Radicaal-rechts
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het komt niet vaak voor dat in het jaar voorafgaand aan presidentsverkiezingen de Fransen naar de stembus gaan voor nieuwe gemeenteraden en burgemeesters. De lokale verkiezingen van afgelopen week werden daarmee een soort eerste peiling voor volgend jaar. Na twee termijnen als president is Emmanuel Macron in 2027 geen kandidaat meer. Het speelveld ligt daarmee geheel open. Afgaande op de laatste paar landelijke verkiezingen ligt verdere groei op de uiterste flanken van het politieke spectrum in het verschiet. Een tweede ronde tussen een kandidaat van radicaal-rechts (Marine Le Pen of Jordan Bardella) en een kandidaat van radicaal-links (Jean-Luc Mélenchon) is al jaren het doemscenario van de Franse bestuurlijke klasse. De laatste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen liet zondag zien dat zoiets geen uitgemaakte zaak is. Dat is goed nieuws voor Frankrijk en voor Europa.
Dat neemt niet weg dat er terechte zorgen zijn over de enorme doorbraak van het Rassemblement National van Le Pen en haar adjudant Bardella. Het RN scoorde beter dan ooit in gemeenteraadsverkiezingen. Nog maar twee verkiezingen geleden, in 2014, klopte de partij zich trots op de borst na winst in het stadje Hénin-Beaumont in Noord-Frankrijk (25.000 inwoners). Die gemeente werd een bestuurlijk visitekaartje. In 2020 kwam daar onder andere het grotere Perpignan (120.000 inwoners) in het zuiden bij. In beide plaatsen werden de respectievelijke RN-burgemeesters dit jaar al in de eerste ronde met absolute meerderheden herkozen. In de tweede ronde won radicaal-rechts nu zelfs Nice, met 360.000 inwoners de vijfde stad van Frankijk. Kleinere provinciesteden, zoals Castres, Carcassonne, Vierzon en Menton, vielen ook voor het eerst in handen van de partij van Le Pen.
Toch waren er ook veel gemeenten waar een zogenoemd ‘republikeins front’ verkiezing van een radicale kandidaat wist te voorkomen. Dat biedt hoop voor 2027. Zo had Le Pen haar zinnen gezet op Toulon. De RN-kandidaat won de eerste ronde ruim, alle andere politieke stromingen verenigden zich succesvol in de tweede ronde om haar verkiezing te blokkeren. Ook in Marseille haalde de RN-kandidaat de tweede ronde. Maar daar verenigden de tegenstanders zich achter de zittende centrum-linkse burgemeester. Parijs bleef evengoed in linkse handen, ondanks dat zelfs daar een flinke groei was van uiterst rechts.
Het is nog te vroeg om te kunnen stellen dat een min of meer redelijk midden het ook bij de presidentsverkiezingen van volgend jaar kan houden. Uit niets blijkt dat de onvrede in Frankrijk minder is geworden. Die gaat niet alleen om sociaal-economische thema’s en migratie, maar ook heel specifiek over de naar binnen gekeerde (landelijke) politiek zelf. Lokale verkiezingen zijn immers precies dat: lokaal.
Toch concludeerden veel partijleiders dat ze op de goede weg zijn voor het echte werk. Ook Le Pen, die direct ook nog maar eens haar steun uitsprak voor de Hongaarse premier Viktor Orbán en zijn EU-veto tegen de 90 miljard euro die Oekraïne nodig heeft voor de Europese oorlog tegen Rusland. De Franse gemeenteraadsverkiezingen zouden daarmee ook een wake-upcall moeten zijn voor 2027. Het politieke midden kan niet op zijn lauweren rusten. Macron, die in 2017 en 2022 een tweestrijd met radicaal-rechts inzet maakte van zijn eigen presidentscampagnes, heeft nog een jaar de tijd om iets van een erfenis veilig te stellen en de tweede Europese economie uit de handen van het anti-Europees nationaal-populisme te houden.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU