In Balverliefd aandacht voor de gang van zaken achter de schermen van het voetbal en opvallende gebeurtenissen aan de rand van het veld. Deze week over Boudewijn Warbroek (62), die een eerbetoon schreef aan zijn meer dan vijftig jaar durende kwelling die Feyenoord-liefde heet.
Dit verhaal komt uit het VI-weekblad.
Boudewijn Warbroek kan het zelf soms ook niet bevatten. Neem die vreselijke tijd in 2006, toen hij als jonge veertiger werd getroffen door nierkanker. Die diagnose smeet zijn hele leven overhoop, alles wankelde, hij liep over van zorgen. Tussen de ziekenhuisbezoeken in zag hij nog net kans voor een bezoek aan de thuiswedstrijd van Feyenoord tegen Ajax.
Zoals zo vaak ging het met zijn geliefde club weer helemaal mis die middag. Bij Feyenoord debuteerde Philippe Léonard in de basis, ongeveer even fit als Raheem Sterling twintig jaar later tijdens diens eerste minuten in De Kuip. Minstens zo problematisch voor Léonard was dat hij volgens trainer Erwin Koeman een linksback was die niet tegen rechtsbuitens kon spelen en Henk ten Cate zo onsportief was er met Tom De Mul toch eentje op te stellen. Léonard werd duizelig gedribbeld. Pierre van Hooijdonk en Sebastian Pardo kregen rood. Ajax won met 0-4.
Warbroek zat zich, geflankeerd door zijn jongste dochter, vreselijk op te winden op de tribune. Woest was hij, over zoveel onkunde bij zijn club. Als hij er twintig jaar later over vertelt, is hij nog verbaasd. Warbroek was destijds een man in doodsnood, hoe kon hij zich zo druk maken over een voetbalwedstrijd? Wat er de weken daarna gebeurde, vervult hem ook nog altijd met ongeloof. ‘Op een gegeven moment was ik er heel slecht aan toe’, begint Warbroek. ‘Ik had heel hoge koorts, zag helemaal geel. Ik dacht: Als ik in slaap val, word ik misschien niet meer wakker. Had het gevoel dat ik zo weg kon glijden. Ik wilde zelfs mijn kinderen niet meer zien. En toen heeft mijn vrouw, via een vriend, dít weten te regelen.’
Source: VI Nieuws