De hoge brandstofprijs vraagt om het oplossen van armoede, niet om een goedkopere tankbeurt.
Na de aanval van de Verenigde Staten en Israël op Iran is de Straat van Hormuz voor een belangrijk deel afgesloten. Gezien het belang van deze zeestraat voor de mondiale handel in olie leidt dit direct tot verstoringen in de aanvoer en stijgende wereldwijde olieprijzen.
De consument merkt dat onmiddellijk: de Nederlandse automobilist betaalt inmiddels bijna 2,60 euro per liter benzine en nog meer voor diesel. Dat is ruim 60 cent meer voor benzine en bijna 90 cent meer voor diesel dan aan het begin van dit jaar.
Voor veel Nederlanders is dat een onaangename verrassing. En zoals we inmiddels gewend zijn wanneer de economie tegenzit, klinkt er in de Nederlandse politiek, van links tot rechts, een roep om compensatie voor de hoge brandstofprijzen. Waarom zou de consument immers de dupe moeten zijn van mondiale ontwikkelingen? In landen als Griekenland, Spanje en Noord-Macedonië zijn inmiddels al maatregelen genomen om de prijsstijgingen te dempen.
In Nederland richt die roep zich vooral op het tijdelijk verlagen van de accijns op brandstof. De prijs van benzine en diesel bestaat hier voor een groot deel uit btw en accijns, meer dan in onze buurlanden, waardoor er daar goedkoper kan worden getankt.
Over de auteur
Simon Huijben is promovendus economie aan de Universiteit Utrecht.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Toch is een accijnsverlaging een ineffectieve en zelfs contraproductieve maatregel. Tanken wordt weliswaar iets goedkoper, maar het onderliggende signaal van de hoge brandstofprijzen wordt genegeerd. Die prijzen stijgen immers niet zonder reden: de mondiale olieaanvoer is afgenomen, terwijl de vraag hoog blijft. In een gezonde economische dynamiek leidt dat tot aanpassing van gedrag.
Als de prijs hoger wordt dan mensen bereid zijn te betalen, kunnen zij afzien van de aankoop. Omdat de benzineprijs zo hoog is, zien mensen misschien af van dat ene autoritje of pakken ze toch maar even de trein. Wanneer er gecompenseerd wordt, ontstaan deze gedragseffecten niet, waardoor de prijs alleen maar verder zal oplopen.
Nederland is een zeer welvarend land. Voor veel mensen zijn hogere brandstofprijzen weliswaar niet leuk, maar niet problematisch. Zij hoeven geen familiebezoek af te zeggen of een dagje uit te laten schieten.
Maar die redenering gaat niet voor iedereen op. Dat er in Nederland mensen zijn die door stijgende brandstofprijzen moeten afzien van een familiebezoek of straks, wanneer ook de stroomprijzen stijgen, de verwarming uit moeten laten, is schandalig. Juist die groep moet worden geholpen. Een generieke accijnsverlaging is echter weinig effectief: die komt ook terecht bij mensen die de hogere prijzen prima kunnen dragen, terwijl bij hen de prijsprikkel juist zinvol is. Zo worden schaarse publieke middelen ingezet voor mensen die die steun niet nodig hebben.
Effectiever beleid richt zich daarom op het aanpakken van armoede. Als mensen voldoende financiële ruimte hebben, kunnen zij prijsstijgingen opvangen en weloverwogen keuzes maken in hun energieverbruik. Ideeën daarvoor zijn er genoeg: een hoger minimumloon, lagere belastingen voor lage inkomens en hogere uitkeringen.
In het regeerakkoord is echter niet gekozen voor een serieuze aanpak van armoede. Het minimumloon blijft achter, uitkeringen worden beperkt en er wordt gekort op de sociale zekerheid. Volgens berekeningen van het CPB zal de armoede daardoor toenemen. Hopelijk wordt deze energiecrisis het moment waarop dat beleid alsnog wordt gecorrigeerd.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant