericht wekelijks over de mechanismen achter de politieke gebeurtenissen.
Het is een redenering die onbedoeld ook de aandacht vestigt op het verdriet op landelijk niveau: daar is de macht twee verkiezingen op rij uit het zicht gebleven. Een enkele scepticus waarschuwde daarvoor al tijdens het langgerekte fusieproces. Een samensmelting zou ook kunnen leiden tot een verdere isolering en het ontstaan van een kleurloze, linkse moloch. Geen centrumlinkse bestuurderspartij, zoals de PvdA, maar ook geen voorhoedepartij à la GroenLinks die aanschopt tegen de status quo.
De partijtop maakt donderdag de nieuwe naam bekend, maar het karakter van de beweging zal ook daarna onderwerp van discussie blijven. Een deel van de partij meent dat Klaver harder oppositie zou moeten voeren. Het regeerakkoord met bezuinigingen op de zorg en sociale zekerheid, en het volledig ontbreken van hogere belastingen op vermogens biedt in die visie geen enkel aanknopingspunt voor links.
Er wordt met enige jaloezie gekeken naar het succes van Zohran Mamdani in New York, maar ook naar Zack Polanski in het Verenigd Koninkrijk. Die leider van de Britse Greens raakte een snaar met een video waarin hij de politieke obsessie met de bootjes van illegale immigranten – ‘the boats, the boats, the boats’ – hekelde. Volgens Polanski worden de asielzoekers gebruikt als zondebokken en als afleidingsmanoeuvre voor een politieke agenda in dienst van de superrijken, een boodschap waar hij sindsdien op blijft hameren.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam, waar links voor het eerst sinds 2010 de grootste is geworden, liet GL-PvdA zich onmiskenbaar door Polanski inspireren. De lokale afdeling bediende zich van ‘woonpopulisme’. Het zittende college met Leefbaar Rotterdam kreeg keer op keer het verwijt dat er ‘nul betaalbare woningen’ zijn bijgebouwd, terwijl er ondertussen overal in de stad ‘glimmende torens voor importmiljonairs’ verrijzen. Er werd bezuinigd op het openbaar vervoer, maar de trams naar rijke buurten als Hillegersberg bleven rijden. ‘Verdien jij minder dan 85 duizend euro? Dan kun je opdonderen uit Rotterdam!’
In het ‘woonpopulisme’ zijn de rijken de vijand van ‘gewone Rotterdammers’, wat hun afkomst ook is. Geen subtiele boodschap, maar kennelijk wel een manier om het politieke debat te domineren.
Op landelijk niveau lukte dat opnieuw niet. Illustratief was het NOS-slotdebat waarbij thema’s als wonen en bestaanszekerheid steeds uitmondden in discussies over azc’s en asielzoekers.
Interim-partijleider Jesse Klaver hamert er op dat de betaalbaarheid van het leven onder druk staat en hekelt de aangekondigde bezuinigingen, maar blijft ook benadrukken dat zijn partij ‘constructief’ wil zijn. Er zit een logica achter die relatief gematigde aanpak. Alle peilingen wijzen erop dat op links nauwelijks nog iets te halen valt voor GL-PvdA. Als de partij wil winnen, zullen er kiezers uit het midden getrokken moeten worden.
Ondenkbaar is dat niet. In het huidige versplinterde politieke landschap kan de fusiebeweging zomaar de grootste worden als bij de volgende verkiezingen een paar zetels aan teleurgestelde D66- of CDA-kiezers overlopen. Maar wie op het politieke midden mikt, kiest niet voor een onversneden linkse aanpak, zo luidt dan de logica. Dat zou juist een afslag richting sektarisch links betekenen.
Het gevaar dat sceptici zien bij een gematigde koers is dat de partij te kleurloos blijft. Dat biedt tegenstanders de ruimte om de nieuwe partij te definiëren. Veelzeggend is dat GL-PvdA volgens een deel van de leden op migratie al te ver naar rechts is opgeschoven door een migratiequotum te aanvaarden en het EU-migratiepact te omarmen. Desondanks wordt de beweging door politieke rivalen onverminderd weggezet als een open-grenzenpartij.
GL-PvdA heeft zich anders dan bijvoorbeeld de linkse Spaanse premier Pedro Sánchez ook volledig gecommitteerd aan de extra uitgaven voor defensie en vergeleken met de Spaanse leider was de houding richting Israël ook nog relatief lang mild. Toch is de VVD erin geslaagd om de partij als ‘radicaal’ af te schilderen en een breed middenkabinet te blokkeren.
Het lot van Klaver als partijleider zal mede afhangen van zijn vermogen om het politieke debat – inclusief het debat over zijn eigen partij – naar zijn hand te zetten, hoe moeilijk dat ook is in een naar rechts hellend socialemedia- en talkshowlandschap. Het progressieve verhaal dat hij donderdag bij de onthulling van de nieuwe partijnaam zal houden, moet daarvoor het startschot vormen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant