Kogelgaten In deze rubriek kijken we naar opvallende beelden in de hedendaagse cultuur, en wat ze te zeggen hebben. Deze week: kogelgaten als cultuur.
Soms laat men kogelgaten expres in een gebouw zitten.
Ook Nederland heeft er meer dan je zou verwachten.
Maar wat is de culturele betekenis van een kogelgat eigenlijk?
Als de rook optrekt, als de doden zijn geborgen, blijven ze nog – soms voor altijd. De bekendste kogelgaten van Nederland zijn er twee, de linker groter dan de rechter. Ze lijken wat af te brokkelen, alsof ze het resultaat zijn van achterstallig onderhoud. Maar de schilderij-achtige omlijsting eromheen laat er in het Prinsenhof geen misverstand over bestaan: dit zijn bewust in de muur gelaten gaten, erin terechtgekomen nadat drie kogels 442 jaar geleden het lichaam van Willem van Oranje hadden doorboord.
Misschien komt het door al die reclames voor de nieuwe musical over Willem van Oranje, of misschien komt het door de voortdurende stroom oorlogsbeelden uit Oekraïne en het Midden-Oosten – maar ineens komen ze weer in herinnering: die twee kogelgaten boven de trap in Delft. De locatie is nu wegens verbouwing gesloten, maar desgevraagd legt men er wel telefonisch uit dat de kogelgaten „net als de Nachtwacht” een cultuurhistorisch ijkpunt zijn, die „eigenlijk iedereen in Nederland” zou moeten zien.
Het lijkt inderdaad logisch: de twee gaten groeiden bijna direct nadat de kogels waren afgevuurd uit tot een soort bedevaartoord, en zijn sindsdien in duizenden boeken vermeld. Maar tegelijk voelt het ook wat vreemd, want: kogelgaten als een ‘lieu de mémoire’, plek van herinnering? En past dat wel bij Nederland, waar sinds 1672 nauwelijks nog langdurige oorlogshandelingen zijn gevoerd?
De actualiteit laat zien dat de vraag naar de culturele betekenis van kogelgaten steeds weer terugkeert. Dagelijks zijn er nu bommen in het nieuws, verwoeste gebouwen op de foto’s, en zelfs het vermoeden van een Derde Wereldoorlog wordt al uitgesproken. Maar als de oorlogen weer voorbij zijn, als de rook is opgetrokken, wat doe je dan met de verwoesting, de kogelgaten in de gebouwen? Poets je ze weg, of laat je sommige juist zitten, als een herinnering aan dodelijke gebeurtenissen?
Buitenlandse voorbeelden zijn er genoeg. In de stad Borodyanka in Oekraïne heeft men een kogelgat in het hoofd van het standbeeld van de dichter Taras Shevshenko laten zitten, dat er in 2022 door een Russische aanval inkwam. Kunstenaars hadden er toen een bebloed verband eromheen gewikkeld. Bij een bericht van de Europese Unie hierover wordt er terugverwezen naar de beroemde Gedächtniskirche in Berlijn, na 1945 misschien wel het bekendste monument met oorlogsbeschadigingen, waaronder kogelgaten in de muren. Maar ook nog in 2009 heeft de Britse architect David Chipperfield bij zijn renovatie van het Neue Museum in Berlijn kogelgaten in de muren laten zitten, de overblijfselen van de gevechten tussen het Rode Leger en de nazi’s in 1945 op deze plek.
Kogelgaten in het stadhuis van Groningen, ontstaan in april 1945, tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog.
In Nederland lijkt een dergelijk haast theatraal gebaar haaks te staan op de toch wat pragmatische omgang met het verleden. Hier geen emotionele discussies over „de littekens” van het verleden die ook nu nog getoond zouden moeten worden. Maar als je ernaar zoekt zijn ze er wel, en een aantal ervan wordt ook bewust in stand gehouden.
Op YouTube is een filmpje van omroep Rijnmond te zien van een bode in het Rotterdamse stadhuis, die kogelgaten in de trouwzaal van het Rotterdamse stadhuis laat zien – een gevolg van de bombardementen van 1940 door de nazi’s op de stad. Ze zitten in de grote muurschildering die over de liefde gaat, en in een vensterkozijn aan de buitenkant. Dat gat in het kozijn was bij een renovatie per ongeluk door een bouwvakker opgevuld, maar moest daarna weer snel worden teruggebracht naar zijn beschadigde staat.
Bij de Rijksdienst voor cultureel erfgoed vertelt een woordvoerder dat het nooit het kogelgat zélf is dat tot monument wordt verklaard, maar het gebouw of object waar de kogel insloeg – zoals de stadhuizen in Rotterdam of Groningen. Bijna tien jaar geleden werd er daarom een discussie gevoerd of een paal in Drenthe tot monument zou worden verklaard. De paal naast het spoor ter hoogte van De Punt zit vol kogelgaten, en is daarmee een tastbare herinnering aan de Molukse treinkaping van 1977. Die is uiteindelijk beëindigd toen mariniers de trein bestormden, wat twee gegijzelden en zes kapers het leven kostte. Het verzoek de paal tot monument te verklaren is in 2017 ingediend, maar heeft het niet gehaald – de paal met gaten erin kan dus gewoon worden weggehaald als de NS dat zou willen.
In 2017 werd de discussie gevoerd of een treinpaal bij de Punt in Drenthe een monument zou moeten worden, als herinnering aan de treinkaping van 1977.
Dit is het doel van het kogelgat als cultuur: het moet, ook na vele jaren, de schok over de gewelddadige gebeurtenis op een directe, haast voelbare manier kunnen opwekken, in de hoop dat er iets goeds, iets beters uit kan ontstaan. De vorm van een kogelgat lijkt daarbij beperkt, maar de artistieke mogelijkheden zijn eindeloos – door het object waar het is ingeslagen, en door de hoeveelheid kogels die zijn afgevuurd.
Soms blijven er heel veel kogelgaten zitten, zoals de 93 gaten in Fort Zeelandia in Suriname waar in 1982 de Decembermoorden plaatsvonden. In Delft zijn het er maar twee, maar het was genoeg om tot cultuurobject uit te groeien – en de gaten een attractie op zichzelf. In een expositie in 2018 waren afgietsels van de gaten als 3D-object ernaast gezet, zodat de bezoekers er met hun vingers in konden voelen. Meerdere generaties menen zich te herinneren er ook echt nog in gepeuterd te hebben, maar dat blijkt niet te kunnen: er is al sinds de jaren dertig een glas voor bevestigd, vertelt een woordvoerder.
Kogelgaten in de muur van Bastion Veere in Fort Zeelandia waar in 1982 de Decembermoorden plaatsvonden. Verschillende gaten zijn uitgeboord voor het gerechtelijk onderzoek.
Een beetje melig waren ze dus wel geworden, die kogelgaten van vier eeuwen oud. Misschien ligt het aan de huidige tijd vol oorlogsbeelden, maar van meligheid is nu niets te merken. Als het Prinsenhof eind 2027 weer opengaat, wordt het verhaal rond de kogelgaten extra uitgelicht, laat het museum weten. Dan moeten ze een echte lieu de mémoire worden, de tastbare herinnering aan de aanslag op „de vrijheid van godsdienst en van geweten”, waarden „waaruit Nederland is voortgekomen”.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden