Home

Analyse: Vier conclusies na de MotoGP Grand Prix van Brazilië

Drie weken na de seizoensopener in Thailand werd het MotoGP-seizoen 2026 afgelopen weekend vervolgd met de Grand Prix van Brazilië. Het eerste bezoek van de sport aan het land sinds 2004 werd winnend afgesloten door Marco Bezzecchi, die met zijn tweede zege van het seizoen en zijn vierde overwinning op rij ook de leiding in het kampioenschap greep.

De kracht van Aprilia werd bevestigd door de tweede plaats van Jorge Martín, die zijn eerste podium sinds 2024 behaalde. Verder kwam KTM duidelijk tekort tijdens het raceweekend in Goiânia, zag Ducati dat het echt in de achtervolging moet en gaf ook het raceweekend zelf genoeg gespreksstof. Met vier conclusies blikt Motorsport.com terug op de Braziliaanse GP.

Aprilia en Bezzecchi onklopbaar op zondag

De afgelopen MotoGP-seizoenen werden gedomineerd door Ducati en dus is het geen eenvoudige klus om de fabrikant uit Bologna te verslaan. Toch is het Aprilia en Bezzecchi in Brazilië weer gelukt. Nadat de Italiaan de laatste twee Grands Prix van 2025 al op zijn naam schreef en drie weken geleden de Thaise GP won, was hij ook in Goiânia overtuigend de beste.

Met zijn vierde zege op rij heeft Bezzecchi zich in een illuster rijtje gereden, want in het MotoGP-tijdperk gingen alleen Valentino Rossi, Jorge Lorenzo en Marc Márquez en Francesco Bagnaia hem voor. Bovendien veroverde hij met zijn zege ook de leiding in het kampioenschap, waarin hij nu een marge van elf punten heeft op teamgenoot Martín.

Op zondag kon niemand in de buurt komen van Marco Bezzecchi, die zijn vierde zege op rij pakte.

Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images

Martín bevestigde in Brazilië dat Aprilia in het laatste jaar een enorme stap heeft gezet. Hij is nog altijd niet honderd procent fit, maar desondanks wist hij in Brazilië in één actie zowel Marc Márquez als Fabio Di Giannantonio opzij te zetten. Daarna reed hij relatief eenvoudig weg bij de Ducati's achter hem, op weg naar zijn eerste podiumplaats sinds de seizoensfinale van 2024 - toen Martín gekroond werd tot wereldkampioen.

Waar Aprilia in Buriram al een statement maakte door als eerste, derde, vierde en vijfde te eindigen, moet de dubbelzege voor een nog beter gevoel zorgen bij het merk uit Noale. Zelf houdt de fabrikant zich op de vlakte wat betreft de verwachtingen voor de rest van 2026, maar met de vorm die ze in Thailand en Brazilië hebben laten zien, moet Aprilia dit jaar toch echt een gooi kunnen doen naar de titels.

Ducati oogt verzwakt

De fabrikant die op papier de meeste tegenstand moet kunnen bieden aan Aprilia in de titelstrijd, is nog steeds Ducati. Desondanks wijst alles erop dat de Italiaanse fabrikant er momenteel een stuk minder goed voor staat dan in de afgelopen jaren, toen de wereldtitels massaal werden opgeëist door de mannen en vrouwen in Bologna.

Alleen Marc Márquez en Fabio Di Giannantonio konden in Brazilië vooraan meedoen namens Ducati.

Nu de reglementaire cyclus ten einde loopt, is het logisch dat andere fabrikanten het gat weten te dichten. Ducati heeft een punt bereikt dat er weinig winst te behalen valt met verbeteringen voor de Desmosedici GP, terwijl de andere fabrikanten daar iets meer ruimte voor hebben. Toch zullen de alarmbellen afgaan bij Ducati, zeker doordat niet alle rijders even sterk presteren.

