Home

Probleemwolf Bram:
wat bezielde de beroemdste wolf van Nederland? 

‘Dit gedrag hebben we in decennia niet gezien’

Nadat jagers de bekende ‘probleemwolf Bram’ hadden afgeschoten, is zijn lichaam onderzocht. Nu de laatste feiten op tafel liggen, vertellen betrokkenen voor het eerst wat zij aantroffen, en hoe zijn gedrag mogelijk te verklaren viel.

Door Jean-Pierre Geelen

Fotografie Marielle van Uitert

Sinds wolf GW3237m in 2024 op de Utrechtse Heuvelrug een hond ­naderde die door zijn baas ‘Bram’ werd genoemd (waarvan filmbeelden opdoken), kreeg ook dit roofdier in de volksmond die bijnaam. Dat werd al snel ‘probleemwolf Bram’, toen het dier een meisje omver had ­gelopen en vorig jaar een wandelaar en, bij de Pyramide van Austerlitz, een 6-jarige jongen had gebeten.

De kleding van de 6-jarige jongen die bij de Pyramide van Austerlitz was gebeten door een wolf. DNA moest aantonen dat het om een wolf ging. Het bleek ‘Bram’ te zijn.

Daarmee was de jacht op de beroemdste wolf van Nederland geopend. Nadat de provincie Utrecht in juli vorig jaar een afschotvergunning had afgegeven, wist hij zich buiten het vizier van ingehuurde jagers te houden. Begin december werd hij toch gedood. Zijn stoffelijk overschot ging naar onderzoekers van het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC), verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Wolf GW3273m, alias ‘Bram’, in het laboratorium van het DWHC, waar de sectie werd verricht.

Samen met de Wageningen Universiteit is sectie verricht naar onder meer biometrie, leeftijd, maaginhoud en voortplantingsstatus. Ook werd hij onderzocht op eventuele ziekten en andere opmerkelijkheden, die mogelijk zijn gedrag zouden kunnen verklaren. Nu alle testuitslagen binnen zijn en het sectierapport is opgesteld, liggen de laatste feiten op tafel rond de beroemdste wolf van Nederland.

Het onderzoek werd verricht nadat ‘Bram’ twee weken in de vriezer had gelegen en een CT-scan was gemaakt voor een eerste indruk. Het wachten was op de beslissing van de politie of forensisch onderzoek nodig was. Dat was niet het geval: de wolf was geheel volgens plan en legaal geschoten, en niet het slachtoffer van een misdrijf.

Bram was een ‘flinke man’, zegt Judith van den Brand, directeur van het DWHC. Hij woog 43 kilo, zijn lijf (121,5 centimeter van kop tot anus) vertoonde goede vetreserves en dito bespiering. Hij had een volle maag, gevuld met 4,58 kilo huid, spieren en organen van waarschijnlijk reewild. Kortom: ‘Bram’ verkeerde ‘in prima conditie’.

Hij vond de dood door een ‘hoog-energetisch perforerend projectiel’. Oftewel: een kogel. Eén schot via de rechterschouder in de borstkas was voldoende, de schotwond was duidelijk zichtbaar. De kogel doorboorde de ribwand en veroorzaakte bloedingen in beide longen, de borstholte, in spieren en de wervelkolom. Van den Brand: ‘Die wervelkolom was kapot; met een gebroken rug valt voor een wolf niet te leven. Gezien de uitgebreide bloedingen heeft dat schot tot een vrijwel instante dood geleid, zonder lang lijden.’

Wolf ‘Bram’ nadat op de Utrechtse Heuvelrug een jagerskogel hem op 3 december vorig jaar dodelijk had getroffen.

‘Bram’ bleek een ‘chronische fractuur’ te hebben tussen de eerste en tweede nekwervel, direct achter de schedel. Zeer waarschijnlijk een overblijfsel van de aanrijding (op 3 oktober 2024) met een auto, die de wolf overleefde. Van den Brand: ‘Bij het herstelproces is op die plaats nieuw bot gevormd, met blijvende veranderingen aan de wervels en het gewricht.’ Ook het ruggenmerg vertoonde daardoor afwijkingen.

