Tourette Een populaire tiener wordt overvallen door het tourette-syndroom, gaat daar bijna aan ten onder, maar vindt redding in een heerlijke en leerzame ‘crowd pleaser’.
Robert Aramayo als John Davidson in 'I Swear' geeft zijn hond Tilly tegenstrijdige commando's terwijl een agent hem aanspreekt.
I Swear. Regie: Kirk Jones. Met: Robert Aramayo, Peter Mullan, Maxine Peake, Shirley Henderson. 120 min. Te zien in de bioscoop.
Aanvankelijk is John Davidson een gewone tiener uit een arbeiderswijk in Galashiels, Schotland. Hij is een uitstekende doelman in het lokale voetbalteam, haalt kattenkwaad uit met zijn vriendjes en zit vol bravoure. Op de eerste dag dat hij naar de middelbare school gaat, vraagt hij al een meisje mee uit. Maar dan verandert er iets. John krijgt tics, waarbij zijn hoofd plotseling allerlei richtingen op beweegt. Bij het avondeten spuwt hij plotsklaps zijn maaltijd in zijn moeders gezicht. Tot overmaat van ramp roept hij beledigingen naar mensen die hij tegenkomt, van zijn eigen ouders tot volslagen onbekenden.
De kijker heeft dan al in de proloog van de hartverwarmende film I Swear gezien dat een volwassen John Davidson een koninklijke onderscheiding krijgt voor zijn werk als voorvechter voor meer begrip voor mensen met het syndroom van Gilles de la Tourette. Regisseur Kirk Jones maakt in die proloog ook duidelijk dat er best gelachen mag worden om wat John onwillekeurig allemaal aan beledigingen roept. Zoals „fuck the queen” bij het betreden van de feestzaal waar de koningin de onderscheidingen opspelt. „Sorry iedereen, sorry mevrouw”, volgt meteen erna. Waarna bij de toeschouwer een bevrijdende lach volgt. Een hoogst ongemakkelijke situatie wordt iets komisch.
Het tragische is dat John opgroeit in een tijd – de jaren tachtig van de vorige eeuw – waar nog weinig bekend is over het tourette-syndroom. In het eerste uur van I Swear zien we de gevolgen: pesten, onbegrip, sociaal isolement, ruzies en vechtpartijen. Dat John niets kan doen aan zijn ongecontroleerde en ongefilterde tics en taalgebruik wil er niet in.
Het onbegrip strekt zich uit van familie en vrienden tot instituties als school en politie. Dit verandert als John rond zijn twintigste twee mensen ontmoet die hem wél zien voor wie hij is: een charmante, gevoelige en energieke jongeman. Dat ontroert hem zichtbaar, en daardoor ook de kijker.
Dottie, de moeder van een vriend, en conciërge Tommy die hem een baantje geeft, negeren straal dat John ze beledigt, bespuwt of soms zelfs slaat – ongecontroleerde armbewegingen kunnen deel uitmaken van tourette. John kampt daarnaast met dwangneuroses, vaak ook onderdeel van het syndroom. Zo kust hij elke lantaarnpaal die scheef staat.
I Swear is een film met een lach en een traan, dus zakdoekjes mee. De film voegt zich naadloos in een traditie van warme, invoelende en humoristische Britse feelgood waarin personages sociale obstakels overwinnen en de wereld zo een beetje beter maken: films als The Full Monty (1997) of Pride (2014).
Zulke films kunnen memorabel worden met uitstekende acteurs, en dat is hier het geval dankzij Robert Aramayo, die een Bafta kreeg voor zijn rol als de echt bestaande John Davidson, en de bijrollen van Peter Mullan (Tommy) en Maxine Peake (Dottie). John leert van Dottie dat hij zich niet hoeft te verontschuldigen voor zijn gedrag, de kijker leert van I Swear hoe het is om tourette te hebben en hoe daarop te reageren. Dat is niet alleen leerzaam, maar ook zeer geestig en buitengewoon ontroerend.