‘Mijn vader is onsterfelijk, ik ben net als iedere andere mens sterfelijk.’ Hoe vaak zal Jordi Cruijff dit zinnetje al niet hebben uitgesproken in zijn leven? Begin dit jaar deed hij dat bijvoorbeeld nog tig keer, toen hij zo’n veertig jaar na zijn vader eveneens aantrad als technisch directeur van Ajax. Toch zal die achternaam vooral in zijn jaren als speler zwaar hebben gewogen.
Tegelijk was ook junior in staat om te spelen en scoren voor Barcelona, Sir Alex Ferguson dermate te overtuigen dat-ie een contract bij Manchester United kreeg én het Nederlands elftal te halen. Toch beleefde de frêle stilist ‘echt mijn leukste jaar ooit’ bij het bescheiden Alavés, toen hij zijn kansen in de Europese top voorgoed leek te hebben verspeeld en hij zijn blonde lokken al kwijt was. Met de VI-Tijdmachine reizen we terug naar mei 2001, naar misschien wel de meest spectaculaire UEFA Cup-finale ooit. Nadat Jordi de ultieme David van het Europese voetbal vlak voor tijd nog naar de 4-4 had gekopt, won Goliath Liverpool alsnog dankzij een gouden eigen goal van Delfí Geli. Maar voordat de spelmaker van Alavés met de verliezersmedaille om zijn nek definitief afdroop uit het Westfalenstadion van Dortmund, kreeg hij nog een dikke zoen van zijn trouwste fan. Johan Cruijff gloeide van trots.
Dit verhaal is afkomstig uit het VI-weekblad.
Source: VI Nieuws