is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant.
Ik had het nooit achter Haaksbergen gezocht, maar het stadje, bijgenaamd de Ster van Twente, biedt misschien wel een weg uit onze democratische crisis. Er werd namelijk een referendum over de komst van een asielzoekerscentrum georganiseerd. De vraag óf er een azc moest komen, stond daarbij niet op de rol; wel wáár die opvang moest komen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De eerste vraag was of de asielzoekers op een of meerdere locaties moeten worden opgevangen. De voorkeur van de meerderheid ging uit naar opvang op één plek. Die ene plek is liever geen toekomstige bouwlocatie (vraag 2) en beter wél een drukke plek, waar veel mensen wonen (vraag 3). Als vierde vraag werd de inwoners voorgelegd welke van de drie voorgelegde zaken voor hen het zwaarst weegt. Dat bleek de ligging van het azc.
Hoewel de vraagstukken slechts met een kleine meerderheid werden beslecht, zijn betrokkenen tevreden over het verloop en de opkomst, die slechts een beetje onder die van de gemeenteraadsverkiezingen lag. Het sterke aan het referendum was dat het nadrukkelijk de vraag of er überhaupt een azc zou moeten komen oversloeg; de komst van 129 asielzoekers staat niet ter discussie. ‘Dat gebeurt op basis van de Spreidingswet, daar kan de gemeenteraad niks aan veranderen’, zo lichtten de mensen achter het referendum toe in NRC.
Een ‘kritische’ burger is een stuk redelijker wanneer je een zwart-witkwestie even parkeert, en het in plaats daarvan over grijstinten hebt. Sterker nog, de grote, maar abstracte vraag zal grotendeels vergeten worden wanneer je het gesprek stuurt naar kleinere, maar concretere vragen. De emoties zitten immers rondom het abstracte en het identitaire. Wanneer een referendum die stap overslaat, en mensen dwingt over concrete zaken mee te denken, worden de emoties overgeslagen, maar heeft de burger tóch het idee dat hij wat mag zeggen. Daarmee kan de ratio weer leidend worden en het draagvlak vergroot.
Het Twentse referendum is daarmee anders dan de twee grote referenda die we in 2005 (de Europese ‘grondwet’) en 2015 (het Oekraïens associatieverdrag) in heel Nederland hadden. Die referenda kwamen neer op een simpele voor-tegenkwestie, die werd gebruikt door stokebranden die in die binaire kwestie een mogelijkheid zagen onderbuikgevoelens op te kloppen en zichzelf op de kaart te zetten; het FvD ontstond uit het Oekraïnereferendum. Het contrast tussen de grote complexiteit en abstractie enerzijds, en de simpele voor-tegenkeuze anderzijds, bleek de zwakte van referenda.
In Haaksbergen leek men te leunen op de gedachte waarmee David Van Reybrouck al jaren zijn burgerberaden promoot. Bij burgerberaden wordt besluitvorming gecrowdsourced; een groep gelote burgers doet, op basis van uitgebreide informatie en overleg, aanbevelingen over beleid. Met name het element ‘eigenaarschap’ valt te herkennen in het Twentse referendum. Door burgers zelf richtingen te laten bedenken voor ingewikkelde maatschappelijke vraagstukken, ontstaat er meer draagvlak en eigenaarschap voor het beleid.
Zelf heb ik altijd een zekere weerstand gevoeld bij burgerberaden en referenda. Bij referenda heeft dat natuurlijk te maken met de ervaringen van 2005 en 2015. Bij burgerberaden met de te grote ambities daarvan; voorstanders menen namelijk dat burgerberaden zelfs of júíst grote, complexe vraagstukken zoals klimaatverandering zouden kunnen oplossen. Dat lijkt mij niet, en bovendien zit er door de loting een duidelijk democratisch gebrek.
Het Haaksbergse referendum lijkt de beste elementen van de twee te combineren. Wanneer je de primitieve weerzin tegen alles wat nieuw is beleefd doch gedecideerd negeert, en doorschakelt naar de vraag hóé de noviteit vorm moet krijgen, zou je best eens een heilzaam medicijn voor onze kwakkelende democratie in handen kunnen hebben.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.