Home

Woningcorporaties bouwen recordaantal nieuwbouwwoningen in 2025

In 2025 zijn er 21.500 nieuwbouwhuurwoningen van woningcorporaties bijgekomen. Dat zijn er tweeduizend meer dan in 2024. Het is het grootste aantal sinds het begin van de meting in 2012.

De corporatiewoningen vormen 31 procent van de 69.200 nieuwbouwwoningen in 2025, blijkt uit de nieuwe cijfers van statistiekbureau CBS die hier in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderzoek naar deed. Van de overige nieuwbouwwoningen zijn er 47.100 koopwoningen of huurwoningen van particulieren, beleggers of pensioenfondsen. Van zeshonderd woningen is de eigenaar nog onbekend.

Het aantal corporatiewoningen wordt niet alleen beïnvloed door nieuwbouw, maar ook door sloop, verkoop, aankoop en andere toevoegingen en onttrekkingen, zoals het splitsen van bestaande huizen of het ombouwen van kantoorgebouwen tot woningen. Het gaat hier overigens vooral om sociale huurwoningen, al is niet uit te sluiten dat er ook wat middenhuur tussen zit, zegt CBS-econoom Peter Hein van Mulligen tegen NU.nl.

In Amsterdam zijn in 2025 de meeste nieuwbouwwoningen van corporaties opgeleverd, bijna 2.900. Hoogleraar woningmarkt Peter Boelhouwer van de TU Delft vindt dat logisch. Amsterdam is niet alleen de grootste gemeente van Nederland, maar zet ook meer in op sociaal beleid en stimuleert de bouw van sociale huurwoningen.

Utrecht, Haarlemmermeer en Breda volgen met meer dan vijfhonderd nieuwbouwwoningen van corporaties. Verder varieert het percentage nieuwbouwcorporatiewoningen sterk per gemeente. Op sommige plekken zijn alle nieuwbouwwoningen van woningcorporaties, zoals in Papendrecht (115), Leiderdorp (90), Krimpen aan den IJssel (55) en Doesburg (25). Maar er zijn ook gemeenten waar corporatiewoningen slechts een klein deel van de nieuwbouw vormen of volledig ontbreken.

In 86 van de 309 gemeenten waar meer dan tien nieuwbouwwoningen zijn opgeleverd, is er zelfs geen enkele corporatiewoning gebouwd. Gemeenten met veel nieuwbouw, maar weinig tot geen corporatiewoningen, zijn onder meer Den Haag, Boekel en Hoorn. Dat terwijl bijvoorbeeld Den Haag een stad is waar de woningnood hoog is. Dat is volgens hoogleraar Boelhouwer te verklaren doordat er in Den Haag de laatste jaren minder is bijgebouwd.

De landelijke norm voor het bouwen van sociale huurwoningen ligt op 30 procent per gemeente. Grotere gemeenten overschrijden deze norm vaak, terwijl kleinere plattelandsgemeenten er volgens Boelhouwer niet aan voldoen. "In die gebieden is de norm minder nodig, omdat koopwoningen daar betaalbaarder zijn." Hij merkt op dat er landelijk veel kritiek is op deze bouwnorm. Waarom zou die voor het hele land moeten gelden, terwijl de woningbehoefte per regio verschilt?

In sterk stedelijke gemeenten is 37 procent van de nieuwbouwwoningen in handen van corporaties. In zeer sterk stedelijke gemeenten is dit 34 procent. In minder stedelijke gemeenten ligt dit percentage tussen de 23 en 27 procent.

"Er zit wel wat in om het beleid te regionaliseren", zegt Boelhouwer. In steden wonen relatief meer mensen met lagere inkomens, waardoor het logisch is dat daar vaker sociaal gebouwd wordt. In dorpen en kleinere gemeenten speelt dit minder. Om ervoor te zorgen dat sociale nieuwbouw niet uitsluitend in steden plaatsvindt, zou het opleveren van nieuwbouwhuurwoningen in randgemeenten een oplossing kunnen zijn.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next