De Deense Sociaaldemocraten van zittend premier Mette Frederiksen zijn volgens een exitpoll ondanks een fors verlies in zetels de grootste partij gebleven. De partij koerst af op ruim 19 procent van de stemmen. Uit de eindpeiling blijkt geen meerderheid voor een linkse of rechtse coalitie.
is correspondent in Scandinavië en Finland van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.
De Sociaaldemocraten verliezen volgens de exitpoll fors ten opzichte van de vorige verkiezingen in 2022, toen de partij 27,5 procent van de stemmen haalde. De partij blijft de grootste van Denemarken, maar koerst af op het slechtste resultaat sinds 1901.
Daarmee wordt de partij van premier Frederiksen afgestraft voor deelname aan de huidige ‘paarse’ coalitie van de liberale partij Venstre en middenpartij De Gematigden. Deze drie partijen verliezen ten opzichte van vier jaar geleden, terwijl vrijwel alle oppositiepartijen op winst staan. Uit de peilingen bleek al tijden dat de middencoalitie, de eerste in veertig jaar tijd, onder Denen niet populair meer was.
Welke coalitie hiervoor in de plaats gaat komen, is op basis van de exitpoll hoogst onzeker. Het Deense parlement telt 179 zetels en dus zijn minimaal 90 zetels nodig voor een meerderheid. Het ‘rode blok’ van de Sociaaldemocraten en vier linkse partijen haalt volgens de eindpeiling samen 83 zetels. Het ‘blauwe blok’ van rechtse partijen komt uit op 78 zetels. De huidige liberale minister van Defensie Troels Lund Poulsen hoopt namens dit blok premier te worden.
Daarmee lijkt de enige middenpartij, de Gematigden, hoe dan ook een sleutelrol te gaan spelen in de coalitieonderhandelingen. Partijleider Lars Løkke Rasmussen, oud-premier en de huidige minister van Buitenlandse Zaken, heeft gezegd niet opnieuw premier te willen worden, maar een rol als formateur wel te zien zitten.
Rasmussen zei te hopen dat er met het oog op stabiliteit en draagvlak opnieuw een centrumregering kan worden gevormd. ‘Het gaat er in wezen om dat Denemarken zich voorbereidt op een wereld die absoluut onzekerder is dan we in het verleden gewend waren’, zei Rasmussen toen hij dinsdag zijn stem uitbracht.
De 48-jarige Frederiksen gaat voor een derde termijn als premier. Ze schreef eind februari verkiezingen uit en beloofde een miljonairsbelasting in te voeren. Met de opbrengst, een kleine miljard euro, wil Frederiksen kleinere schoolklassen financieren. Met het plan hoopte ze stemmen af te snoepen bij andere partijen, vooral aan de linkerkant.
De onvrede over de koers van de Sociaaldemocraten bleek al tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar, toen veel kiezers voor een links alternatief gingen. In hoofdstad Kopenhagen verloor Frederiksens partij voor het eerst sinds 1938 de burgemeestersstoel. Die ging naar de Socialistische Volkspartij. Volgens de exitpoll wordt deze partij de tweede van het land met ruim 11,4 procent van de stemmen.
Een behoorlijke winst was er ook voor de radicaal-rechtse Deense Volkspartij, in het verleden een motor achter het strenge immigratiebeleid. Ondanks de aanscherping van het beleid onder premier Frederiksen was immigratie bij deze verkiezingen weer een van de belangrijkste thema’s.
De Sociaaldemocraten krabbelden de afgelopen maanden op in de peilingen. Volgens analisten had dat te maken met het optreden van Frederiksen in de Groenland-crisis. De premier moest zich meermaals verweren tegen dreigementen van de Amerikaanse president Donald Trump om Groenland in te nemen. Frederiksen zocht met succes steun bij andere Europese landen en stuurde meer militairen naar het arctische eiland. Trump bond uiteindelijk in en startte diplomatieke gesprekken over meer Amerikaanse militaire aanwezigheid op Groenland.
De Groenlandse premier Jens-Frederik Nielsen sprak dinsdag van ‘de belangrijkste Deense parlementsverkiezingen in Groenland ooit’. ‘We bevinden ons in een tijd waarin een supermacht ons probeert te verwerven, te controleren’, zei Nielsen, doelend op de dreigementen van de Amerikaanse regering het arctische eiland in te nemen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant