Energiecrisis Het is verdacht rustig in de doorgaans chaotische straten van Manila. Om kosten te sparen blijven automobilisten thuis of ze gaan met de bus. De benzineprijs is sinds het begin van de oorlog in het Midden-Oosten verdubbeld en ook andere prijzen stijgen. „Als er niets wordt gedaan, komt alles tot stilstand.”
Een chauffeur controleert zijn jeepney in Pasay City in de Filippijnen. De chauffeurs zien hun kosten stijgen door de prijsverhoging van benzine.
Aan de frontlinie van de brandstofcrisis staan de chauffeurs van het openbaar vervoer. In Quezon City, een satellietstad van de Filippijnse hoofdstad Manila, hangen Johnnie Rebecca (48) en zijn collega’s tegen hun jeepney’s, beschilderde langgerekte taxibussen. Onder een viaduct, op een transportknooppunt waar mensen de metro, minibus en taxi’s kunnen nemen, wachten ze op hun beurt om hun route te beginnen.
De jeepney is een trots symbool van de Filippijnse nood-breekt-wet-mentaliteit. Handige klussers lasten overdekte achterbakken aan Amerikaanse jeeps die na de Tweede Wereldoorlog overal in de Filippijnen waren achtergebleven. Zo passen er ongeveer twintig mensen in. De chauffeurs huren de jeepney van een „operator”. Ze betalen zelf de benzine en vergaren hun inkomen uit de kaartverkoop. Passagiers betalen per kilometer. De ritprijs wordt door de overheid vastgesteld. Maar die weigert de prijs te verhogen, omdat de jeepney, samen met de minibus en de metro, het voornaamste transportmiddel is voor iedereen die geen dikke portemonnee heeft. Zonder dit vervoersmiddel kunnen miljoenen mensen niet naar hun werk en dat betekent chaos en economische stilstand.
Bijna alle chauffeurs die NRC sprak, hebben nu al, na vier weken oorlog, geen leefbaar inkomen meer. Als de benzineprijs verder stijgt, loont het helemaal niet meer om te rijden. In een poging het leed te verzachten deelde de overheid op sommige punten in de stad eenmalig 3.000 pesos (43,5 euro) uit aan jeepney- en minibus-chauffeurs. Maar Rebecca en andere chauffeurs zeggen niets te hebben ontvangen. „Ik verdiende vorige week 1.000 pesos (14,5 euro) per dag. Door de hoge benzineprijs houd ik vandaag maar 200 pesos over.”
Rebecca maakt zich grote zorgen. Hij heeft drie schoolgaande kinderen. Het gezin heeft geen reserves. „Ik weet nu al niet hoe we vanavond eten op tafel krijgen, want de prijzen op de markt zijn ook gestegen.” In 2024 leefde 15,5 procent van de 117 miljoen inwoners van de Filippijnen onder de armoedegrens van 1,35 Amerikaanse dollar (1,15 euro) per dag. Inflatie betekent voor veel gezinnen dat ze geen of minder eten kunnen kopen.
Jeepney-chauffeurs Emmanuel Jianan, Johnnie Rebecca en John Cadiz (v.l.n.r.) in Quezon City.
Chauffeurs in Quezon City krijgen geld van de overheid vanwege de gestegen brandstofprijzen.
Een jeepneychauffeur telt zijn geld bij een busstation in Pasay City.
De overheid heeft maatregelen afgekondigd. Er zijn kortingskaarten uitgedeeld voor bepaalde bus- en metrolijnen. Voor ambtenaren is een vierdaagse werkweek ingesteld. Mensen worden opgeroepen thuis te werken en de airco minder te gebruiken. In omringende landen, zoals Indonesië, houdt de overheid met subsidies de energieprijs laag. Maar ondanks oproepen weigert de Filippijnse president Ferdinand Marcos Jr. de belasting op olie, en daarmee op benzine, te verlagen.
Brommertaxichauffeur Christian Heres (40) heeft geen vertrouwen in het beleid. „Het is een mondiaal probleem, maar in de Filippijnen maakt corruptie de situatie erger. Oliehandelaren en rijke mensen aan de top houden de olie vast, zodat ze meer kunnen verdienen.” Het is een veelgehoorde overtuiging.