In Brazilië staken Di Giannantonio en Marc Márquez er ver bovenuit wat betreft de Ducati-rijders. Zij streden om het laatste podiumplekje, maar hun merkgenoten kwamen niet in het stuk voor. Bagnaia miste snelheid en crashte, waardoor hij voor zijn zevende DNF in negen Grands Prix tekende. Verder kwam Franco Morbidelli geen moment in de buurt van de top-tien en kwam Fermín Aldeguer op snelheid tijdens zijn rentree na blessureleed. Tot slot bleek Álex Márquez, de nummer twee van vorig jaar, nog niet bij machte om zich in de top-vijf te melden.

Het prestatieniveau is vooral zorgwekkend doordat de rijders allemaal tevreden waren over hun motorfiets tijdens de wintertests. Dat maakt deze seizoensstart voor Ducati een stuk tegenvallender dan dat het merk verwachtte.

KTM leunt te veel op Acosta

Als de Braziliaanse GP voor Ducati al tegenviel, dan moet het raceweekend op het Autódromo Internacional Ayrton Senna helemaal pijnlijk zijn geweest voor KTM. Na de GP van Thailand leidde het merk nog in de kampioenschappen voor rijders en constructeurs, maar dat is na het evenement in Brazilië al niet meer het geval.

De KTM Tech3-rijders reden het hele weekend in Brazilië in de achterhoede.

Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images

In de kwalificatie schopte Pedro Acosta het als enige KTM-rijder tot Q2, terwijl zijn drie merkgenoten de laatste drie plaatsen op de startopstelling innamen. Dat is iets wat Pit Beirer en de rest van KTM's management niet kunnen negeren, zeker omdat Acosta eind 2026 zo goed als zeker vertrekt voor een overstap naar Ducati.

Momenteel is KTM in ieder geval te afhankelijk van Acosta, die zondag een zevende plaats uit het vuur sleepte. Teamgenoot Brad Binder crashte al na drie ronden, terwijl Enea Bastianini met P15 één schamel puntje scoorde. Toch deed hij het beter dan KTM Tech3-teamgenoot Maverick Viñales, die de langzaamste rijder van het veld was en zes seconden achter voorlaatste man Toprak Razgatlioglu eindigde.

Viñales maakt gebruik van een ander chassis dan zijn merkgenoten, maar zelf gaf hij toe dat het materiaal niet de enige oorzaak van zijn problemen is. Tegelijkertijd oordeelde teamgenoot Bastianini hard over de RC16: hij had het gevoel dat hij niet goed op de motor kon rijden, en dus opperde de Italiaan dat er drastische veranderingen nodig zijn.

Juiste locatie, maar uitvoering in Goiânia komt tekort

Dat laatste kan eveneens gezegd worden over de Grand Prix van Brazilië als geheel. Voor het eerst sinds 1989 racete de MotoGP op het Autódromo Internacional Ayrton Senna, dat voor de gelegenheid helemaal gerenoveerd werd. En met succes, want de rijders waren vrijwel allemaal heel positief over het werk dat in de aanloop naar het raceweekend werd verricht.

De eerste MotoGP-race in Brazilië sinds 2004 ging gepaard met enkele knullige problemen.

Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images

Het evenement in Goiânia zelf liet echter enkele forse tekortkomingen zien: een overstroomd circuit op de woensdag voor het raceweekend, vertraging in het vrijdagse programma door problemen rond het circuit en een zinkgat op start-finish op zaterdag, dat de hele planning opnieuw overhoop haalde.

Op zondag volgde het grootste probleem: het asfalt brak op in bocht 11, wat de organisatie dwong om de MotoGP-race met meer dan een kwart in te korten. Dat dit een logisch besluit was, bleek toen diverse rijders na de race meldden dat zij geraakt werden door losgekomen brokken asfalt. Het is dus duidelijk dat de organisatie van de race en de MotoGP behoorlijk wat werk te doen hebben om de veiligheid van de rijders te kunnen garanderen in 2027.

We willen jouw mening!

Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?

- Het Motorsport.com-team

Source: Motorsport

Previous

Next