Waarschijnlijk waren de gevolgen van die wervelbreuk zichtbaar: ‘Bram’ bewoog zich anders voort dan soortgenoten, mogelijk door een beknelde zenuw. Getuigen spraken van een wat slepende achterpoot, volgens Van den Brand moet hij ‘wat stijf in de nek’ zijn geweest, waardoor hij wat strammer leek te lopen.

Het blijft speculeren (Van den Brand kan er niets met wetenschappelijke zekerheid over zeggen), maar het is niet uitgesloten dat de gevolgen van het verkeersongeluk pijn hebben veroorzaakt. Dat zou mede kunnen verklaren waarom deze wolf geprikkelder of agressiever reageerde dan veel andere. Daarover straks meer.

Ecoduct Treeker Wissel over de N227 bij landgoed Den Treek, waar diverse incidenten met ‘Bram’ gebeurden.

‘Bram’ had op het linkerschouderblad een blijvend kale plek, vermoedelijk door het verkeersongeval. Ook aan die plek kon hij herkend worden.

Ook wat níét werd aangetroffen is van belang: ‘Bram’ had geen longwormen, die wel vaker bij andere wolven zijn aangetroffen. Hij was niet geïnfecteerd met virussen van influenza of hondenziekte. Ook toxoplasmose, een infectieziekte door een parasiet die zich voornamelijk via huiskattenpoep verspreidt, is niet aangetroffen. Dat laatste is belangrijk, want uit onderzoek op wolven in het Amerikaanse nationale park Yellowstone is gebleken dat toxoplasmose kan leiden tot dominant gedrag. Vaak blijken leiders van roedels besmet.

Kan rabiës (hondsdolheid) nog een verklaring vormen voor het gedrag van deze ‘probleemwolf’? Van den Brand heeft geen aanwijzingen gezien bij ‘Bram’, maar hier wreekt zich een rauwe realiteit: er is geen geld om daar onderzoek naar te doen. In het ‘wolvenprotocol’ staat dat elke dode wolf wordt onderzocht bij het DWHC, maar geen enkele (overheids)instantie heeft er adequate financiering voor over, zegt de DWHC-directeur. ‘Wij doen het onderzoek nog grotendeels gratis. Aanvankelijk dacht iedereen dat we zo’n twee wolven per jaar zouden binnenkrijgen. Inmiddels hebben we sinds 2017 wel 85 dode wolven onderzocht, zonder dat daar voldoende geld tegenover staat. Het budget raakt op. Hierdoor kan maar beperkt onderzoek gedaan worden naar de gezondheid van de wolf in Nederland.’

‘Bram’ wordt in het laboratorium van het DWHC onderzocht door Judith van den Brand.

Onderzoek als dit is van groot maatschappelijk belang, vindt Van den Brand: ‘Dit raakt aan volksgezondheid en diergezondheid. Als je weet of er infectieziekten in je wolvenpopulatie voorkomen, kun je indien nodig maatregelen treffen voor zowel mensen en huisdieren als wilde dieren.’

Ook andere wetenschappers bogen zich over het gedrag van wolven als ‘Bram’. Dierecoloog Hugh Jansman en gedragsecoloog Lysanne Snijders (beiden van de Wageningen Universiteit) zijn auteurs van het rapport Gedragsaanpassing van wolven aan mensen. Wolven herkennen zeer waarschijnlijk de geur van mensen op zogeheten valwild (aangereden dieren die door mensen als aas in de natuur worden gelegd), schrijven zij op basis van internationaal onderzoek. Door het eten van valwild zouden ze kunnen wennen (habitueren) aan de mensengeur, maar in het drukbevolkte Nederland zijn ze die geur al veel vaker tegengekomen. Mensengeur lijkt er eerder toe te leiden dat wolven juist terughoudend zijn in het eten van valwild.

Wolven zijn risicomijdend en gaan over het algemeen mensen uit de weg. Het is volgens de auteurs onwaarschijnlijk dat wolven die toch valwild eten, mensengeur met een beloning gaan associëren (conditionering). Anders ligt dat bij het direct voeren, bijvoorbeeld door natuurfotografen. Wolven kunnen dan mensen gaan associëren met voedsel, en zo leren dat hen benaderen mogelijk een beloning oplevert, waardoor probleemgedrag kan ontstaan.

Na de aanval op de 6-jarige jongen bij Austerlitz werden bezoekers van de Utrechtse Heuvelrug opgeroepen de bossen te mijden. Enkele bezoekers bezochten de Pyramide gewapend met stokken.

In alle aanwezige kennis over wolven vormde ‘Bram’ een afwijking, zegt Jansman: ‘Voor zover wij weten is er in zijn geval geen associatie geweest tussen mens en voedsel. Hij heeft zelf bedacht op een hond en later mensen af te gaan. Dat lijkt op territoriale bescherming of een sterke nieuwsgierigheid. Dat is nieuw, we hebben dat in West-Europa de afgelopen decennia niet gezien.’

Snijders: ‘In het dichtbevolkte Nederland loop je snel kans op habituering. Dan gaan de wolven minder afstand houden, ze komen dichter bij honden en kunnen hun nieuwsgierigheid uitproberen. Vroeger werd de wolf bejaagd. De dieren die het minst bang waren voor mensen, waren het eerste de klos. Een wolf als Bram zou in vroeger tijden vast eerder zijn afgeschoten.’

‘Nederland is te klein voor wolven’, zeggen tegenstanders in het verhitte debat over het roofdier. Geeft de casus ‘Bram’ hun gelijk?

Op het Leersumseveld werd een kudde schapen verplaatst, nadat wolven daar veel slachtoffers hadden gemaakt.

Jansman: ‘Wolvenexperts hebben nooit gezegd dat een wolf nooit mensen zal aanvallen. In een factfinding-study uit 2021 schreven we al: de kans op een bijtincident is minimaal, maar niet nul. Als je naar het Yellowstone Park kijkt, dan is de wolf in de kern wellicht helemaal niet schuw. 70 procent blijkt stoïcijns jegens mensen, 30 procent laat zich vrijwel nooit zien. Wolven zijn dus vermoedelijk niet van nature schuw, dat zijn ze geworden door eeuwenlange vervolging. Nu die vervolging een standje lager staat, verandert dat weer. Maar de kans op een bijtincident is nog altijd minimaal.’

Daarnaast blijven wolven wilde dieren, met al hun grilligheden en verschillende, onvoorspelbare karakters. Jansman: ‘Ongeacht het gedrag van de ouders kan een nest van zes welpen heel introverte en heel extraverte individuen bevatten. Nu die laatste categorie niet meer bejaagd wordt, kan dat gedrag voortbestaan.’

De jacht op de (nog altijd Europees beschermde) wolf heropenen zou zinloos zijn, zeggen de twee experts. Opengevallen plekken in roedels worden razendsnel ingenomen door andere wolven: op de Utrechtse Heuvelrug dook binnen een week na de dood van ‘Bram’ al een nieuw mannetje op. De veeschade wordt volgens Jansman ook niet minder door beheren met geweer. ‘Zolang er onbeschermde schapen in wolvengebieden staan, zullen aanvallen blijven voorkomen.’

Een taxateur van de provinciale organisatie Bij12 in gesprek met getroffen schapenhouders.

Eerder dringen de wetenschappers aan op vreedzame coëxistentie. Dat vereist een centrale aanpak vanuit de overheid. Nu hebben provincies elk hun eigen beleid. Snijders: ‘Er moet een plan klaarliggen voor escalaties. Daar heeft het steeds aan ontbroken: we wachten eerst af en kijken hoe het gaat. Tot het te laat is.’

Jansman: ‘In andere landen was bij wolven als Bram veel eerder ingegrepen. Bij de eerste benadering door Bram van een man met een hond had al een oranje vlag uit gemoeten. We hadden het dier dat gedrag moeten afleren. Door hem bij voorkeur te zenderen en vervolgens af te schrikken of te paintballen, zoals ook aanbevolen door onder andere het Large Carnivore Initiative Europe (LCIE), een groep van internationale roofdierexperts.

