Lionel Jospin (1937-2026) Tegen alle verwachtingen in haalde de succesvolle premier in 2002 niet de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Het betekende het einde van Jospins politieke carrière.
Lionel Jospin tijdens een congres van de Parti Socialiste in 1979.
Vier dagen voor de Franse presidentsverkiezingen van 2002 krijgt Lionel Jospin, de kandidaat van de Parti Socialiste, op televisie de vraag wat hij zou doen als hij de tweede kiesronde niet zou halen. „Ik heb een normale verbeeldingskracht”, antwoordt Jospin, „maar die wordt wel beteugeld door verstand”. Dan begint hij smakelijk te lachen. Nee, zoiets „is heel onwaarschijnlijk”. Een kandidaat van centrumlinks en een kandidaat van centrumrechts maakten sinds jaar en dag uit wie president van Frankrijk werd. Bij de vorige verkiezing, zeven jaar eerder, stond hij tegenover de rechtse Jacques Chirac en dat zou vermoedelijk nu ook weer gebeuren – met het verschil dat hij deze keer dacht te kunnen winnen. „Volgende vraag graag.”
De dag van de eerste ronde in 2002 staat bij links Frankrijk nog altijd bekend als het ‘het trauma van 21 april’. De maandag op 88-jarige leeftijd overleden Lionel Jospin slaagt er die dag tegen alle verwachtingen niet in de tweede ronde te halen. Dat hij stokebrand Jean-Marie Le Pen van het Front National voor zich moet dulden, luidt het roemloze einde van zijn politieke carrière in. Het is een „zorgelijk teken” dat „extreem-rechts op 20 procent van de stemmen staat”, zegt hij. En dat na vijf jaar waarin (de linkse) Jospin als premier in cohabitation met (de rechtse) president Chirac de regering leidde. „Ik blijf trots op het werk dat ik verricht heb”, zegt hij. „Los van de demagogie van rechts en de verdeeldheid van links die deze situatie mogelijk hebben gemaakt, neem ik verantwoordelijkheid voor dit echec en trek ik me terug uit het politieke leven.”
De zaal joelt. Na Georges Pompidou is Jospin dan de langst zittende premier van de in 1958 begonnen Vijfde Republiek. Zelden haalt een premier het in Frankrijk tot de eindstreep, maar nadat Chirac zich in 1997 verslikt had in de ontbinding van de Assemblée Nationale en links ruim de tussentijdse verkiezingen kon winnen, zat de rechtse president aan de linkse premier vast.
En dat premierschap was voor links best een succes geweest. Onder Jospins leiding is de door vakbonden lang gewenste 35-urige werkweek ingevoerd, zijn (mede daardoor) een miljoen banen gecreëerd, ouderschapsverlof ingesteld en met een vorm van geregistreerd partnerschap de weg ingezet naar gelijke rechten voor gaykoppels. Met dank aan de door globalisering opgelierde conjunctuur ging Frankrijk zelfs even Duitsland voorbij als economische motor van Europa. Het optimisme, in de nationale psyche nog wat gestut door de onverwachte winst in het WK-voetbal van 1998, vierde hoogtij. Het verlies van Jospin was daarom ronduit „onrechtvaardig”, oordeelde Le Monde. Zijn „soberheid en waardigheid” verdienden „respect”.
Toch was in de aanloop naar de verkiezingen wel degelijk het een en ander misgegaan.
Liones Jospin in 2012 met Francois Hollande, destijds presidentskandidaat namens de Parti Socialiste, tijdens een campagnebijeenkomst in Toulouse.
Jospin en Hollande in 2019 in Parijs.
Nadat François Mitterrand in 1981 president was geworden, had Lionel Jospin op zijn verzoek als eerste secretaris de leiding van de Parti Socialiste overgenomen. Hij slaagde erin om de vele zogenoemde courants, stromingen rond verschillende socialistische kopstukken, samen te brengen. In de regeringen van Michel Rocard en Édith Cresson was hij minister van Onderwijs – een rol die hem met zijn imago van strenge onderwijzer op het lijf geschreven was. Daarna ging hij de partij weer leiden en keerde hij terug als parlementslid. Hij stond bekend als nors en principieel en leefde naar het Franse adagium pour vivre heureux, vivons cachés – om gelukkig te leven, moeten we verborgen leven – een oproep tot discretie. Maar ook als een zeer effectief en vertrouwenwekkend bestuurder en partijleider.
In juni 2001, minder dan een jaar voor de presidentsverkiezingen, bleek dat zijn geslotenheid ook een trotskistisch verleden verhulde. Jarenlang antwoordde hij op specifieke vragen hierover dat hij verward werd met zijn broer Olivier, die inderdaad lid was geweest van de trotskistische Organisation Communiste Internationaliste (OCI). Maar na de publicatie van een boek van journalist Claude Askolovitch, die beschreef hoe ook Lionel Jospin halverwege de jaren zestig trotskistische scholing ontving en OCI-lid was, erkende hij publiekelijk dat hij een deel van de waarheid verzwegen had.
Lionel Jospin zwaait tijdens een PS-bijeenkomst in Toulouse in 1986.
Een revolutionair verleden hoeft, zeker in Frankrijk, geen bezwaar te zijn. Maar erover liegen was dat wel. Juist van de rechtschapen protestant Jospin hadden mensen zoiets niet verwacht. Van „discreet” werd Jospin „niet transparant” en een man met een „dubbelleven”. Want terwijl hij de eliteschool voor ambtenaren, de ENA, doorliep en aan de Quai d’Orsay in Parijs (het ministerie van Buitenlandse Zaken) zijn eerste stappen zette als diplomaat in dienst van de republiek, bleek hij in kleine kring dus ook de permanente revolutie te prediken.
Journalist Askolovitch beschrijft in dit licht een incident dat bijna te mooi klinkt om waar te zijn. Een feestvierder op het carnaval van Toulouse krijgt de vraag waarom hij een masker van Jospin draagt. „Omdat ik Lionel Jospin ben”, antwoordt de premier terwijl hij zijn masker afdoet. Jospin is „een type dat zich altijd vermomt door zichzelf te zijn”, analyseerde Askolovitch later in een tv-show.
Ook inhoudelijk ging de campagne van 2002 niet van een leien dakje. In een poging gezien te worden als staatsman die boven de partijen stond, liet Jospin het door hem decennialang beleden socialisme verwateren. Hij liet zich hierbij beïnvloeden door meer sociaaldemocratische Derde Weg-leiders als Tony Blair, Gerhard Schröder en Wim Kok. Dat leidde ertoe dat vele andere smaken links met eigen kandidaten de verkiezingen ingingen. Vooral de groene kandidaat Nöel Mamère haalde veel stemmen bij Jospin weg. Die verdeeldheid hielp Le Pen naar de tweede ronde en zette een punt achter de carrière van de man die het lang in zich had president van Frankrijk te worden.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU