Treinongeluk Griekenland Drie jaar geleden kwamen 57 mensen om het leven bij een treinongeluk in centraal Griekenland. Maandag begint het proces over de treinramp. Hoewel de meerderheid van de Grieken de overheid verantwoordelijk houdt vanwege gebrekkig onderhoud en niet-functionerende veiligheidssystemen, staan er geen politici terecht.
Een vrouw zit naast een gedenkteken voor de slachtoffers van het treinongeluk nabij de Griekse plaats Larissa, op de plaats van de botsing.
Op dinsdag 28 februari 2023, om 23.18 uur, botste een passagierstrein met zo’n 350 mensen aan boord frontaal op een goederentrein. Ongeveer halverwege de route tussen Athene en Thessaloniki, bij de stad Larissa in centraal Griekenland, kwam de passagierstrein door een verkeerde wissel op het spoor van de goederentrein terecht. De twee treinen reden tien tot twaalf minuten op hetzelfde spoor voor ze op hoge snelheid botsten.
Door de klap ontspoorden de voorste wagons van beide treinen, in zeker drie wagons van de passagierstrein brak brand uit. Het dodelijkste treinongeluk in de Griekse geschiedenis kostte 57 mensen het leven, 85 anderen raakten gewond. Onder de slachtoffers waren veel studenten. Vanwege het achterstallig onderhoud, de personeelstekorten en de niet functionerende veiligheidssystemen die na het ongeluk onder een vergrootglas kwamen te liggen, werd de treinramp hét symbool van overheidsfalen in Griekenland. De Grieken hebben hun onvrede daarover laten blijken in meerdere grootschalige demonstraties.
Maar bij de rechtszaak over de treinramp die maandag begint bij het Hof van Beroep in Larissa, blijven politici vooralsnog buiten schot. De 36 mensen die terechtstaan zijn uitsluitend operationeel en technisch verantwoordelijken. Het gaat onder meer om de drie stationschefs die op de avond van de ramp dienst hadden bij het centraal station van Larissa, medewerkers van de Griekse spoorwegmaatschappij OSE, leidinggevenden van het spoorweginfrastructuurbedrijf ERGOSE, en de directeur en technisch directeur van de Italiaanse spoorwegmaatschappij Hellenic Train – de exploitant van de twee gebotste treinen. Het overgrote deel wordt verdacht van verkeershinder met dodelijke afloop en dood door nalatigheid.
Hoewel de toenmalige minister van Transport Kostas Karamanlis als „teken van respect” aan de slachtoffers een dag na de ramp aftrad, ontkende de Griekse regering enige vorm van verantwoordelijkheid. In plaats daarvan wees ze direct naar de dienstdoende stationschef, die een dag na de ramp opgepakt werd. Hij heeft toegegeven een verkeerd sein te hebben gegeven en waarschuwde de machinisten niet voor een naderende botsing, maar veel Grieken vinden dat de schuld niet (alleen) bij hem moet liggen. De juiste maatregelen en protocollen hadden de ramp kunnen voorkomen, menen zij.
Dat het 2.550 kilometer lange Griekse spoorwegnet verouderd was, kwam voor niemand als een verrassing. Ook over gebrekkig onderhoud werd al langer gesproken. Na de ramp werd pas duidelijk hoe groot de problemen waren. Kostas Genidounias, voorzitter van de Griekse machinistenvereniging, zei na de ramp dat de richtingaanwijzers, seinen en elektronische verkeerscontroles allemaal niet werkten, waardoor de treinen tussen Athene en Thessaloniki handmatig aangestuurd werden.
De hulpdiensten aan het werk op de locatie van het treinongeluk, op 1 maart 2023.
Ruim twee weken na de ramp legden de Grieken het land plat in een nationale staking. Op dezelfde dag vonden massale protesten plaats in meerdere Griekse steden. De demonstranten beschuldigden de regering ervan waarschuwingen van vakbonden over de onveilige situatie op het spoor stelselmatig te hebben genegeerd.
De publieke woede bleef. Op de dag van de ramp is de afgelopen drie jaar gedemonstreerd. Op 28 februari vorig jaar, een paar dagen na het verschijnen van een rapport waarin de Griekse Onderzoeksraad concludeerde dat sommige veiligheidsprotocollen op dat moment nog steeds niet werden nageleefd, leidde dat tot het grootste protest ooit in Griekenland, met zo’n 170.000 demonstranten in Athene en ruim 150.000 demonstranten in andere steden.
In de Griekse hoofdstad ontaardde dat protest in rellen, dertien mensen raakten daarbij gewond. De demonstranten verwijten de overheid ook niet transparant te zijn over het onderzoeksproces. Zo ontstond in januari vorig jaar het vermoeden dat de goederentrein illegale brandstoffen vervoerde, waardoor de brand uitbrak.
Dat de Griekse regering geen gehoor gaf aan de oproep van het Europees Openbaar Ministerie om onderzoek te doen naar eventuele strafrechtelijke stappen tegen twee voormalige ministers van Transport, viel ook niet in goede aarde. Volgens het Europese OM zou voormalig minister Christos Spirtzis plichtsverzuim hebben begaan, bij de afgetreden transportminister Karamanlis zou het gaan om verduistering.
Doordat de Griekse wet voorschrijft dat alleen het parlement onderzoek kan doen naar wangedrag van (voormalige) ministers, kan de aanklager geen onderzoek afdwingen. Wel loopt er een door oppositiepartijen ingesteld parlementair onderzoek naar Christos Triantopoulos, toenmalig vicepremier, voor het knoeien met bewijsmateriaal op de plek van de ramp.
Het dossier tegen de 36 verdachten die vanaf maandag terechtstaan telt meer dan 60.000 pagina’s, naar verwachting zal de rechtszaak zeker twee jaar in beslag nemen.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen