In de rubriek VI-Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikelen uit ons rijke archief. Deze keer de zo gevreesde Cor Lems, die nog eens terugkijkt op zijn carrière. ‘Ik lees steeds dat Jean Paul de Jong en Barry van Galen meer kaarten hebben gekregen dan ik. Maar dat klopt niet.’
Als VI’s Bert Nederlof hem opzoekt, werkt de inmiddels 46-jarige Cor Lems alweer ruim twaalf jaar met plezier bij het bedrijf Hercuseal in het Brabantse Giessen dat afdichtingsmaterialen produceert en verkoopt. Samen met twee collega’s is hij verantwoordelijk voor het magazijn. Daarnaast is Lems trainer van de Zaterdagtweedeklasser RVVH. Afgelopen seizoen was hij nog assistent van Marco Gentile bij Jong ADO Den Haag en trainer van de amateurs van ADO. Met dat laatste team promoveerde hij naar de Eerste Klasse. De voormalige middenvelder bezit het trainersdiploma Trainer/Coach 1. Als voetballer zag hij het spel, had in- en overzicht, maar als trainer had de Rotterdammer de grootste moeite aan de slag te komen.
Mijn reputatie, met al die gele en rode kaarten, achtervolgt me vermoedelijk nog steeds
Lems: ‘Ik heb vanaf 2002 zo’n 250 brieven naar clubs geschreven. Als ik van 25 clubs antwoord heb gekregen, is het veel. En die 25 redeneerden allemaal hetzelfde: “Leuk dat een bekende oud-voetballer bij ons solliciteert, maar de vacature is al voorzien”. Zij dachten zeker dat ik als trainer hetzelfde ben als ik als voetballer was. Mijn reputatie, met al die gele en rode kaarten, achtervolgt me vermoedelijk nog steeds. Bij RVVH kan ik bewijzen dat al die clubs het verkeerd zien.’
De schroom van clubs om Lems in dienst te nemen is wel enigszins begrijpelijk. Buiten het veld is hij de vriendelijkheid zelve, maar daarbinnen ging hij geregeld over de schreef. In zijn negentien jaar durende profloopbaan liep hij naar eigen zeggen minstens honderd gele en minstens vijf rode kaarten op. Elke voetbalinsider onderkende zijn kwaliteiten, zonder die kaartenregen had Lems mogelijk een veel grotere carrière gehad.
‘Misschien wel’, geeft hij toe. ‘Maar ik had ook de pech dat ik niet van het Bosman-arrest heb kunnen profiteren. Als ik alle geruchten moet geloven, waren er in negentien jaar tijd wel tweehonderd clubs geïnteresseerd. Maar de vraagprijs was steeds te hoog en ik heb ook een aantal zware blessures gehad. Toch ben ik een tevreden mens. Mijn vrouw en mijn dochters van bijna 21 en zeventien zijn alle drie kerngezond. En ik heb nog een aardig bedrag in het CFK, het pensioenfonds voor profspelers. Mij hoor je niet klagen.’
De geboren en getogen Rotterdammer woont tot zijn zesde jaar aan het Afrikaanderplein op Zuid. Zijn vader is timmerman, zijn moeder huisvrouw. Lems heeft een zeven jaar oudere broer. ‘Hij heeft drie wedstrijden gespeeld bij de Groen-Witten, kreeg toen een schop en is er meteen mee gestopt. Ja, een heel ander type dan ik. Mijn broer kon ook iets beter leren dan ik, want hij heeft geloof ik twee keer ingenieur voor zijn naam.’
Ik kreeg zelfs eens een gele kaart voor een overtreding terwijl ik vijftig meter van de plaats stond waar die tackle werd gemaakt
Source: VI Nieuws