Heres woont met zijn vrouw en twee kinderen in bij zijn schoonfamilie. „Ik rij tijdelijk de brommertaxi.” Hij verdient 1.000 pesos per dag. „Als ik veel ritten heb.” En nu is alles onzeker. Heres werkte jarenlang als pompbediende in de Verenigde Arabische Emiraten, maar hij verwacht niet dat hij snel kan terugkeren. „Ik zoek nu werk in Europa.”
Een medewerker van een tankstation in Quezon City gebruikt zwarte tape om de prijs aan te passen van de brandstoffen. Het aantal cijfers past door de prijsstijging niet meer op het digitale bord.
De hoge benzineprijs raakt niet alleen chauffeurs. In de stad Olongapo, drie uur ten noorden van Manila, werkt ober Joseph Dayrit (43) in een van de strandresorts. Het personeel is bedrukt. Er heerst een crisissfeer. „Net als toen met corona.” Om de kosten te drukken is de werkweek ingekort van zes naar vier dagen. Niet-gewerkte dagen worden niet uitbetaald. Een aderlating, zeker nu de kosten stijgen. Dayrit vertelt dat hij 500 pesos per dag verdient. „Daarvan gaat 100 pesos naar de benzine voor de brommerrit van mijn huis naar mijn werk.”
Voor aanstaande donderdag en vrijdag hebben 74 organisaties een protestmars van Quezon naar het presidentieel paleis aangekondigd. „We roepen de regering op om de belasting op olie te schrappen en de ritprijs van de jeepneys te verhogen met 5 pesos per kilometer,” zegt jeepneyvakbondleider Mody Floranda in een telefoongesprek. (De huidige kilometerprijs is 14 pesos.)
Floranda: „We vragen geen subsidie op brandstof, maar afschaffing van de belasting op brandstof zou iedereen helpen. Want de hoge olieprijs werkt door in de hele economie, tot aan het kleinste voedselitem toe. Als er niets wordt gedaan, komt alles tot stilstand. Mensen kunnen dan niet meer naar hun werk. En zonder inkomen kunnen ze hun boodschappen niet meer doen. Als er niets gebeurt, zal de Filippijnse economie in een hyperinflatie duiken.”
Naast het transportknooppunt van Quezon City staan bij een hotelparkeerplaats vijf oplaadpunten voor elektrische taxi’s van het Vietnamese bedrijf Vinfast. Over klandizie klagen deze chauffeurs niet. De ritprijs is momenteel lager dan die van fossiele taxi’s. De bewaker van de oplaadplaats beweert dat de oplaadpalen worden gevoed met zonne-energie, maar NRC kon dat niet verifiëren.
Jeecee Castuciano (41) is een maand geleden begonnen als e-taxichauffeur. „Ik ben dit aan het uitproberen. Ik werkte hiervoor in een callcenter, maar mijn vrouw en ik willen zelf een auto kopen en voor het onlinetaxiplatfrom Grab rijden.” Er zijn in de Filippijnen nog erg weinig voorzieningen voor elektrisch rijden en Castuciano zag er niet veel heil in. Maar nu fossiele brandstof zo duur is, overweegt de ondernemer een elektrische auto te kopen.
Het is in de Filippijnen gangbaar elke dinsdag de benzineprijs aan te passen aan de internationale prijs. Sinds de oorlog in het Midden-Oosten begon, staan op maandagavond lange rijen voor de pompstations. Eindelijk zijn jeepneychauffeur Alfredo Halili (70) en zijn vrouw Clarita aan de beurt. Halili’s inkomen is in één week gedaald van 1.000 pesos naar 500 pesos per dag. Hij durft niet vooruit te denken. „Het enige wat we kunnen doen is bidden. Alleen God weet wat er gaat gebeuren.” Halili hoopt dat de Filippijnse overheid met oplossingen gaat komen. „Maar de echte oplossing is dat Israël, Iran en de Verenigde Staten vrede sluiten, zodat de Straat van Hormuz weer open gaat.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen