Home

Heeft Adam Smith recht op een standbeeld?

is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Van Jan Tinbergen, de eerste winnaar van de Nobelprijs van de Economie, staat sinds 2019 een kleine buste op de campus van de Erasmus Universiteit. Vergeleken met het manshoge standbeeld van Rigardus Rijnhout, de reus van Rotterdam, valt Tinbergen in het niet. Het is mager. Van koningin Wilhelmina zijn er in dit land alleen al 17 standbeelden.

Economen worden zelden in brons of graniet vereeuwigd. In Groot-Brittannië, waar duizenden standbeelden staan van politici, ontdekkingsreizigers, militairen, wetenschappers, schrijvers, musici, acteurs en voetballers, is er geen beeld van de beroemde econoom John Maynard Keynes, wiens meesterwerk The General Theory de grondslag was voor de moderne macro-economie.

Keynes moet het doen met een blauwe plaquette op zijn voormalige huis in de Londense wijk Bloomsbury, wat ongeveer gelijk staat aan een vetleren medaille.

Maar ook andere landen eren hun economen nauwelijks. Joseph Schumpeter noch Friedrich Hayek, die meestal in de top tien van invloedrijkste economen staan, hebben een standbeeld in hun vaderland Oostenrijk.

Er is een uitzondering. Aan de Royal Mile in de Schotse hoofdstad Edinburgh is een beeld te vinden van Adam Smith, ook wel de ‘Vader van het Kapitalisme’ genoemd. Deze maand is het 250 jaar geleden dat hij zijn beroemdste werk An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations uitbracht.

Nu was Adam Smith eigenlijk geen econoom, maar een moraalfilosoof. In zijn boek pleitte hij voor vrije handel. Als mensen hun eigen belang nastreven, wordt ook het algemeen belang en de welvaart het best gediend. De regulering van de markt door vraag en aanbod noemde Smith ‘de onzichtbare hand’. ‘Niet vanwege de goedheid van de slager, de brouwer of de bakker verwachten wij ons eten, maar vanwege hun eigenbelang.’

Smith is door veel generaties verguisd, omdat zijn filosofie tot uitbuiting van de arbeidersklasse zou hebben geleid. Maar Smith waarschuwde juist voor ongebreidelde rijkdom en ongelijkheid. Hij was wel fel tegenstander van handelsbarrières, omdat die de onzichtbare hand zouden verstoren. Voor het beleid van Donald Trump zou hij geen goed woord over hebben. En vrijwel zeker zou hij de onzichtbare hand de prijzen van energie laten bepalen en overheidsingrijpen afwijzen.

Het verschijnen van de Wealth of Nations in 1776 wordt nu in Schotland gevierd met een tentoonstelling, congressen en wandeltochten. Toch zijn er actievoerders geweest die het standbeeld van Adam Smith omver wilden werpen. Niet vanwege zijn liberalisme, maar vanwege zijn uitspraken over slavernij.

Smith noemde slavernij onvermijdelijk. En hoewel hij op economische en morele gronden een uitgesproken tegenstander van slavernij was (‘gedwongen arbeid is inefficiënt omdat slaven minder productief zijn en niet gemotiveerd zijn om te innoveren’) wilde de Black Lives Matter-beweging hem vanwege deze uitspraak in 2021 van zijn sokkel halen.

Smith had zelf geen slaven. Op 4 juli van dit jaar vieren de VS ook een 250-jarig bestaan. Dat van de natie. De aartsvader George Washington had meer dan 300 slaven. Van hem zijn er zo’n 170 standbeelden.

De beeldenstorm moet wel op de goede plek plaatsvinden.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next