‘Nu stappen dierenrechtenorganisaties in zulke gevallen naar de rechter om dat afschrikken te voorkomen, en die krijgen gelijk. Dat komt doordat provincies geen gedegen en juridisch sluitend draaiboek hebben klaarliggen. Als je dat landelijk vroegtijdig had geregeld en niet pas uitwerkt tijdens een calamiteit, waren die plannen wellicht bij de rechter overeind gebleven. Nu hebben die protesten er mogelijk mede toe geleid dat het probleemgedrag kon escaleren en het dier mocht worden afgeschoten.’

Demonstranten van Extinction Rebellion voeren actie tegen het doden van ‘Bram’, terwijl hondenbezitters betogen tegen de afgekondigde aanlijnplicht voor honden.

Snijders: ‘Overigens hoeft niet elke gedraging problematisch en structureel te zijn: mogelijk gaat het om een puberwolf die eenmalig achter een fietser aanholt.’

Jansman: ‘Het LCIE pleit voor het samenstellen van een team van deskundigen uit verschillende disciplines, die snel bijeenkomen na een incident. En die paraat staan met verdovingsgeweren, rubberen kogels en zenders. Als de waarnemingen ophouden, kun je het ook weer laten rusten. En anders tijdig ingrijpen, met waterdichte vergunningsaanvragen die al klaar moeten liggen.’

Jansman wijst op een unieke kans die Nederland heeft: ‘Op de paar incidenten na leven hier veel wolven die we nooit zien. Door enkele wolven te zenderen, zouden we juist hier kunnen leren hoe wolven met dichtbevolktheid omgaan en hoe we conflicten kunnen beperken. Dat onderzoek gebeurt nu nauwelijks. Als je zag hoe de gezenderde wolf van de Hoge Veluwe zich bewoog: dat was razend interessant.’

Bij ecoduct Treeker Wissel legt een vrouw bloemen neer voor de doodgeschoten wolf 'Bram'.

Ook na deze nieuwe inzichten zal ‘Bram’ niet snel vergeten worden. Zijn overblijfselen gaan naar Naturalis, om het dier toe te voegen aan de Rijkscollectie. Zo blijft de beroemdste wolf van Nederland ook na zijn dood beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek en educatie. ‘Bram’ zal voor publiek worden opgezet in de gratis toegankelijke zaal LiveScience. ‘Dat past in onze missie om de liefde voor de natuur over te brengen, wetenschappelijk onderzoek zichtbaar te maken en een dialoog met het publiek te voeren’, aldus een woordvoerder.

‘Bram’ in beeld

Fotograaf Mariëlle van Uitert (1973) werkt sinds 2019 aan een groot project over de wolf in Europa. Zij mocht aanwezig zijn bij de sectie op ‘Bram’. De beelden bij dit verhaal komen uit een serie die Van Uitert daarover maakte en waarvoor ze genomineerd werd voor de Zilveren Camera.

Hoe een neergeschoten wolf in Gelderland een leven na zijn dood krijgt

Na elke dood van een wolf onderzoeken experts het dier om leven en doodsoorzaak te reconstrueren. Fotograaf Mariëlle van Uitert volgde de wegen van de wolf die afgelopen april werd neergeschoten in Gelderland – en binnenkort in het museum staat.

Deze Spaanse veehouder leerde leven met de wolf dankzij eeuwenoud middel

De oprukkende wolf baart ook veehouders in Spanje zorgen. Een boer in het noordelijke Cerdillo leerde samen te leven door een eeuwenoud middel in te zetten. Ook iets voor Nederland?

Met de ogen van de wolf

De terugkeer van de wolf in het Nederlandse landschap roept veel meningen en emoties op. Maar, vroeg fotograaf Robin van der Hijden zich af: hoe zou de wolf zijn nieuwe leefomgeving beleven? Wat zou hij zien?

Source: Volkskrant

Previous

Next