Mijnbouw Indonesië De hoge prijs van tin maakt het zoeken naar deze grondstof voor supergeleiders uiterst profijtelijk. Tegelijkertijd verkleint de oprukkende mijnbouw op het eiland Bangka bij Sumatra het leefgebied van krokodillen drastisch. „We leefden honderden jaren in vrede.”
Het landschap rond de Mapur-rivier, waar veel krokodillen hun habitat hebben en ook veel activiteit is van tindelvers die mijnputten achterlaten. Aan de rand strekt zich een palmplantage uit.
De krokodil besprong hem van achteren en sleurde hem van de kano het water in. Sanusi (40) vocht voor zijn leven. Hij sloeg de meterslange krokodil op zijn kop en probeerde met zijn duim de bek los te wrikken. „Als een centrifuge draaide hij me rond. We kwamen drie keer boven water en dan haalde ik snel adem.” Instinctief greep hij zich stevig vast aan een bamboestengel die vanaf de oever over het water hing. Dat was zijn redding. De krokodil liet los. Sanusi werd door zijn vriend die versteend in het water was blijven staan naar het ziekenhuis gebracht.
Sanusi, die zoals de meeste Indonesiërs één naam heeft, doet zijn T-shirt omhoog. Vijf flinke tandinkepingen. In zijn dorp Mendo, op het eiland Bangka, overleed in de afgelopen vier jaar elk jaar iemand in de bek van een krokodil. Het leefgebied van de krokodil is door de tinmijnbouw op het eiland kleiner geworden, waardoor het dier te weinig voedsel vindt en mensen aanvalt. Sanusi leeft nu van zijn akker. Hij is te bang om te vissen en boos op de krokodil. „We leefden honderden jaren in vrede. We hadden een pact. De krokodil heeft dit verbroken.”
Sanusi (40) besloot van werk te veranderen nadat hij tijdens het vissen in de rivier door een krokodil was aangevallen. Rechts toont hij het litteken van één van de beten en de operatie die nodig was.
Tussen 2015 en 2024 waren er in de hele provincie Bangka-Belitung 108 aanvallen, waarvan 49 dodelijk. In 2024 vielen er nog eens tien doden. De aanvallen begonnen toen de eerste tinmijnpontons in de nabijgelegen Mendo-rivier neergelegd werden, vijf jaar geleden. Door hun angst kunnen de dorpelingen geen mededogen voor de krokodil opbrengen. Ze geven toe dat ze krokodillen doden die ze als bedreiging zien.
Op Bangka en Belitung, twee eilanden ten oosten van Sumatra, wordt al sinds de koloniale tijd tin gewonnen. Het is tegenwoordig een gewilde grondstof als supergeleider voor de hightech industrie. Maar de reserves zijn bijna op en door de hoge prijs speelt zich een ware veldslag af om wat er nog over is. Volgens de Indonesische milieubeweging Walhi is 70 procent van het ooit bosrijke eiland Bangka aangetast door de mijnbouw.
Indonesië is na China de grootste tinleverancier van de wereld. Bij de winning komen metalen zoals lood, zink, cadmium en thorium vrij. Wat overblijft is een onvruchtbare toxische vijver met helblauw water. Er zijn twaalfhonderd mijnputten en dat aantal groeit nog steeds. Het is de bedoeling dat een mijnput na winning door beplanting weer levensvatbaar wordt gemaakt. Dat is slechts in beperkte mate gelukt: er zijn lokale boomsoorten geplant, maar ze gedijen niet. Veel planten, vissoorten en zoogdieren zoals het spookdiertje (een aap) zijn al bijna verdwenen. Bodem en water zijn vervuild.
Mijnwerkers op Bangka-eiland scheiden rivierzand van tin. Het werk gaat tot diep in de avond door.
Ook de krokodil is slachtoffer. Krokodillenexpert Brandon Sideleau zag in het gebied dieren met een misvormde bek. „Een gevolg van de chemicaliën of calciumgebrek”, vertelt hij aan de telefoon. Een alarmerend teken, want krokodillen zijn moeilijk ziek te krijgen.
Lokale dierenliefhebbers zijn in 2014 een opvangcentrum begonnen. Op een paar hectare niet ver van de stad Pangkalpinang zwemmen in een vijver krokodil Joni en zijn gezellin. „Het is de bedoeling dat we ze uitzetten”, vertelt opvangmanager Endi Riadi (39). Maar dat lukt niet. Er is op Bangka, maar ook elders in Indonesië, steeds minder ruimte voor wilde dieren.
