Home

‘Met de internationale bescherming van water in tijden van oorlog gaat het best goed’

Meng Wang | jurist Water is kwetsbaar in oorlogstijd, maar door internationaal recht niet helemaal weerloos, zegt jurist Meng Wang. Zo werd Rusland op de vingers getikt voor de schade die het aan Oekraïense watergebieden heeft aangericht. „Er gebeurt wel degelijk iets.”

Mensen zitten aan de oever van de opgedroogde Dnipro, een rivier in Oekraïne. De rivier stond laag omdat Rusland een dam had opgeblazen.

Water lijkt volstrekt weerloos in tijden van oorlog. Neem bijvoorbeeld de achthonderdduizend hectare waardevol drasland in het strijdgebied in Oekraïne. Maar liefst 48 van de 50 internationaal beschermde gebieden leden sinds februari 2022 direct of indirect schade. „Het gaat onder meer om de gevolgen van explosies, militaire verplaatsingen, landmijnen, niet ontplofte projectielen, vervuiling van water en bodem met chemicaliën, verstoring van leefgebieden van dieren en natuurbeschermers die sneuvelden of vanwege onveiligheid hun werk niet meer kunnen doen”, vertelt jurist Meng Wang. De Chinese (28) promoveerde onlangs aan de Universiteit Maastricht op haar proefschrift In the flow of fire. The protection of water during armed conflicts.

Haar onderzoek naar hoe effectief het internationaal recht water beschermt, stemde haar niettemin hoopvol. Wang ziet vooruitgang, die lijkt op een Echternachse processie: sinds de Tweede Wereldoorlog gaat het vooruit, met tussendoor af en toe kleine stapjes terug. „In een tijd waarin internationaal recht onder grote druk staat, klinkt dat misschien raar. Maar als je uitzoomt en het langetermijnplaatje bekijkt, is dat echt het beeld dat oprijst.”

Volgens Wang kijkt de academische wereld vaak en graag naar wat niet werkt: „Het is relatief eenvoudig om de huidige regels te bekritiseren en te wijzen op de gaten tussen theorie en werkelijkheid. Maar er gebeurt wel degelijk iets.”

Meer dan een papiertje

CV Meng Wang

De afgelopen januari gepromoveerde jurist Meng Wang (28) groeide op in Chizhou, een stad tussen Wuhan en Nanking. Ze deed haar bachelor rechten aan Huaqiao Universiteit in Quanzhou. De stof sprak haar nauwelijks aan en aan het begin van haar derde jaar overwoog ze te stoppen. Tot ze kennismaakte met internationaal recht, waarbij het vooruitkijken en het optimisme haar erg aansprak.

Voor haar master koos ze de Universiteit Utrecht, „ook omdat Nederland zo’n goede naam heeft op het gebied van internationaal recht”. Voor haar promotieonderzoek na een jaar werken in de juridische praktijk in China kwam ze naar Maastricht.

Draslanden als die in Oekraïne genieten bescherming op grond van de Conventie van Ramsar. In Nederland hebben onder meer het Hollands Diep, het Lauwersmeer en de Groote Peel eenzelfde status. Het milieubeschermingsverdrag werd gesloten in 1971. „Nu bleek het in tijden van oorlog meer dan een papiertje. Vanwege alle aangerichte schade werd door de landen die de conventie hebben ondertekend een resolutie aangenomen (vijftig stemmen voor, zeven tegen en negenenveertig onthoudingen), die de Russische agressie veroordeelt en zorgt voor hulp van andere landen, VN-organisaties, de Wereldbank en de OVSE bij het in kaart brengen van de schade en het herstel. Zo’n resolutie is zonder precedent en vanuit juridisch oogpunt een succes.”

De reactie van Moskou op het aannemen van de resolutie is de keerzijde van de medaille: „Rusland heeft zich teruggetrokken uit de conventie. Vanuit hun oogpunt gaat het mandaat van de Conventie van Ramsar niet verder dan het gebied van milieu en wetenschap. De resolutie past daar volgens het Kremlin niet bij. Dat vindt dat de conventie gepolitiseerd is.”

Voor haar promotieonderzoek keek Wang naar internationaal waterrecht, internationaal humanitair recht (oorlogsrecht), internationaal milieurecht, internationale mensenrechten en de wisselwerking tussen die gebieden. Water is behalve ‘slachtoffer’ in toenemende mate inzet van oorlogen, zag ze. Volgens haar is dat vooral te wijten aan de gevolgen van klimaatverandering.

„Het onderwerp water in tijden van oorlog staat alleen niet altijd even scherp op ieders radar”, constateert Wang. „Als mensen in een grote oorlog geen of onvoldoende drinkwater kunnen krijgen, trekt dat internationaal wel aandacht. Maar de vervuiling van een meer of een rivier door de strijd krijgt veel minder snel een plekje op de publieke en politieke agenda’s. Terwijl het dan meestal gaat om grote en langdurige gevolgen voor mens en milieu. Bij vervuiling van onderaardse waterlagen in de bodem zijn die nog ernstiger. Dan kost het nog meer tijd en moeite om terug te keren naar de oorspronkelijke waterkwaliteit.”

Wat weegt zwaarder: milieu of mensen?

Over de juridische bescherming van dat soort waterlagen is relatief weinig geregeld, constateert Wang. Verder zijn er best veel internationale afspraken en regels. „Het valt alleen niet mee om die te handhaven en naleving af te dwingen. We kennen geen internationaal hooggerechtshof. En ook geen hiërarchisch systeem dat de ene wet of regel boven de andere plaatst. Dan kun je de situatie krijgen dat mensenrechtenorganisaties wijzen op de behoefte van mensen in Gaza om te drinken en te wassen. Omdat hun rechten op water moeten worden gegarandeerd. Terwijl milieuorganisaties misschien zeggen: hé, we moeten ook het milieu beschermen. Wat weegt dan zwaarder en wie is deskundig om de zaak te bekijken?”

Palestijnse kinderen en volwassen komen jerrycans vullen bij een tankwagen in een vluchtelingenkamp in Deir al-Balah in de Gazastrook.

Individuen verdwalen nu gemakkelijk, als ze hun recht gaan zoeken. Wang: „Stel dat je in jouw dorp door een oorlog een tijdlang onvoldoende water hebt om te drinken. Waar kun je dan terecht? Rechtbanken in eigen land functioneren door de omstandigheden waarschijnlijk niet of nauwelijks. Ook na het conflict duurt het vaak nog even voor ze weer goed draaien. En dan valt het misschien wel buiten hun jurisdictie. Of men vindt het politiek te gevoelig.”

In dat andere grote internationale conflict naast de strijd in Oekraïne, de Gaza-oorlog, zag zelfs iemand met een optimistische aard als Wang weinig punten van hoop. „Mens en milieu zijn in die regio normaal al erg kwetsbaar en water is er schaars. Terwijl de vijandig tegenover elkaar staande groepen, klimaatverandering, de bevolkingsdichtheid en het grote aantal verdrevenen de situatie alleen maar complexer maken. Tijdens de oorlog is nauwelijks een internationaal milieuverdrag aangegrepen om actie te ondernemen.”

Dat gebeurde wel in Oost-Congo, waar voortdurende strijd en vluchtelingenstromen het 809.000 hectare grote Nationaal Park Virunga flink schaadden. De vaak hoogst zeldzame flora en fauna in het gebied met meren, rivieren, moerassen, bossen, savannes en vulkanen leed onder ontbossing, stroperij en overbevissing. Het aantal nijlpaarden in Virunga daalde sinds de jaren negentig met 95 procent. Gewapende groepen stichtten illegale nederzettingen op hoogst ongelukkige plaatsen en begonnen olie te winnen. Elk toezicht werd lastig of onmogelijk. Sinds 1996 werden meer dan 190 parkwachters gedood.

Kleine emmers zijn nuttig

Het uitvoerend orgaan van de UNESCO-werelderfgoedlijst greep in door Virunga op de lijst van „werelderfgoed in gevaar” te plaatsen. Wang: „Zelfs als Congo niet wilde beschermen, dan kon daar op basis van het sterke werelderfgoedverdrag aan worden voorbijgegaan. Concreet betekende dat hulp van landen en internationale organisaties in de vorm van geld, mensen en voer-, vaar- en vliegtuigen. Veertigduizend mensen aan de oevers van Lake Edward werden verplaatst. Parkwachters kregen bescherming van VN-vredestroepen. En onder druk van een Wereldnatuurfonds-campagne en juridische dreigingen stopte het Britse SOCO met het verhandelen van olie uit Virunga.”

Aansprekende, aaibare dieren hielpen voor draagvlak en gevoel van urgentie, erkent Wang. „Chimpansees en hun baby’s in Virunga vertederen. Daar heb je wat aan bij marketing en het verkrijgen van steun. Met insecten en slangen wordt dat een stuk lastiger.”

Wang ziet dat internationaal recht wel degelijk iets kan betekenen voor water en de mensen die daar gebruik van maken. „Maar de verschillende rechtsgebieden zijn nu nog te veel aparte eilandjes. De interactie kan stukken beter, juist omdat ze elkaar kunnen aanvullen en versterken bij het garanderen van toegang tot en bescherming van water in geval van oorlog. Meer samenwerking tussen milieuverdragsorganen, organisaties als het Internationaal Comité van het Rode Kruis, VN-mensenrechtenorganisaties en juridische experts zouden voor beter samenspel kunnen zorgen.”

Ngo’s en andere organisaties verrichten in de ogen van Wang nu vaak al heel nuttig werk: „Vaak met heel simpele dingen, als het beschikbaar stellen van relatief kleine emmers. Die zijn draagbaar voor vrouwen en kinderen, vaak degenen die in tijden van oorlog ver weg water moeten proberen te halen. Ook zulke kleine gebaren zijn deels terug te voeren op het via internationaal recht geregelde recht op toegang tot schoon water.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Wereldzaken

Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next