Home

Toen Johan Cruijff twijfelde over zijn toekomst bij Barcelona

In de rubriek VI-Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikelen uit ons rijke archief. Deze keer reizen we naar eind 1992, toen Johan Cruijff op een kruispunt stond bij Barcelona.

Cruijff had dat jaar Barcelona naar de Europa Cup I-winst geleid, maar in het daaropvolgende seizoen liep het niet zo van een leien dakje bij de Catalanen. Een serieuze tegenslag was de 1-2 nederlaag tegen São Paulo in de strijd om de wereldbeker voor clubs. Het was in die periode dat Frans van den Nieuwenhof de architect van het Dream Team van Barcelona uitgespreid sprak.

De dertiende wedstrijd om de Toyota Cup was er een tussen twee profeten van het echte voetbal, dus konden de liefhebbers ongetwijfeld vrede hebben met de triomf van São Paulo. Voor trainer Telê Santana is de wereldbeker voor clubteams een verdiende kroon op zijn loopbaan. Zijn missie tegen het anti-voetbal dat Brazilië momenteel teistert, is eigenlijk niet meer dan een logisch vervolg op de mislukte WK-toernooien van 1982 en1986, toen de nationale ploeg van Brazilië verdronk in de schoonheid van het eigen spel en vervolgens koos voor vechtvoetbal. Santana (60) heeft die keuze altijd bekritiseerd en staat nu eindelijk in zijn recht.

Eigenlijk was de trainersloopbaan van Santana al zo'n beetje ten einde, toen hij begin 1991 benaderd werd door São Paulo. De club leidde een nooddruftig bestaan en was er niet eens in geslaagd de laatste zestien te bereiken van de eindronde om het kampioenschap van de staat São Paulo. De rijke aanhang van de club vond dat alleen Santana voor een revolutie kon zorgen en bood hem een niet te weigeren contract aan. De wederopstanding van São Paulo was wonderlijk. Binnen zes maanden leidde Santana zijn nieuwe club naar de Braziliaanse nationale titel. Een uittocht van verdedigers (Ricardo Rocha, Bernardo en Leonardo gingen in de zomer van 1991 naar respectievelijk Real Madrid, Bayern München en Valencia) volgde, maar de trainer was slechts geobsedeerd door de vraag hoe hij de uitzonderlijke talenten van Raí optimaal kon benutten. De jongere broer van Socrates leek een leven lang gebukt te moeten gaan onder de faam van de illustere Braziliaanse spelmaker op de WK's van '82 en '86. Onder Santana echter vond Raí zijn draai. Hij dirigeerde de ploeg naar de Copa Libertadores, de eerste in de historie van de club. Toen die trofee binnen was, haalde Santana de gelouterde Toninho Cerezo terug naar zijn geboorteland. Psychologisch een goede zet, want het 37-jarige meesterbrein blijkt met Raí net zo goed te klikken als destijds met Socrates. Bovendien heeft Toninho Cerezo in zijn loopbaan te veel verloren om niet eerzuchtig meer te zijn. Behalve in de beide voornoemde WK's stond hij twee keer met lege handen na een Europa Cup-finale, in 1984 met AS Roma en in mei jongstleden met Sampdoria, tegen Barcelona, de tegenstander van afgelopen zondag.

Toninho Cerezo werd speciaal voor die ene wedstrijd door São Paulo gecontracteerd en liet zien dat de sleet er nog altijd niet op zit bij hem. Hij stond model voor zijn topfitte ploeg, die fysiek veel sterker was dan Barcelona. De Brazilianen hadden zich dan ook uiterst serieus voorbereid op het duel. Al op maandag waren ze in Tokyo gearriveerd (Barcelona op donderdag) om het tijdsverschil van acht uur te overwinnen en de vermoeidheid uit de spieren te trainen. Ronald Koeman gaf na afloop ook zonder dralen toe, dat de jetlag nog steeds voelbaar was. 'Je voelt je gewoon anders dan normaal. Je bent duidelijk geen honderd procent, al weet ik natuurlijk niet of een paar dagen langer hier zijn nou zo'n groot verschil maakt', zeì Koeman, die direct na de wedstrijd op het vliegtuig stapte om zich via tussenstops in Hong Kong en Londen in Amsterdam bij de Oranje-selectie te voegen voor de reis naar Istanbul.

Op het veld waren de vermoeienissen hem nauwelijks aan te zien. Koeman speelde weliswaar zeer voorzichtig, maar ook uiterst degelijk. Barcelona maakte in de beginfase trouwens toch een solide indruk. Dat resulteerde al na dertien minuten in een wonderschone treffer van Hristo Stoichkov, die alle tijd kreeg om een pass van Pep Guardiola te verwerken en de bal met veel gevoel in de linkerkruising te krommen. São Paulo reageerde uiterst professioneel op die klap. Het draaide achterin de duimschroeven stevig aan en bleef volharden in geniale combinaties, waarop Barcelona steeds minder vat kreeg. De hoofdrol was weggelegd voor Luís Müller (ex-Torino), die na een klein half uur andermaal zijn tegenstander Albert Ferrer liet staan en de 1-1 op het hoofd van Raí legde. Acht minuten later moest Ferrer een lob van Müller van de doellijn halen. Het slappe verzet van Barcelona werd nog het best geïllustreerd door de nonchalance waarmee Richard Witschge voor een basisplaats liep te 'vechten'. Alleen al in het eerste half uur leed hij zes keer sloom balverlies, maar kennelijk wilde Cruijff hem in de etalage zetten voor kandidaat-kopers, want Witschge mocht de wedstrijd gewoon uitspelen.

Source: VI Nieuws

Previous

Next