Naast de vijver liggen in een hok van vijf bij drie meter achttien jeugdige krokodillen hutjemutje op elkaar. Krokodillenmannetjes dulden geen concurrentie en het gebrek aan ruimte leidt tot gevechten. Riardi weet dat het een onhoudbare situatie is, maar zegt dat hij geen nee kan zeggen als dorpelingen een krokodil komen brengen.
De kop van een van de krokodillen die veel voorkomt in en rond de Mapur-rivier.
In de krappe ruimte van de krokodillenopvang zitten jeugdige krokodillen hutjemutje op elkaar. Er breken geregeld gevechten uit.
Het karkas van een geit. Het dier dient, bij gebrek aan vis, als voedsel voor de krokodillen.
Endi Riadi Yusuf, manager van het Alobi Foundation Wildlife Rescue Center.
De schedel van een zoetwaterkrokodil in het Alobi Wildlife Rescue Center, Jangkang.
De mijnbouw dringt zich overal op het eiland op. „Hoor je het geronk?”, vraagt Riadi. „Dat is de pomp van illegale tingravers.”
Op slechts een kilometer van de opvang staan twintig mensen tot hun middel in het water. Ze zoeken net als vele andere eilandbewoners zonder vergunning met een huis-tuin-en-keukeninstallatie naar tin. De een steekt de buis in de bodem en pompt het op. Anderen zeven het gruis in een meegebrachte houten bak, op zoek naar zwarte puntjes, de tin. De pompmotoren galmen als mitrailleurs over het moeras.
Mijnwerker Dedi staat tot boven zijn middel in een mijnput bij de Tanjung Ratu Hamlet, Bangka Regency.
Dedi (39) kwam tien jaar geleden op vakantie naar Bangka. Toen hij ontdekte hoe gemakkelijk je tin uit de grond kon halen, besloot hij te blijven. Hij heeft met vier vrienden voor omgerekend 500 euro geïnvesteerd in een zeefbak en pomp. Op een goede werkdag verzamelen ze vijf kilo tin. Eén kilo tin brengt ongeveer 75 euro op. Achter hem arriveert Suprianto (57). Is hij niet bang voor de politie? Suprianto lacht. „Ik heb vrienden bij de politie.”
Aan de oever praat Jon (63) met drie bezoekers. Ze vallen op, omdat ze schone schoenen en een pantalon dragen. „Politie”, verklaart Jon, als de mannen zijn vertrokken. Jon hoort bij een groep gravers uit een naburig dorp. Er is altijd een risico dat de politie ingrijpt, maar je kunt het ook afkopen. Voor vandaag heeft hij betaald. „We kunnen nu ongestoord de hele nacht doorwerken.”
Hoewel de gravers ontkennen dat ze gezondheidsproblemen hebben, zijn er veel aanwijzingen dat de vervuiling die wel veroorzaakt. „De bodem zit vol giftige metalen en dat krijgen mensen ook binnen. Bijvoorbeeld via vervuilde vis”, vertelt Regi Pratama (28) van milieuorganisatie Walhi. „Artsen vermoeden dat de vervuiling huidkanker veroorzaakt en dat het leidt tot nier- en leveraandoeningen.”
Walhi strijdt voor herstel van de biodiversiteit en herwaardering van duurzame leefwijzen. Zo’n toekomst lijkt ver weg. Volgens socioloog Fitri Harahap (45), verbonden aan de Bangka-Belitung universiteit, zijn armoede en ongelijkheid de grootste obstakels voor een transitie naar een duurzame economie. „Veel inwoners hebben hun land moeten afstaan aan palmolieplantages en mijnbouw.” De mensen kunnen leven van de mijnbouwindustrie, maar het houdt ongelijkheid in stand, stelt ze. ”Het is een instant-economie. Er wordt nauwelijks geïnvesteerd in de toekomst en het welzijn van de mensen.”
Pontons van staatsbedrijf PT Timah die worden ingezet bij het zoeken naar tin. Het afval dat hierbij vrijkomt wordt in de rivier gedumpt en verontreinigt het rivierwater.
Sinds de val van het Soeharto-regime in 1998 deelt staatsbedrijf PT Timah (opvolger van het koloniale tinbedrijf Biliton) vergunningen uit aan private onderaannemers. Het bedrijf ging jarenlang gebukt onder ernstige corruptie. Handhaving van arbeid- en milieuregels is zo goed als afwezig. En dat terwijl het werk gevaarlijk is. Vooral de illegale gravers lopen risico. Milieuorganisatie Walhi telde tussen 2021 en 2024 38 doden onder tingravers die vanaf houten vlotten op zee tin delven. En begin februari werden zes illegale gravers na een landverschuiving bedolven onder een modderlawine.
De laatste jaren krijgen ook bewonerscollectieven vergunningen om naar tin te graven, waardoor een wildgroei aan mijnputten is ontstaan. In het dorp Desa Mapur zuigen honderdtwintig dorpelingen vanaf pontons de laatste resten tin uit een verlaten mijn. Ze verkopen hun tin aan gereguleerde afnemers, die het exporteren. En daar zit de meeste winst. Mensen mogen de restjes tin opgraven, maar ze ontvangen geen eerlijk deel van de opbrengst, aldus Harahap. „In september was er een opstand. Legale kleinschalige gravers eisten een betere prijs voor hun tin, maar kregen bij de overheid geen gehoor.”
Experts als Fitri verwachten niet dat de sector binnen afzienbare tijd schoner of eerlijker wordt. Ook de huidige president Prabowo zet in op economische groei en een van de pijlers is de mijnbouw. Prabowo wil de tinmijnbouw opnieuw centraliseren. Het bedrijf Arsari Group van zijn broer Hashim Djojohadikusumo is een van de grote spelers in de verwerking en de export.
Batu Beriga Beach is een van de weinige kustgebieden van Bangka Belitung die niet is beschadigd door de offshore mijnactiviteiten.
Een protestbord tegen de mijnactiviteiten bij de ingang van Batu Beriga Village. ‘Deze aarde biedt genoeg voor de volgende zeven generaties, maar niet voor de hebzuchtigen en vernietigers van de natuur.’
Dorpelingen van Batu Beriga Village die al decennia de druk weerstaan om mee te doen aan de mijnnactiviiteiten in de wateren rondom het dorp.
Kinderen spelen op het ongerepte strand bij Batu Beriga Village.
Door de vernietiging van koraalrif en andere ecosystemen in het gebied, is de visvangst sterk teruggelopen.
Niet iedereen legt zich neer bij de instant-economie. Het verzet van vissersdorp Batu Beriga is berucht. In 2005 staken mensen het huis van een lokale leider in de brand, omdat hij een mijnbouwvergunning had uitgegeven. Een groep vissers zit in een houten overkapping op het strand. „Dit is het laatste ongerepte strand van Bangka. Is het hier niet mooi?”, zegt Nopi (45) trots. „Onze kinderen spelen in de vrije natuur. Dat is onze rijkdom. We leven van de visvangst en we genieten van de kalmte die de zee ons geeft.”
De vissers Hormen, Saili en Bonik (van links naar rechts) hebben steeds minder inkomsten als gevolg van de opgevoerde mijn-activiteiten in en rond de wateren van Kelabat Bay
De vissers, mannen en vrouwen, spreken om de beurt. Ze strijden samen, benadrukken ze. Ze zijn een collectief van ongeveer duizend bewoners. Er is geen leider. Ze willen een toekomst in de visserij, maar ze maken zich grote zorgen. Ze zien het water vervuilen, de visstand dalen en het koraalrif verdwijnen. Aan de horizon liggen pontons die tin uit de zeebodem pompen. Ze vrezen uitbreiding. In een dorp enkele kilometers verderop zijn al vergunningen verleend.
Na het bezoek van president Prabowo werd in een nabijgelegen district een legereenheid gestationeerd, vertellen de dorpelingen bezorgd. Ze willen zich niet laten intimideren. Inmiddels zijn ze door tussenpersonen van de mijnbouwindustrie benaderd om hun verzet tegen de mijnbouw te staken. Het dorp zou kunnen meegraven. Maar de dorpelingen houden voet bij stuk. „Als je vrij wil zijn, moet je ook dapper zijn”, zegt Nopi.
Bij het dorp Mendo tonen omwonenden de plek waar visser Sanusi werd aangevallen. Vanaf de geasfalteerde weg turen ze door het struikgewas over het donkere water. „Ze zijn er niet hoor”, zegt een dorpsgenoot die op een brommer komt aanrijden. Het is Asri (52), de lokale krokodillenbezweerder. Net als zijn vader en grootvader verbindt hij mensen met natuurkrachten. „Er zijn regels die we moeten volgen om het evenwicht tussen mens en natuur te bewaren.” Zo mogen mensen hun kookgerei niet in het rivierwater afwassen en is het taboe om eieren in het water te gooien.
Hij verwerpt de bewering dat de krokodil het pact met de mensen heeft verbroken. „Wíj hebben de band met de krokodil verbroken. De vervuiling van het water door de mijnbouw heeft zijn woede gewekt.”
Een van de methoden is om tin uit de zanderige bodem op land te zuigen.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen