Cineville Het bioscoopbezoek stagneert in Nederland, maar filmtheaters met hun kwaliteitsfilms groeien juist als kool. Dat is vooral te danken aan filmclub Cineville.
Ook de oude koepelgevangenis in Haarlem heeft nu een Cineville-theater.
Eerst het slechte nieuws. Vorig jaar verkochten Nederlandse bioscopen slechts 28,5 miljoen tickets, bijna 10 miljoen minder dan in piekjaar 2019. Die stagnatie geldt als ‘het nieuwe normaal’ – men bidt om succesvolle blockbusters uit Hollywood. Christopher Nolans Odyssee misschien, of Dune deel drie, of Avengers-film Doomsday.
Het goede nieuws: filmtheaters groeien als kool. Hun dieet van kwaliteitsfilm trok in 2024 6 procent meer bezoekers en vorig jaar zelfs 12 procent. In mijn favoriete Rotterdamse filmtheater KINO is het meestal gezellig druk en vaak stampvol. Het publiek is relatief jong; voor de film kan je er een Smash Burger met patat en asperges bestellen, het glas wijn mag mee de zaal in. Heel anders dan het onpersoonlijke multiplex-model van ketens als Pathé en Kinepolis dat begin 21ste eeuw de toekomst leek te zijn: bioscoopgangers efficiënt en met zo weinig mogelijk personeel in- en uitladen via de popcornbalie.
Het succes van de filmtheaters is niet los te zien van Cineville, de filmclub die vorig jaar ruim 2,5 miljoen kaartjes verkocht en na de Covid-pandemie groeide van 50.000 naar 118.000 leden. Die betalen ruim 20 euro per maand om onbeperkt films te zien bij de 80 aangesloten filmtheaters, waar ze 44 procent van de kaartjes kopen. Cineville-leden gaan per jaar 25 keer naar de film, de gemiddelde Nederlander 1,6 keer.
Het zwaartepunt is de Randstad, waar ruim 80 procent van de leden woont. Maar Cineville groeit ook elders, zegt directeur Samir Azrioual. „Een van onze nieuwste leden is bioscoop Cinecitta in Tilburg.” En in Europa: na België en Oostenrijk – onder de naam ‘nonstop kino-abo’ – begonnen ook Duitsland en Zweden na 2024 eigen Cineville’s op basis van Nederlandse software, marketing en expertise.
Thomas Hosman – mede-oprichter van Cineville en directeur tot 2024 – was trots toen vlak voor de pandemie iedereen het op het filmfestival van Cannes over Cineville had. Dat het zo groot zou worden, had hij in de zomer van 2008 niet voor mogelijk gehouden toen hij met drie medestudenten de Amsterdamse filmtheaters warm maakte voor samenwerking. Ze waren vrijwilligers bij studentenbioscoop Kriterion en merkten dat studenten daar graag koffie of een biertje dronken, maar de films links lieten liggen. Hosman: „Arthouse vonden ze duur en oubollig, meer iets voor hun ouders.” Films keek je thuis of bij Pathé, dat Amsterdam domineerde met frisse popcornbunkers.
De vier stelden een website met heldere filminformatie voor, plus een pasje met onbeperkte toegang tot filmtheaters. Hosman: „Ik herinner me dat we in een zaaltje boven The Movies onze plannen presenteerden aan de dertien Amsterdamse filmtheaters. We hadden een beamer maar geen witte muur, dus projecteerden we onze PowerPoint op een laken van de Hema. Dat houtje-touwtje-niveau hielp, ze dachten: die jongens zijn enthousiast, die gaan ons geen poot uitdraaien. Laat ze het maar eens proberen.” Zo ging Cineville in februari 2009 van start.
Hosman is trots dat Cineville naast een bv die voor de helft in handen is van de filmtheaters ook een vereniging is gebleven: „Het is geen maaltijdbezorging waar je eerst iedereen afhankelijk maakt en daarna afknijpt. De filmtheaters zijn de baas.” En bovendien dat Cineville studenten daadwerkelijk weer naar de film kreeg: 45 procent van de leden is jonger dan 35 jaar, Cineville bleek ook filmeducatie. Hosman: „Ze beginnen misschien met een Nolan-film, maar met zo’n pas waag je eens een gokje en zo verbreedt je filmsmaak zich vanzelf. Nu zie je dat klassieke films en retrospectieven een groot en jong publiek trekken.”